Vrij Links wil het debat stimuleren over progressieve, vrijzinnige, linkse waarden. De initiatiefnemers, waaronder PvdA’ers Keklik Yücel en Eddy Terstall, vinden die ondervertegenwoordigd in het maatschappelijk debat. Zij richten zich vooral op het progressieve, met name linkse deel der natie, zeg maar de eigen parochie. Dat is blijkbaar hard nodig want vooral uit linkse hoek is de kritiek niet mals, compleet met persoonlijke aanvallen en het framen van Vrij Links op ‘sociale’ media als islamofoob, lonkend naar populistisch-rechts of op z’n vriendelijkst anti-religieus.

Met religie is niks mis, zegt de christen. Het zijn mensen die er een zootje van maken, sommige mensen. De meeste moslims plegen helemaal geen terreuraanslagen… en daar gaat-ie weer! Alsof Vrij Links het op moslims heeft gemunt, suggereert dat moslims collectief aan de Kalashnikov zijn. En daar loopt al meteen iedere vergelijking met populistisch rechts mank.

Vrij Links pleit voor herwaardering van linkse, progressieve verlichtingsidealen en dus ook voor een stevige laïcité, een echte scheiding van kerk en staat. Met name Eddy Terstall en Keklik Yücel lijken een wel erg gevoelige snaar te hebben geraakt door ook moslims in dat debat niet ongemoeid te laten. Links slaat meestal dan ook niet eens zo zeer aan op het wellicht antireligieuze sentiment dat Vrij Links vertolkt maar op haar vermeende islamofobie. Terstall en de zijnen zouden populistisch rechts (Wilders, Baudet, Telegraaf c.s.) in de kaart spelen. Tijd voor repliek, van een atheïstische, humanistische en uitgesproken antiracistische sociaal-democraat die met Vrij Links sympathiseert.

Een totaal andere agenda
Dat Vrij Links het specifiek op moslims of de islam zou hebben gemunt, is een beschuldiging waarvoor ik in het manifest van de beweging geen aanknopingspunten vind. Vond ik die wel, dan had Vrij Links mijn steun niet gehad. Wel valt moeilijk te ontkennen dat juist de islam in Nederland – en ook daarbuiten – de afgelopen decennia het meest in opspraak is, afgezien van het aloude misbruik in de RK-kerk en de zwarte kousen-weerstand tegen vaccineren en abortus.

Populistisch rechts legt het vergrootglas op de extremistische, radicale uitingen van het islamitische geloof: de terreuraanslagen, het IS-kalifaat, de wahabisten en salafisten. Daarmee boort men een angst aan die onder veel westerlingen leeft. Dat die angst bestaat, is begrijpelijk: op 9/11 kwamen in Amerika 3.000 mensen om het leven, voor de 21e eeuw staat de teller volgens het National Counterterrorism Center (Amerikaanse adviesraad) op meer dan 6.000 burgerslachtoffers van islam-geïnspireerde terreur. De meeste slachtoffers zijn overigens moslim en in het getal van 6.000 zijn de slachtoffers van sektarische twisten in de islamitische wereld niet eens meegerekend. Volgens Gilles de Kerchove, EU-coördinator voor terrorismebestrijding, zijn er in Europa meer dan 50.000 geradicaliseerde moslims, die overigens in meerderheid geen terroristische voornemens hebben.

Dat de kans om in het verkeer, op het werk of thuis om te komen nog altijd eindeloos groter is, doet niets af aan de dreiging uit deze religieuze hoek. En dat geldt ook voor het feit dat veel terroristisch geweld zeker niet exclusief op religie is geïnspireerd maar ook teert op geestelijke instabiliteit en ordinaire criminaliteit onder de daders en samenhangt met uitsluiting en discriminatie. Aan dat alles heeft het rechtspopulisme natuurlijk geen boodschap want zij gebruikt de extremen voor een eigen, xenofoob-nationalistische agenda.

De meeste moslims zijn geen terrorist, zijn juist vreedzaam. Dat is natuurlijk een open deur van jewelste. Het is zoiets als stellen dat veruit de meeste katholieken hun tengels van kinderen afhouden en absoluut geen pedofiele neigingen hebben. Open deur of niet, dat is wel wat Vrij Links van populistisch rechts onderscheidt: ‘onze’ aanval richt zich niet op moslims en zelfs niet op de religie an sich maar op de uitwassen, de fundamentalistische interpretatie die gemakkelijk tot extremisme leiden en die wel degelijk op een interpretatie van het geloof zijn gefundeerd – al delen veel Vrij Linksers waarschijnlijk rationele bezwaren tegen religie überhaupt en dús ook tegen de islam.

Populistisch rechts gaat verder, valt de Koran aan als unieke bron van alle ellende. Als Vrij Linkser – ik noem mijzelf overigens liever ‘consistent links’ – kan ik een eind mee met de analyse dat de religie nogal wat zwarte randjes kent, met één groot verschil: ik weiger alléén de Koran als bron van alle kwaad te zien maar plaats het heilige boek van de moslims op één lijn met de Bijbel, de Thora en alle andere heilige boeken, waar hun apologeten (imams en hodja’s zo goed als rabbi’s, priesters en andere voorgangers) van alle gezindten zo gretig in grabbelen. Ook niet onbelangrijk: in tegenstelling tot populistisch islamofoob rechts erken ik dat de Koran evenzeer als andere heilige boeken vooral menslievend kan worden geïnterpreteerd, als inspiratie kan dienen voor een in wezen humanistische (op de medemens van alle gezindte gerichte) levenshouding. Ik ken genoeg voorbeelden in mijn privé- en politieke omgeving.

De wegen van rechts en van ondergetekende scheiden zich niet alleen daar. Bij populistische rechts is ontegenzeglijke sprake van islamofobie als specifieke uiting van xenofobie en dubieus nationalisme, en zelfs van expliciet racisme. Over de verderfelijkheid van op religie geïnspireerde roomse, protestantse, (Grieks- en Russisch) orthodoxe, koptische, joodse, hindoeïstische, boeddhistische (etc.) bigotterie hoor je rechts niet, met dank aan ene Frits Bolkestein, de zelfbenoemde intellectueel van VVD-huize (ooit Geert Wilders‘ mentor) die eind vorige eeuw zoiets claimde als een joods-christelijke traditie als tegenpool van de ‘onverlichte’ (achterlijke) islam. Wie Vrij Links op die onwelriekende hoop gooit, heeft er weinig van begrepen of koestert domweg zijn vooringenomenheid.

Over de islam als religie valt veel te zeggen, al is het maar omdat óók de islam zich kenmerkt door een rijke schakering aan regionale, culturele interpretaties. Pikant aan de islam is het idee van de oemma, de gesloten en met veel leefregels afgebakende geloofsgemeenschap, die zich daarmee wel degelijk onderscheidt van de moderne christelijk-humanistische samenlevingen. Volgens menig geloofsuitlegger zijn de gebruiken die de oemma definieert door Mohammed van godswege opgelegd en dus leidend, belangrijker dan de wetten en omgangsvormen in de nieuwe thuislanden. Populistisch rechts richt zijn pijlen op die gebruiken en opvattingen – van homofobie, vrouwenonderdrukking en ritueel slachten tot de intolerantie jegens kritische kunst en meningsuiting. En ook Vrij Links laat deze uitingsvormen van de islam niet onbesproken. Dat kan ook niet voor een beweging die zich beroept op progressieve, vrijzinnige, sociaal-democratische waarden. Die staan haaks op dwingende kledingvoorschriften voor vrouwen, ongelijkheid van man en vrouw, homofobie, angst voor satire, kunstvrees überhaupt en het desnoods tot en met de doodstraf verketteren van afvalligen.

Wederom geldt dat de insteek van Vrij Links een wezenlijk andere is dan die van populistisch rechts. De oemma in zijn enge betekenis is onverenigbaar met het idee van een inclusieve samenleving, iets waar rechtspopulisten zich in het algemeen niet om bekommeren. Terwijl links zich juist zorgen maakt om de wederzijdse afwijzing – van zowel ongelovigen door gelovigen als andersom – pakt het rechtspopulisme de handschoen op en misbruikt de religieuze intolerantie van conservatieve moslims om de islam als totaal af te wijzen, meestal in combinatie met een bredere haat tegen alles wat niet ‘eigen’ is. Moslimfundamentalisten en rechtspopulisten delen wat dat betreft één strijdpunt, die ze helaas ook met extreem-links delen: Zij claimen de vrijheid om de ander zijn vrijheid te ontnemen.

De verstikkende mantel der liefde
Ondertussen is er het ongemak van een linkse gemeente die de minder mooie kanten van de islam lang met de mantel der liefde heeft bedekt, ook al had dat een goede bedoeling. ‘Laat die mensen. Voor ons heeft de verzuiling prima als emancipatievehikel gewerkt dus waarom zou het voor hen niet werken?’ In feite is dit een Verelendungs-gedachte, waar ik het dan ook niet mee eens ben. Niet de verzuiling heeft ons vooruit geholpen maar een breed gedeelde welvaart en goed, toegankelijk onderwijs. Die maakten verzuiling overbodig. Sociaal-democraten en echte liberalen waren de aanjagers van dat proces. En is het geen omgekeerd racisme – en dus ordinair racisme – om ‘de ander’ niet dezelfde vrijheden te gunnen als jezelf? Vrijheid op basis van gelijkheid. Niet op termijn maar hier en nu. Ook op dit punt onderscheidt Vrij Links zich radicaal van populistisch rechts, dat wel graag de misstanden binnen de moslimgemeenschap hekelt maar geen interesse toont in emancipatie en de realiteit van discriminatie liefst bagatelliseert, ontkent en zelfs rechtvaardigt. Rechts houdt het simpelweg op: ‘Zij moeten niets van onze vrijheid hebben en dus moeten wij niets van hen hebben.’ Sociaal-democraten kunnen met zo’n radicale houding niet uit de voeten. Wie voor een inclusieve, non-racistische samenleving pleit, zoekt wat een ieder bindt en niet wat een ieder scheidt. Ook voor mij is verheffing daarbij een weg, die voor iedereen moet zijn weggelegd, ongeacht zijn of haar culturele rugzakjes.

Vrij Links bepleit dus het weer hoog op de agenda zetten van ‘onze’ verlichtingsidealen en verzet zich expliciet tegen het cultuurrelativisme dat de afgelopen decennia links in een wurggreep van machteloosheid heeft gehouden. Hoe kunnen we vrijheid, gelijkheid en broederschap prediken en tegelijkertijd kritiekloos opvattingen omarmen die daar tegenin gaan? Dat is een paradox, die schreeuwt om consistent links. Cultuurrelativisme is op zich niet verkeerd indien geïnterpreteerd als openstaan voor het goede dat iedere cultuur te bieden heeft; ze is verwerpelijk als het in haar consequentie suggereert dat universele mensenrechten helemaal niet universeel zijn maar slechts een westerse luxe of abberatie, die we de ander niet zouden mogen opleggen.

Solidair, maar niet met iedereen
Eén aspect wordt angstvallig uit het debat gehouden: het verraad dat in het tolereren – laat staan accepteren en omarmen – van intolerante religieuze en culturele gebruiken schuilt jegens degenen die daarvoor zijn gevlucht. Lang niet alle moslims hangen een fundamentalistische geloofsopvatting aan en stellen de oemma boven de gemeenschap waar zij nu deel van uitmaken. Veel (ook islamitische) Marokkanen en Turken hebben ooit bewust voor het seculiere, vrije Nederland gekozen. Minstens zovelen hebben zich als tweede of derde generatie immigrant van hun beklemmende afkomst bevrijd. Zij treden daarmee in het spoor van de katholieken en protestanten die zich in de tweede helft van de vorige eeuw en masse van hun religieuze keurslijf hebben bevrijd. Een aantal van deze moslims – inclusief de afvalligen en aanhangers van minderheidsstromingen binnen de islam – kunnen zich prima in Vrij Links vinden. In plaats van hen te steunen gooien de critici van de politiek (hyper)correcte goegemeente ze op één hoop met populistisch rechts. En dat is ronduit beschamend.

De vrijheid om vrij te zijn
Gelovigen – christenen zowel als moslims – komen zelf wel of niet tot de conclusie dat zij geen mystiek nodig hebben om hun ‘zijn’ en de wereld te verklaren, zin te geven. Het atheïsme kent per definitie geen heilige boeken – hooguit wetenschappelijke en filosofische, die voor godsverering en antieke gedragsregels weinig ruimte laten. Het atheïsme kent geen dogma, zelfs niet in de ontkenning van goden want geloof als innerlijke zoektocht, zingeving en verklaringsschema hoort nu eenmaal bij de menselijke evolutie. Atheïsten denken hooguit dat diezelfde evolutie ons geleidelijk doch onafwendbaar richting atheïsme voert, met als zingevend alternatief een rationeel humanisme dat een minstens even krachtige medemenselijkheid dicteert als religie dat in betere vorm doet. Maar atheïsme is niet iets wat je een ander kunt opdringen. Religieuzen denken daar nogal eens anders over, zij menen de waarheid in pacht te hebben en voelen niet zelden de plicht die een ander op te leggen, desnoods op straffe van excommunicatie, verbanning en zelfs vernietiging. Mens zijn en dus ook medemenselijkheid zijn in alle religies ondergeschikt aan godsverering, ook al zijn er godzijdank genoeg religieuzen die een pragmatischer, humanistischer invulling aan hun geloof geven. Hun goede doen en weldenken ten spijt is de christelijke geschiedenis met bloed geschreven en dat geldt niet minder voor de islam.

In naam van God – in al zijn namen – zijn genocides gepleegd, wordt gemoord en worden tot op de dag van vandaag decreten uitgevaardigd en nageleefd die de ander tot heiden en blasfemist verklaren, homoseksuelen tot verderfelijk en vrouwen tot minderwaardig. In het religiedebat wordt er graag op gewezen dat er ook oorlogen worden gevoerd zonder religieuze legitimering, dat ook seculiere dictaturen dood en verderf zaaien. Tegen deze drogreden valt weinig in te brengen, behalve de constatering dat er nooit en te nimmer oorlog is gevoerd, mensen zijn onderdrukt of gemarteld in naam van de menselijkheid of in naam van het humanisme.

De oproep van Vrij Links is geen oproep tot anti-religiositeit of tot een hetze tegen moslims. Bij vrijheid hoort vrijheid van godsdienst en de aanwezigheid van religie in het openbare leven. Geen zinnig mens zal voor een verbod in de openbare ruimte zijn op pakweg de hoofddoek, het keppeltje, een tulband of een zichtbaar kruis. Alleen de vanzelfsprekendheid waarmee religieuzen hun boodschap uitdragen, zeker als die boodschap haaks staat op bevochten rechten en vrijheden, kan nooit betekenen dat die boodschap en ook de religie waarop zij is gebaseerd geen onderwerp van debat, satire en kritiek kan zijn. Waar religie de vrijheid neemt om anderen hun vrijheid te ontnemen, dient zeker links met zijn progressieve waarden stelling te nemen. Die strijd aan populistisch rechts laten, is levensgevaarlijk en ondermijnt onze democratie.

Dit artikel verscheen onder de titel Onterechte demonisering van Vrij Links eerder op Lahaise.nl

Foto: Pixabay