Sham Ahmed merkt te vaak dat mensen over haar spreken in groepsverband. “Ik word altijd gezien als behorend tot een groep: nieuw-Nederlander, buitenlander, Koerd … Dat ben ik best wel beu. Ik behoor niet tot een groep, ik heb mijn eigen individuele normen, waarden, wensen en behoeften.” Voor Vrij Links schreef ze een verhaal over behoren en bijhoren, over weggaan en thuiskomen.

Moeder noemt me baatzuchtig, volgens haar denk ik meer aan mezelf dan aan mijn thuis en familie.

Moeder wast haar borden met een spons en veel afwasmiddel. Met haar vingers volgt ze nauwkeurig het gehele oppervlak van het bord, geen plek mag gemist worden. Het bord verschonen gebeurt door een overvloed aan water, weer volgt ze met haar vingers de druppels van het water. Het bord is nu ‘schoon’ en mag in het droogrek gelegd worden, hier zal het drogen alvorens het weer terug de kast in zal gaan. Servies waarop gevogelte heeft gelegen dient tweemaal gewassen te worden, de geur van gevogelte is zo akelig in haar ogen – beter gezegd haar neus – dat dit meer reiniging behoeft.
Als jonge adolescente heb ik een aantal maal gepoogd een brave dochter te zijn en heb ik, bij haar afwezigheid, de afwas gedaan om zo mijn moeder te laten zien dat ik wel bij deze familie wil horen. Dit werd beantwoord met teleurstelling. De geur van het gevogelte was nog aanwezig, het moest opnieuw gereinigd worden.

Maart 2017, ik zie mezelf als indringer. Ik ben verhuisd naar een studentenhuis met vijf jonge Nederlandse vrouwen. Ze bewegen in hun keuken in een perfecte harmonie, een harmonie die ik nooit zal begrijpen. Om deze dynamiek niet te verstoren besluit ik de afwas te doen. Inmiddels heb ik geleerd hoe ik borden goed moet afwassen, geen plek mag gemist worden. Dit wordt beantwoord met teleurstelling: inefficiënt, langzaam en ouderwets. Afwassen doet men in deze familie niet zo, men vult de gootsteen met warm water, voegt afwasmiddel toe, haalt de borden hier doorheen en met een theedoek worden de borden ten slotte gereinigd. In het jaar dat zal volgen, zal ik nimmer meer de afwas doen.

November 2018, inmiddels woon ik vijf maanden alleen. Egoïstisch vindt de een, de ander vindt het eenzaam. En ik? Ik voel me eindelijk thuis. Ik reinig mijn borden door geen enkele plek te missen. Met mijn vingers volg ik de druppels van het water, ik droog de borden met mijn theedoeken. De borden worden slechts eenmaal gereinigd, zelfs de borden waarop gevogelte heeft gelegen. Op de achtergrond staat een plaat van Frank Sinatra op, zijn jonge jaren.