Vlakbij mijn huis op Zuid staat de Breepleinkerk, een statig bakstenen gebouw uit 1930. Een paar jaar terug werd bekend dat er in deze kerk onderduikers hadden gezeten. Vanwege mijn werk als stadsgids vertel(de) ik vaak over de oorlog en ook door mijn opa en oma, die in het Rotterdamse verzet zaten, heb ik grote interesse in oorlogsverhalen. De laatste paar weken leg ik geregeld de link met die onderduikers, al is het maar om te beseffen dat de situatie aanzienlijk erger kan dan de crisis waar wij mee worden geconfronteerd.

Om een beeld van de onderduikers te geven: het eerste stel dat een beroep deed op de gastvrijheid van de koster was het jonge Joodse echtpaar Rebecca en Maurice, 17 en 25 jaar oud. Ze waren de dag ervoor getrouwd omdat ze anders niet samen in één ruimte mochten slapen. Het huwelijk was een snelle plechtigheid op de Coolsingel, gevolgd door een huwelijksreis van één nacht. De volgende dag sliepen ze voor het eerst op de vliering boven de ‘orgelzolder’. Na drie weken kregen ook de ouders van Maurice, Meijer en Ida Kool, een oproep om zich te melden voor transport naar Duitsland. Ook zij klopten aan bij de koster.

En zo zaten de twee stellen in een volledig duistere, niet geïsoleerde ruimte van 2,5 bij 6 meter. Na een poosje kwam er nog een echtpaar bij in dezelfde soort ruimte aan de andere kant van het orgel, Chaim en Fifi. Zij hadden drie dochters die ondergebracht moesten worden in pleeggezinnen. Ze verwachtten dat ze ongeveer zes weken op het onderduikadres zouden moeten blijven; het werden uiteindelijk 34 maanden.

Onderduikers, een baby en een moedige arts
Aan de buitenkant zie je niets van de geheime geschiedenis van de kerk. Wel zie je boven de deur de letters ‘hospitaal’. De kerk veranderde in de eerste dagen van mei 1940 in een noodziekenhuis voor de patiënten van het Zuiderziekenhuis, omdat dat te dicht op het front lag. De onderduikplekken werden pas in 2006 ontdekt, toen Rebecca reageerde op een oproep van een kerklid. Er gingen al langer geruchten dat er onderduikers hadden gezeten, zelfs dat er een baby was geboren. Rebecca maakte een einde aan alle geruchten door het echte verhaal te vertellen en te bevestigen dat zes volwassenen en een baby de oorlog hadden overleefd door in de kerk onder te duiken. En zij was zelf de vrouw die een baby had gekregen.

Langzamerhand kwam Rotterdam-Zuid steeds meer te weten over deze bijzondere geschiedenis. Het tragische verhaal kende ook veel heldenrollen, zoals die van dr Leo Lashley. De van oorsprong Surinaamse oogarts was de enige die het aandurfde te helpen met de bevalling. De huisarts uit de wijk werd ook op de hoogte gesteld van een zwangere onderduiker, maar hij durfde het niet aan. Als hij betrapt en daarom geliquideerd zou worden, zou half Feijenoord zonder huisarts komen te zitten. De ongekend dappere dr. Leo Lashley durfde het wel aan. Hij had nog nooit een bevalling gedaan en ging meteen op zoek naar een boek over bevallingen. Hij studeerde er lang op en was op tijd klaar voor de bevalling.

Als door een wonder kwam baby Emile gezond ter wereld, midden in de hongerwinter. Het geluk kon niet op bij het jonge stel en de kersverse opa en oma, maar een baby zou de onderduikers wél kunnen verraden. De andere grote helden in dit verhaal, koster Jacobus en zijn vrouw Annigje de Mars kwamen op een idee. Hun dochter Annie en haar man Wim hadden ook een baby, Sjaak genaamd. De koster vroeg zijn dochter en schoonzoon om weer thuis te komen wonen zodat de luiers aan de waslijn niet opvielen. Dat deden ze, met alle risico van dien.

Verraad en verzet
In de kerk woonden een hoop monden die gevuld moesten worden. Joden kregen geen voedselbonnen, dus waren ze volledig afhankelijk van de helpers. Dokter Lashley speelde ook hierbij een grote rol; zelfs in de hongerwinter fietste hij naar de Hoekse Waard om voedsel te halen bij de boeren. De onderduikers hadden door de dokter verrassend weinig honger.

Helaas zijn er in ons land veel onderduikers verraden. Bekend is het trieste lot van Anne Frank en haar familie. Ook ‘onze’ onderduikers leefden in voortdurende angst voor een Duitse inval. Ze zaten niet altijd in hun piepkleine onderduikruimte, maar waren ook geregeld te vinden in het huis van de koster. De inval kwam er, precies op het moment dat Chaim bij de koster een spelletje zat te spelen. De Duitsers waren op zoek naar wapens. Als door een wonder werden de onderduikers niet gevonden; zelfs Chaim, die door de snelle inval niet meer kon wegkomen en zich verstopte onder het bed van de koster werd niet gevonden. De onderduikers besloten op de zolder te blijven. De inval is deze week precies 75 jaar geleden, drie weken voor de bevrijding.

Volgende maand viert Nederland dat het 75 jaar geleden is dat we bevrijd werden en we sinds die tijd in vrijheid kunnen leven. We wéten zelfs niet beter! Ironisch genoeg zitten we 5 mei waarschijnlijk nog steeds verplicht thuis; een tegenstelling met de onderduikers die op 5 mei 1945 voor het eerst sinds 34 maanden eindelijk weer naar buiten konden. Iedereen had de lange tijd in ‘het Rotterdamse Achterhuis’ overleefd.

Maar met Fifi ging het niet goed; zij had haar drie dochters aan pleegouders moeten meegeven en had ze al drieënhalf jaar niet gesproken of geknuffeld. Toch zagen Fifi en Chaim hun dochter Hadassah nog wel. Hadassah, in de oorlog Hansje genoemd vanwege de te joods klinkende naam, kwam terecht bij een pleeggezin aan de Leede in Vreewijk. Ze konden haar naar de Willem van Oranjeschool zien wandelen en elke zondag zat Hadassah in de kerk waar haar ouders haar konden zien vanaf de balustrade. Na afloop nodigden de koster en zijn vrouw het pleeggezin geregeld uit voor koffie en vroegen Hadassah elke week om de kippen te gaan voeren. Zo konden Chaim en Fifi haar nog even in de tuin bewonderen.

Onze kinderen
Het brak de vrouw dat ze haar dochter wel kon zien maar niet kon knuffelen. De afgelopen weken moet ik vaak aan haar denken. Mijn zoon Salvador is acht jaar en zal ongeveer dezelfde leeftijd hebben als Hadassah toen. Met hem kan ik nu de hele dag knuffelen. Ik geniet ervan te zien hoe hij zich ontwikkelt, hoe hij zichzelf blind typen meester heeft gemaakt terwijl ik even naar de supermarkt was. Hoe hij elke dag met de buurjongen speelt zonder een onvertogen woord. Hoe zijn Nintendo – geheel tegen ieders verwachting in – stof ligt te happen. Hoe hij sommen van groep 5 maakt ‘omdat thuisschool zo leuk is’. Hoe hij enorm goed Engels spreekt, terwijl niemand hem dat ooit geleerd heeft. Hij heeft het nieuwe normaal omarmd heeft alsof het niets is. Hij verbaast me elke dag en elke dag hou ik een beetje meer van hem.

En juist daar ligt een groot verschil met de gruwelen van de oorlog; de constante angst dat je kind iets slechts overkomt. Corona laat onze kinderen grotendeels met rust, we hoeven ons weinig zorgen te maken dat onze kleintjes ziek worden. Er marcheren geen zwaar bewapende soldaten op straat, er heerst geen angst voor buren die je kunnen verraden, we hoeven niet met schoonouders in een donkere ruimte van 15m2 te leven, niemand wordt afgevoerd naar vernietigingskampen. Ondertussen is er genoeg eten en een vrijwel onbeperkte keuze in thuisentertainment.

Hier in Feijenoord is het de afgelopen maand helemaal losgegaan met mooie initiatieven. Als je wat tekort komt, zijn er per persoon wel tien instanties die je daarbij kunnen helpen. We zijn eensgezind met de hele wereld in oorlog met hetzelfde; een virus.

Rotterdam, 2020
Het beloofde een mooi jaar te worden in Rotterdam. Normaal zou ik deze dagen vele kilometers hebben gelopen en honderden mensen per dag over het bombardement hebben verteld dat de binnenstad van Rotterdam verwoestte. Het bombardement is dit jaar precies 80 jaar geleden, dus dat zou een thema worden in mijn tours. De stad staat dit jaar vol met jubilea, want ook onze mooie stad is dit jaar 750 jaar geleden ontstaan. Deze zomer staat bol van de evenementen rondom de Pelgrimvaders, de eerste landverhuizers die 400 jaar geleden vanuit ons Delfshaven naar Amerika voeren. Andere jubilea zijn 40 jaar Marathon, 50 jaar Europacup, 100 jaar stadhuis en precies in dit toch al gerse jaar mocht Rotterdam gastheer zijn van het Eurovisie Songfestival. Het kon niet op!

Tijdens de herdenking van het bombardement staan er dit jaar weer grote schijnwerpers op de brandgrens die hun licht op het wolkendek schijnen. Dit zou precies samenvallen met de halve finale van het Eurovisie Songfestival, waardoor 200 miljoen mensen zouden zien hoe onze prachtige stad uit haar as is herrezen. De aanvragen voor bedrijfsuitjes en tours verzesvoudigden de afgelopen maanden en ik kreeg vanwege een applaus-voor-hulpverleners-filmpje verzoeken om aan te schuiven in talkshows en bij radio-uitzendingen. 2020 zou een VET jaar worden in Rotterdam, en een VET zakelijk jaar voor ondergetekende, maar het lot besliste anders. Ironisch genoeg wordt Ahoy, de locatie voor het Eurovisiesongfestival, vandaag geopend als noodhospitaal, zoals de Breepleinkerk ooit was.

Lieve, gerse, knappe Rotterdammers, wij kunnen dit. Er zijn Rotterdammers die voor heter vuren hebben gestaan, nu in de ziekenhuizen en toen, 80 jaar geleden. We hebben bewezen zonder al teveel woorden een ongekend aantal daden te kunnen verrichten. Dat deden we toen, dat doen we straks weer. Het enige wat wij daarvoor moeten doen, is nu zoveel mogelijk afstand houden en goed voor onze naasten zorgen. Onze vrijheid wordt slechts geografisch beperkt. Deze opdracht is niets vergeleken met die van de dappere dr. Lashley.

In de woorden van een van onze onze slimste stadsgenoten ooit: ‘afstand scheidt enkel de lichamen, niet de geesten’ ~ Erasmus.

Beeld: Henk Mul

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.