Laatst vroeg schrijver Arthur van Amerongen me om deel te nemen aan het Nationaal Dictee. Geschreven door Arthur en Rob Hoogland, georganiseerd door GeenStijl, en met uiteraard een lange neus naar alles en iedereen. Arthur belde me op en vertelde dat hij al van alles had uitgenodigd; PVV’ers, moslims, homo’s, intellectuelen, pornosterren en columnisten. Maar hij had nog geen ‘echte Berber’. Ik hoefde geen seconde na te denken en zei meteen ja.

Die avond werd ik aan iedereen die de studio binnenwandelde, voorgesteld als: ‘Dit is Rachid, de Relberber.’ Na het dictee vroeg iemand me of ik niet beledigd was. Ik zei: ‘Liever een relberber dan een knuffelmarokkaan.’

Ik bén niet zo snel beledigd. En ik heb mij ook nooit gediscrimineerd gevoeld in dit land. Vorig jaar, net voor de Tweede Kamerverkiezingen, was ik op bezoek bij mijn pa die, na veertig jaar hard werken in Nederland, nu al een tijdje van zijn pensioen geniet in zijn geboorteland Marokko. Ik vertelde hem dat tegenwoordig in Nederland veel mensen zich niet meer thuis voelen en bij het minste geringste de discriminatiekaart trekken.

Hij keek me bedenkelijk aan en zei: ‘Zou dat dan niet aan hen zelf liggen? Ik heb me in de veertig jaar dat ik in Nederland heb gewoond, nooit gediscrimineerd gevoeld. Wat is er gebeurd in dat land? Wat is er gebeurd met de mensen die, al dan niet gedwongen, hun thuisland verlieten voor een beter leven?’

Ik knikte instemmend. Hij vervolgde: ‘Als die mensen zich daar niet thuis voelen, waarom pakken ze hun koffers dan niet en verhuizen ze naar een land waar ze zich wel op hun gemak voelen?’ Ik vertelde hem dat tegenwoordig een groep voornamelijk Marokkaanse Nederlanders hun koffer inderdaad al klaar heeft staan op zolder. Voor het geval Wilders aan de macht komt. Hij stond op en mompelde bijna onverstaanbaar: ‘Moeten ze hier eens een paar maanden gaan leven, maar dan zonder het geld wat ze in Nederland hebben. Eens kijken hoe lang ze het volhouden.’ Hij had gelijk.

Mijn vader leerde me al vroeg zelf na te denken en verantwoordelijk te zijn voor mijn daden. ‘Je bent architect van je eigen omgeving,’ zei hij altijd. En daar handelde ik ook naar. Misschien is dat het waarom ik mij nooit gediscrimineerd heb gevoeld.

Begrijp me niet verkeerd; natuurlijk is er ook discriminatie in Nederland en ik walg van alle vormen ervan. Ik ben de eerste die opkomt tegen onrecht in al haar facetten. Maar ik ben ook de eerste die er wat van zegt als men een tikkeltje overdrijft.

Als iemand in de kroeg een grap over Marokkanen maakt, zal ik erom lachen. Is de grap slecht, denk ik: meer oefenen, maat. Wanneer ik een winkel binnenstap en de beveiliger staart me aan, denk ik: die neemt zijn werk serieus. Er is een groot verschil tussen gediscrimineerd worden en gediscrimineerd voelen.

En als er één land is waar ik mij thuis en veilig voel, dan is het Nederland wel. Ik ben in vele landen geweest en altijd ben ik blij en trots als ik weer in het vliegtuig zit, onderweg naar huis. Ik kan me nog goed herinneren wanneer mijn ouders, in de zomervakantie in Marokko, vol trots spraken over Nederland. Het land van Juliana, en later van Beatrix. Het land van vrijheden, waar een vrouw de baas was. Als kind vond ik het wel grappig wanneer mijn moeder dan gekscherend aan mijn vader vroeg of hij niet liever had gewoond in een land waar de man de baas was. Dan antwoordde mijn vader steevast: ‘Zolang mijn kinderen in alle vrijheid kunnen studeren en een mooie toekomst kunnen opbouwen, vind ik alles prima.’

Het is moeilijk om positief te blijven. Positiviteit scoort niet in een tijd waarin mensen lijnrecht tegenover elkaar staan. Maar laten we wat meer energie stoppen in positieve zaken. We hebben met z’n allen ook een individuele verantwoordelijkheid om juist de mooie dingen een podium te geven. Niet alleen oordelen over anderen, terwijl je zelf het eeuwige slachtoffer speelt. En vooral uitgaan van je eigen krachten. Want, zoals de moeder van mijn kind eens treffend zei: ‘Als je hoofd niet vertroebeld wordt door het onuitputtelijk oordelen van andere mensen, houd je ruimte over voor hogere kunsten, muzikale talenten en levenslust.’

Ja. Het leven kenmerkt zich door onzekerheden. Het is daarom belangrijk dat je weet wie je bent. Om te bepalen waar je heen wilt, zul je eerst erachter moeten komen wie je bent, waar je vandaan komt en vooral waar je nu bent. Misschien kun je die koffer dan gewoon op zolder laten staan.

En als je iets aan de samenleving wilt veranderen, moet je dat vooral als individu en met daden doen. Niet gebruikmakend van het ‘wij-gevoel’. Wij. Ik heb het niet zo op dat woord. Ook niet op het woord jullie. Wat mij mateloos stoort is dat anderen menen uit mijn naam te kunnen spreken. Ik voel me niet aangesproken als men het over probleem-Marokkanen heeft. En ik wil ook niet door anderen worden vertegenwoordigd. Ik ben ik. Hou mij erbuiten.

Mensen zeggen wel eens: ‘Wij zijn Berbers.’ Maar de Marokkaanse schrijver Mohamed Choukri zei ooit: ‘IK ben een Berber.’ En dat is precies wat ik tracht te beogen met dit verhaal. IK ben een Rotterdammer. IK ben een Berber. IK ben een Nederlander. Wat dat betreft, vind ik: weg met ‘ONS’. Ik hoef niet te benadrukken wat ik ben of bij wie ik hoor. Dat blijkt uit het leven dat ik leid, uit mijn interesses en mijn vrijzinnigheid.

Het zijn roerige tijden. Ook als het gaat om identiteit. Straatnamen moeten worden veranderd en standbeelden gesloopt. Tot voor kort hoorde je bijna nooit iemand over Coen, Witte de With of Piet Hein. Nu eist men dat standbeelden worden neergehaald of dat straatnaambordjes worden aangepast, omdat die figuren vroeger ‘fout’ waren. Ik ben daarop tegen, omdat we het debat over de geschiedenis van een standbeeld niet meer kunnen voeren, wanneer dat niet meer op het plein pronkt.

Het zou de mensen die dit eisen, sieren wanneer ze meer zouden geloven in hun eigen individualiteit, in de eigen kracht. Maar ze gaan liever uit van de normen en waarden van de eigen groep, en de aversie die de groep heeft jegens anderen. Daarom vind ik identiteitspolitiek fout. Dit fenomeen zorgt ervoor dat elke gelegenheid wordt aangegrepen om af te geven op het land wat in de ogen van mijn ouders misschien wel het mooiste land ter wereld is.

Waarom wordt die energie niet ergens anders in gestopt? Zorg ervoor dat in het onderwijs meer en vooral intensief aandacht geschonken wordt aan het slavernijverleden. Ga daar de straat voor op. Zorg ervoor dat de ‘foute geschiedenis’ zoveel mogelijk besproken wordt, vooral onder de jeugd. Dat bereik je niet door er met gestrekt been in te gaan.

Waarom wordt er niet tegen de moderne slavernij gestreden? Volgens The Walk Free Foundation, een Australische organisatie die zich inzet voor het beëindigen van moderne slavernij, lopen er wereldwijd bijna 46 miljoen moderne slaven rond. In Europa liggen de cijfers rond de ruim 1,5 miljoen en in Nederland hebben we te maken met ongeveer 18.000 slaven. Ja, slaven. Mensenhandel. Mensen die slachtoffer zijn van arbeidsuitbuiting. En dan hebben we het nog niet eens over de seksindustrie, maar over het in mensonterende omstandigheden werken en lange dagen maken voor weinig geld. In de horeca, tuinbouw of als particulier huishulpje.

En hoe zat het met de vele vrouwen die door hun man of familie misbruikt, gebruikt of gedwongen worden om de ander te pleasen? Hoe zat het met de verborgen vrouwen? De gedwongen huwelijken, kindhuwelijken of het gewoonweg niet kunnen en mogen kiezen wie je liefdespartner is? Ook hier in Rotterdam. Nee, in plaats van daarover te schreeuwen, maak je een ludieke postercampagne die in het leven is geroepen om juist aandacht te vragen voor individuele keuzevrijheid en partnerkeuze, helemaal kapot. Chapeau.

Tegelijkertijd vind ik de mensen die ‘moslims pakken onze identiteit af’ schreeuwen, of ‘als Zwarte Piet je niet bevalt, dan rot je maar op naar je eigen land’, net zo erg.

En tegen álle schreeuwers, van welke kant ook, van rechts of links, zeg ik: hou op met constant beren op de weg te zien. We leven in een geweldig mooi land. Ja, we moeten kritisch blijven. Maar alleen afgeven, getuigt niet van de wil om dingen beter te maken. Ben ik nu een nestbevuiler, verrader of huisslaaf?

Het zal mij aan mijn Rotterdamse relberber-reet roesten.

 

Een korte versie van dit essay verscheen eerder dit jaar in Elsevier Weekblad

Nieuwe vrijdenkersOok van Rachid Benhammou (met Boris van der Ham): Nieuwe Vrijdenkers

 

Foto door Nick Fewings op Unsplash