LHBTI asielzoekers zitten in een kwetsbare positie en verdienen onze bescherming, schrijft Ali Sayin. Het is dan ook positief dat de IND meer aandacht gaat besteden aan het persoonlijke verhaal van vluchtelingen.

We horen de verhalen de laatste tijd met regelmaat: mensen die wegens hun seksuele geaardheid gevlucht zijn en in Nederland asiel hebben aangevraagd, om vervolgens te maken te krijgen met de bureaucratische werkelijkheid van het Nederlandse asielproces. Verhalen zoals die van de Koerdische Sercan, die wordt bedreigd door zijn eigen familie omdat hij homoseksueel is; de Marokkaanse Ateryu, die voor zijn asielaanvraag intieme foto’s moest overhandigen ter bewijs van zijn seksuele geaardheid. En dan was er de afgelopen tijd het nieuws over Justine, een lesbische vrouw die uit Oeganda is gevlucht, opvang kreeg in een klooster en daar werd weggestuurd vanwege haar seksuele voorkeur.

Het is zorgwekkend dat iemand in een dergelijke situatie van de regen in de drup belandt. Eerst moet ze zich tevergeefs worstelen door de beoordelingscriteria van het IND, vervolgens krijgt ze een opvangplek in een klooster, om daarna te worden weggestuurd.

RozeLinks, de GroenLinks-werkgroep voor seksuele diversiteit, heeft vorige week een kiss-in voor de deuren van het klooster georganiseerd, om zo solidariteit te betuigen met Justine.

In een interview met AT5 vertelt Justine dat ze momenteel veilig is en zich na deze actie gelukkiger voelt dan in de periode ervoor.

Volgens een rapport van het COC, de belangenorganisatie voor LHBTI mensen, wordt 37% van de aanvragen door LHBTI asielzoekers afgewezen omdat er niet wordt geloofd dat ze homoseksueel zijn. Ook in een rapport van de ngo LGBT Asylum Support wordt het asielbeleid rondom LHBTI asielzoekers bekritiseerd. Begin juli heeft staatssecretaris Mark Harbers de kamer geïnformeerd dat het IND haar werkwijze heeft aangepast. Er zal voortaan meer nadruk liggen op het authentieke, persoonlijke verhaal van de asielzoeker en minder op stereotype begrippen over processen van ‘zelfacceptatie’ en ‘bewustwording’ die zij ondergaan zouden hebben. Hiermee volgt Harbers deels het advies op dat in het COC-rapport Trots of schaamte wordt gegeven.

Het is positief dat er vanuit de overheid tot actie is overgegaan. Asielzoekers met een LHBTI-achtergrond bevinden zich in een kwetsbare positie en verdienen onze bescherming. Eerst zijn ze gevlucht wegens hun seksuele geaardheid, om vervolgens in een Nederlandse opvang terecht te komen waar ze zich niet vrijuit kunnen uiten, uit angst voor de reacties van andere asielzoekers. Daar komen dan ook nog eens de beoordelingscriteria van het IND bij, waarbij er allerlei persoonlijke vragen gesteld worden.

Momenteel ligt de nadruk erop om te voorkomen dat een asielzoeker onterecht een vluchtelingenstatus krijgt. Vanuit humanitair oogpunt zou er echter meer aandacht moeten zijn voor hun persoonlijke verhalen, zeker gezien de kwetsbare positie waarin deze mensen zich bevinden.