‘Laat Nederland weer het voortouw nemen in emancipatie’, schrijft Max Waterman. Het ‘progressief pionierschap’ van voorheen is volgens hem in het huidige gepolariseerde landschap ondergesneeuwd. Tijd om het weer op te eisen: ‘De politiek straalde er zelfverzekerdheid en daadkracht mee uit en kon, ondanks alle weerstand, bouwen aan de rechten en vrijheden die vandaag de dag niet meer uit onze samenleving weg te denken zijn.’

Op 27 september 1918, honderd jaar geleden, trad Suze Groeneweg toe tot de Tweede Kamer. Ze was het eerste vrouwelijke Kamerlid en nam deel namens de SDAP, de voorloper van de PvdA. Een jaar later volgde de inwerkingtreding van de wet-Marchant, afkomstig van het vrijzinnig-democratische Kamerlid Hendrik Pieter Marchant. Hiermee kregen vrouwen officieel algemeen kiesrecht. In 1922 werden de eerste verkiezingen sinds de invoering gehouden en volgden andere vrouwen het voorbeeld van Suze Groeneweg. Deze periode uit de Nederlandse politieke geschiedenis wordt gezien als een belangrijke ontwikkeling in het kader van deelname van vrouwen aan de politiek en vrouwenrechten in het algemeen.

Hoewel Nederland wereldwijd niet het eerste land was dat vrouwen algemeen kiesrecht gaf – die eer gaat naar Schotland (1881, alleen lokale verkiezingen) en Nieuw-Zeeland (1893, algeheel) – was het op dat moment wel een van de voorlopers: in andere Europese landen, zoals België en Zwitserland, zou het nog enkele decennia duren voordat vrouwen op het (algemeen) kiesrecht aanspraak konden maken.

Donderdag onthulde Khadija Arib, de voorzitter van de Tweede Kamer, een borstbeeld van Suze Groeneweg om honderd jaar algemeen kiesrecht te vieren.

Hoewel vandaag de dag de onmisbare rol van de vrouw in de politiek voor veruit de meeste mensen volstrekt vanzelfsprekend is, is er vanuit conservatieve hoek altijd weerstand geweest tegen de vrouwelijke deelname aan de politiek. Er heerste lange tijd een sterk, religieus ingegeven gezinsideaal waarin de vrouw een prominente rol moest spelen, en waarin zij zich dus niet met de politiek had te bemoeien. Dat deze opvattingen binnen de meest conservatieve kringen standhielden tot lang na de invoering van het kiesrecht voor vrouwen, blijkt wel uit het feit dat de SGP pas in 2013(!) afstand deed van haar standpunt tegen het passief vrouwenkiesrecht.

Volgend jaar, in 2019, volgt een nieuwe mijlpaal. Het is dan, op 1 april om precies te zijn, achttien jaar geleden dat in Nederland als eerste land ter wereld het huwelijk openstelde voor partners van gelijk geslacht. Een mijlpaal, omdat dan voor het eerst mensen van gelijk geslacht oud genoeg zijn om in het huwelijk te treden, terwijl ze hun hele leven in een land geleefd hebben waarin dat legaal was.

Pioniers

Ook deze ontwikkeling, en vele andere ontwikkelingen zoals abortuswetgeving en de afschaffing van het verbod op smalende godslastering, zijn voorbeelden van hoe Nederland in staat was om progressieve hervormingen door te voeren ondanks bezwaren en kritiek uit conservatieve hoek, en deed dat in sommige gevallen als eerste land ter wereld: een progressief pionierschap. De politiek straalde er zelfverzekerdheid en daadkracht mee uit en kon, ondanks alle weerstand, bouwen aan de rechten en vrijheden die vandaag de dag niet meer uit onze samenleving weg te denken zijn.

In het hedendaagse gepolariseerde politieke klimaat lijkt dat pionierschap een beetje ondergesneeuwd: aan de ene kant zijn mensen huiverig om met progressief beleid teveel in te grijpen op het conservatisme binnen minderheden, uit angst voor het faciliteren en versterken van vreemdelingenhaat, en aan de andere kant ontstaat er een wildgroei aan nieuwe emancipatie-idealen die elkaar steeds meer in absurditeit lijken af te troeven, waardoor voor de buitenstaander steeds minder zeker lijkt dat dit daadwerkelijk de volgende upgrade van onze rechten en vrijheden moet worden.

Deze toestand van de werkelijkheid vormt een belangrijke voedingsbodem voor het populisme. Immers, in een land waarin langzaam de verworvenheden van onze progressieve politiek als vanzelfsprekend worden beschouwd, en de actieve rol van het progressivisme daarin wegebt, ligt het breed maatschappelijk geaccepteerde karakter van verworvenheden voor het oprapen. Zodoende worden die makkelijk toegeschreven aan cultureel-conservatief gedachtegoed dat er historisch gezien nooit daadwerkelijk de aanjager van is geweest, maar waarvan de aanhangers die nu wel inbouwen in partijfilmpjes.

Dit leidt bijvoorbeeld in Nederland tot de opvallende situatie dat de PVV zich regelmatig druk maakt over geweld jegens homo’s – overigens mede om daarmee te kunnen ageren tegen de islam – terwijl hun buitenlandse ideologische bondgenoten zich daar soms zelfs openlijk discriminatoir in opstellen. Zodra die buitenlandse invloed, bijvoorbeeld in de vorm van de alt-right-cultuur uit Amerika, een sterkere aanwezigheid krijgt in de achterban van een partij, zoals bij Forum voor Democratie, nemen ook de discriminatoire sentimenten tegen LHBT mensen toe.

Een andere consequentie is dat de progressieve politiek door de vanzelfsprekende aard van deze verworvenheden een beetje de durf is kwijt geraakt om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Er lijkt een relativistische status quo te zijn ontstaan, waarbinnen iedereen recht heeft op zijn of haar eigen waarheden en waarin niemand, of juist iedereen gelijk heeft. Een houding die weliswaar getuigt van medemenselijkheid met de huidige generatie, maar niet met die van over honderd jaar. Een houding die segregatie in eigen progressieve, maar ook conservatieve bubbels in de hand werkt, wat dodelijk is voor gemeenschappelijke progressie. Sterker nog, met de benoeming van conservatieve opperrechters in Amerika, die voor het leven benoemd worden en tegen abortusrechten zijn, dreigt in die landen zelfs achteruitgang. Intussen vragen mensen zich af wat er moet gebeuren om het tij te keren.

Progressieve boom

Eis die progressieve verworvenheden op! Benoem ze als vruchten van een progressieve politieke boom, in plaats van het gras in de gaard eromheen. Progressivisme bracht ons vrouwenkiesrecht, de openstelling van het huwelijk, de abortus- en euthanasiewetgeving en de afschaffing van het verbod op smalende godslastering. Eis ze terug van de populistische politiek die er nu kunstmatig haar electoraat mee opklopt. Weten waar je het in de politiek allemaal voor doet, vergt ook dat je weet wat je tot nu toe allemaal hebt bereikt. Dat geeft een helder perspectief op wat er nog komen gaat en dat laat mensen ook de waarde van je politieke werk zien.

Pionier zijn op dit vlak vergt lef. Het vergt de overtuiging dat je misschien in de samenleving van vandaag impopulair bent, maar in die van morgen een held. Het vergt nu eenmaal een beetje dat jouw gelijk in de wet meer doorklinkt dan dat van de ander. Het vergt dat je je niet laat tegenhouden door opvattingen die alles zo lang als mogelijk hetzelfde willen houden, maar je wil inspannen om de generaties na ons een basis van vrijheden en rechten te geven waar we ons in het hier en nu misschien nog maar weinig bij voor kunnen stellen.

Er hangen nog meer vruchten aan de boom. Nog meer progressieve idealen die in de wachtrij staan om verwezenlijkt te worden. Er zijn mensen in onze samenleving die zich sterk maken om huwelijkse gevangenschap te bestrijden. Om te benadrukken dat ook religie en etniciteit geen barrière mogen zijn om elkaar in vrijheid lief te mogen hebben. Om eindelijk gerechtigheid te krijgen voor aanvallen op je intimiteit, al hebben die decennia geleden plaatsgevonden. Om de levensbeschouwelijke vrijheid en lichamelijke integriteit van het kind op de kaart te zetten en te benadrukken dat ook de ouders en leraren van het kind dat dienen te respecteren.

Zet de ladder tegen de boom en pluk ze. Laat Nederland weer het voortouw nemen in emancipatie. Het zal de progressieve politiek weer betekenis geven en het populisme wind uit de zeilen nemen. Vergeet niet: als iedereen gelijk had, woonden we nu nog in grotten, verlamd door een eeuwige impasse …

Afbeelding: Theo Molkenboer (1871-1920)