Babak Rezaee is politicoloog en universitair hoofddocent internationale betrekkingen in Nederland. Zijn onderzoek richt zich op de dynamiek van protesten en repressie in autoritaire staten en de politieke economie van conflict, met een regionale focus op het Midden-Oosten. Hij werd geboren en groeide op in Iran, studeerde en promoveerde in de Verenigde Staten, en woont sinds 2019 in Nederland. Babak wordt regelmatig gevraagd door media om duiding te geven bij ontwikkelingen rondom Iran, en spreekt op publieke paneldiscussies over internationale betrekkingen en het Midden-Oosten.
Vrij Links sprak met Babak over de aanloop naar de recente gebeurtenissen, de oorlog met de VS en Israël, de dood van Mahsa Amini en de daaropvolgende protesten, de moord op 40.000 betogers op 8 en 9 januari, en nog veel meer. ‘’Democratie, individuele vrijheid en mensenrechten worden verkocht als kern van de internationale rechtsorde, maar als je niets doet wanneer duizenden Iraniërs worden gedood, ondermijn je die boodschap.”
Hoe schat je de huidige situatie in Iran in?
“Deze ontwikkeling kwam niet uit het niets; de richting was al jaren zichtbaar. Zo’n 10 à 12 jaar geleden, rond de opkomst van Rouhani[1], werd al gesproken over het voorkomen van een ‘harde landing’ van het regime. Sommige oppositiefiguren waarschuwden toen voor een onvermijdelijke crash en pleitten voor een zachte overgang. In plaats daarvan verslechterde de situatie juist, versneld door protestgolven en recente oorlogsomstandigheden.
“Het eerste grote breekpunt lag in 2009, met de Groene Beweging[2] na de omstreden verkiezingen tussen Mousavi[3] en Ahmadinejad[4]. Miljoenen mensen gingen vreedzaam de straat op, maar het harde optreden van het regime, met dodelijke slachtoffers, legde de diepe scheuren in het systeem bloot. Ik maakte dit zelf mee als student tijdens de stille mars.
“Na 2009 bleef de onvrede groeien. Onder Rouhani laaiden protesten opnieuw op, vooral door economische druk en sancties. Dit culmineerde in november 2019 tijdens de ‘bloedige november’, waarbij naar schatting 1000 tot 1500 mensen werden gedood. Kort daarna volgden nieuwe schokken: de dood van Qasem Soleimani en het neerhalen van een passagiersvliegtuig in januari 2020, met voornamelijk Iraanse Canadezen die op weg waren naar Canada.
“Sindsdien is er een duidelijke verschuiving zichtbaar in de Iraanse samenleving: van hoop op hervorming naar roep om transitie, en steeds vaker naar openlijke steun voor omverwerping. Die trend zette zich verder door na gebeurtenissen zoals de dood van Mahsa Amini[5] en de daaropvolgende protesten in 2022.”
Je wist dus dat de situatie ging verslechteren of misschien bergafwaarts zou gaan. Bedoel je daarmee te zeggen dat deze verandering, die zoveel Iraniërs zo graag willen, sowieso was gekomen?
“We dachten destijds niet zozeer aan verandering, maar aan precies de situatie waarin we nu zitten: een patstelling. Intern leidt die tot toenemende repressie en verlies van legitimiteit van het regime onder de bevolking. Extern ontwikkelt Iran zich steeds meer tot een staat die het internationaal recht naast zich neerlegt, landen in de regio bedreigt en via proxies invloed uitbreidt.
“Met de bergafwaartse ontwikkeling refereerde ik aan deze patstelling waarin de druk oploopt, zonder uitweg van binnenuit—waardoor steeds meer mensen hun hoop op een oplossing van buitenaf, bijvoorbeeld via interventie door de VS, zijn gaan vestigen.
“Vanuit een politicologisch perspectief onderscheiden we twee staatsmechanismen: de financiële capaciteit — die belastingen int en publieke goederen levert — en de militaire capaciteit. In falende staten blijft de militaire macht overeind, maar verliest het financiële apparaat zijn greep. Zodra dat gebeurt, regeert de staat niet langer via een burgercontract, maar via angst en repressie. En precies daarin zit de val: eenmaal in die situatie gevangen, kom je er nauwelijks meer uit — zeker niet als sancties de financiële problemen nog verder verdiepen.”
Democratie, individuele vrijheid en mensenrechten worden verkocht als kern van de internationale rechtsorde, maar als je niets doet wanneer duizenden Iraniërs worden gedood, ondermijn je die boodschap.
In Nederland is er veel kritiek omdat de aanvallen van de VS en Israël niet volgens het internationaal recht zouden zijn.
“Als wetenschapper in de internationale betrekkingen zie ik twee grote stromingen: de liberale en de realistische theorieën. Liberalen benadrukken internationale instituties, handel, normen, mensenrechten en organisaties als de VN en de WHO, en zoeken naar een vorm van mondiale wetgeving. Realisten gaan ervan uit dat het uiteindelijk om macht draait: in een anarchistische wereldorde bepalen de sterkste staten de regels en treden zij feitelijk op als ‘wereldpolitie’. Internationale wetten en normen worden in stand gehouden zolang de hegemon — de dominante macht — daar baat bij heeft.
“De kernvraag is dan: nemen staten beslissingen primair uit eigenbelang, of op basis van normen? In de VS zie je dat de verkiezing van Donald Trump vaak wordt gereduceerd tot simplistische verklaringen, maar dat het in feite een reactie is op diepere politieke en maatschappelijke dynamieken die je ook in Europa ziet. De VS — als de voornaamste architect en hoeder van de liberale internationale orde — ervaart het handhaven daarvan steeds meer als een last in plaats van een voordeel. Als er ooit een ‘gouden tijdperk’ van de liberale orde bestond, dan is de centrale vraag nu of die orde kan overleven wanneer haar belangrijkste promotor er niet langer belang bij heeft om haar in stand te houden. Het gevolg is dat de steun voor liberale normen en instituties erodeert, zowel internationaal als nationaal.
“Het moderne internationale mensenrechtenkader is na de Tweede Wereldoorlog vormgegeven, met veel invloed van Latijns-Amerikaanse landen en maatschappelijke bewegingen, en leidde uiteindelijk tot instrumenten als het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof in Den Haag. Maar inmiddels zie je dat internationaal recht in hoge mate instrumenteel wordt ingezet: als retorisch wapen in ideologische conflicten. Men roept bijvoorbeeld dat de VS en Israël Iran illegaal aanvallen, terwijl de VN Veiligheidsraad geen veroordelende resolutie aanneemt of een door Rusland ingediende motie om die aanvallen te stoppen niet wordt aangenomen. De VN-Veiligheidsraad had de mogelijkheid om deze militaire interventie te stoppen, maar kreeg daar de stemmen niet voor. Dan rijst de vraag: kunnen we deze interventie nog als illegaal bestempelen, terwijl het hoogste veiligheidsorgaan van de VN de kans had om in te grijpen maar dat niet deed?
“Daarnaast zijn we zelf medeverantwoordelijk voor het uithollen van normen. Een van de kernprincipes van de naoorlogse ontwikkeling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens was juist dat de wereld niet langer zou toestaan dat staten zich achter het soevereiniteitsargument verschuilen om de rechten van hun eigen bevolking te schenden — de internationale gemeenschap draagt daar een verantwoordelijkheid in. Vervolgens hebben staten er collectief voor gekozen om de Responsibility to Protect in te perken en politiek te bepalen waar ze wél en niet kijken wanneer er ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvinden.
“Tijdens de Mahsa Amini-protesten zagen we massaal geweld tegen demonstranten in Iran, maar vanuit Europa volgden vooral milde veroordelingen: geen serieuze sancties, geen sluiting van ambassades, geen consequente aanwijzing van de IRGC als terroristische organisatie. Tegelijkertijd worden democratie, individuele vrijheid en mensenrechten verkocht als kern van de internationale rechtsorde, maar als je niets doet wanneer duizenden Iraniërs worden gedood, ondermijn je die boodschap.
“Overigens: velen betwisten de legaliteit van de militaire interventie van de VS en Israël, maar niemand brengt ter sprake dat de Iraanse overheid het internet afsloot en de toegang beperkte — een duidelijke schending van Artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.
“Iraniërs zien bovendien hoe Europese leiders naar Teheran reizen, de president gretig begroeten en zelfs hun haar bedekken, terwijl datzelfde regime vrouwen in Iran onderdrukt en doodt. Dat wordt ervaren als een dubbele moraal en tast het vertrouwen in de door het Westen geproclameerde waarden aan. Ook in de academische wereld valt dat op: de Women, Life, Freedom[6] beweging werd internationaal gepresenteerd als een historische feministische revolte, maar kreeg in progressieve kringen in het Westen relatief beperkte en vaak symbolische steun, zeker vergeleken met de felle en massale reacties op het recente Palestijnse conflict.
“Het resultaat is dat internationale normen van twee kanten worden uitgehold: van bovenaf, omdat de VS niet langer de politieke en financiële wil heeft om als hoeder van de orde op te treden, en van onderop, omdat burgers en bewegingen de selectieve toepassing van mensenrechten en rechtsstatelijke principes haarfijn doorzien. Voor veel Iraniërs zijn deze discussies over theorie en recht echter bijzaak; zij ervaren vooral dat hun strijd voor vrijheid en rechtsstaat veel minder serieus wordt genomen dan men in het Westen graag over zichzelf gelooft.
“Internationaal recht en normen zijn grote verworvenheden van de liberale wereldorde. Maar we moeten ook zelfkritisch durven zijn en ons afvragen waar, waarom en hoe deze wetten en instituties worden uitgedaagd en verzwakt. Simpelweg stellen dat de VS hiervoor verantwoordelijk is, is een naïeve reactie. Ten eerste accepteer je daarmee impliciet dat de VS de voornaamste speler was in het handhaven ervan. Ten tweede erken je dat internationale organisaties na bijna tachtig jaar nog steeds niet sterk genoeg zijn om zichzelf te beschermen. En ten derde verschuif je de schuld naar anderen zonder je af te vragen wat wij, bijvoorbeeld in Europa, zelf hebben gedaan — of nagelaten.”
Wat is de relatie tussen de Revolutionaire Garde en het leger?
“Het idee was om de Islamitische Republiek ‘coup-proof’ te maken. Khomeini omringde zich vanaf zijn machtsovername met een gelaagd netwerk van militaire apparaten die elkaar wederzijds controleren en in de gaten houden, en onder Khamenei is deze structuur nog verder versterkt en uitgebreid.
“Aan de basis staat het reguliere leger, waarvan de kerntaak het verdedigen van Iran en zijn grenzen is. Het leger speelt in de praktijk een secundaire rol ten opzichte van de Garde, maar heeft wel een significantere positie in de luchtmacht: terwijl de luchtmachttak van de Garde zich richt op raketten, beschikt het reguliere leger over gevechtsvliegtuigen en conventionele luchtverdediging. Daarnaast hebben we het Korps van de Garde van de Islamitische Revolutie — let op: de naam bevat bewust niet het woord ‘Iran’. Het enige doel van het Korps is het verdedigen van de Islamitische Revolutie, zowel binnen als buiten Iran. Vervolgens is er de Basij, een paramilitaire organisatie die nauw verbonden is met de Revolutionaire Garde, maar voornamelijk actief is op wijkniveau. De recente aanvallen op moskeeën zijn niet zozeer uitingen van haat jegens de islam — die moskeeën fungeren namelijk als operationele bases van de Basij.
“Ten slotte zijn er de inlichtingendiensten. Naast de traditionele militaire inlichtingendienst — zoals elk land die kent — beschikt Iran over aparte inlichtingendiensten voor de Revolutionaire Garde én voor de Basij. Het resultaat is een systeem van overlappende controlelagen, bewust ontworpen om elke poging tot machtsovername van binnenuit te neutraliseren.
“Daarnaast hebben we een inlichtingendienst voor het rechtssysteem, en uiteraard ook politiediensten — met een eigen inlichtingendienst. Als je in Iran wordt gearresteerd, weet je vaak niet eens door wie. Dat moet je achteraf zien uit te zoeken. Het gaat dus om een heel web van veiligheidsdiensten die elkaar tegelijk controleren én met elkaar samenwerken.”
Een groot deel van de Iraniërs verliest het vertrouwen in westerse en mainstream media, omdat die als sterk bevooroordeeld worden ervaren. Er lijkt vaak eerder een soort omarming van het islamitische regime te zijn, simpelweg omdat de mainstream media Trump en Netanyahu niet mag en extra hard bekritiseert.
De naam van Pahlavi wordt natuurlijk vaak genoemd. Maar daar wordt ook negatief op gereageerd, bijna alsof je al in de ‘rechtse’ hoek zou zitten, in plaats van dat je zoekt naar de beste oplossing voor de Iraniërs zelf. Ik merk dat ik het zelf moeilijk vind daar iets over te zeggen omdat ik geen Iraniër ben. Maar ik ben natuurlijk benieuwd hoe jij daarover denkt?
“Wat vaak ontbreekt in westerse media is de stem en handelingsruimte van Iraniërs zelf. Bovendien krijgt het debat over Reza Pahlavi vaak een ideologische lading, terwijl een nuchtere analyse nodig is. Zowel bestaand onderzoek als mijn eigen onderzoek laten zien dat Pahlavi momenteel veruit de meest vertrouwde oppositieleider is. De relevante vraag voor journalisten en academici is dus: waarom?
“Daarop zijn twee antwoorden. Ten eerste is er een herwaardering van het verleden. Mohammad Reza Pahlavi leidde een politiek gesloten systeem, maar bracht ook vrijheden die vandaag vaak worden vergeten, zoals vrouwenrechten, en economische en religieuze ruimte.
“Ten tweede is er de rol van andere politieke stromingen. Na de revolutie bleken juist linkse en islamistische coalities medeverantwoordelijk voor het ondermijnen van burgerlijke vrijheden, vaak gelegitimeerd door anti-imperialistische ideeën. In die context wordt Reza Pahlavi door veel Iraniërs gezien als een relatief vrijheidsgerichte optie, wat zijn huidige populariteit helpt verklaren.
“Veel Iraniërs – ook in Europa en de VS – raken in paniek omdat ze patronen herkennen uit het verleden. In 1979 zagen we hoe islamisten slim gebruik maakten van het linkse intellectuele klimaat; denkers als Ali Shariati[7] mengden islam en marxisme en legitimeerden een alliantie tussen religie en links revolutionair denken. Linkse groepen hadden toen zelfs gewapende vleugels, zoals de Mojahedin-e-kalq [red. MEK].
“Onder de sjah was de politiek autoritair en de ruimte voor oppositie beperkt, maar er bestonden wél economische en religieuze vrijheden. Bahá’ís, joden en Armeniërs hadden relatief veel ruimte; de persoonlijke arts van de sjah was Bahá’í, veel ondernemers waren joods, Bahá’í of christelijk, en je religie bepaalde niet je kansen. Er was zelfs een openlijk erkend homohuwelijk in 1975 in Teheran, wat voor die tijd wereldwijd bijzonder progressief was. Juist deze modernisering – vrouwenrechten, culturele vrijheid – maakte de sjah echter tot doelwit van de ayatollahs: onder de eerste en meest zichtbare slachtoffers van de islamitische revolutie waren de vrouwenrechten, al snel gevolgd door de rechten van religieuze minderheden.
De sjah introduceerde bovendien veel socialistische ideeën in het land, zeer waarschijnlijk beïnvloed door zijn jeugdjaren in Europa. Gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, landhervorming, het delen van fabriekswinsten met arbeiders — dit alles begon en ontwikkelde zich onder de sjah. Sommigen wijzen erop dat er armoede was onder Pahlavi; uiteraard was die er, maar er was voortdurende verbetering op deze terreinen. Een eenvoudige blik op het BBP per hoofd van de bevolking laat zien dat de olie-inkomsten het leven van de mensen verbeterden, terwijl het islamitische regime veel grotere olie-inkomsten ontving maar er niet in slaagde het welzijn van de bevolking ook maar in de buurt te brengen van wat de sjah bereikte — en dat na de Tweede Wereldoorlog en de bezetting van Iran. De sjah ontving kritiek van linkse groeperingen, maar die kritiek richtte zich niet zozeer op zijn beleid als wel op zijn nabijheid tot de VS en zijn gebrek aan kritische houding tegenover het Westen.
“De sjah had ook kunnen kiezen voor het pad van Saoedi-Arabië: een geleidelijke en voorzichtige culturele en religieuze koers varen, met de geestelijkheid samenwerken, en zo aan de macht blijven. In plaats daarvan probeerde hij Iran dichter bij het Westen en bij een moderne natiestaat te brengen, en betaalde daar uiteindelijk een hoge prijs voor.
“Vandaag maken Iraniërs opnieuw de nuchtere vergelijking: hun grootouders konden zonder visum de wereld over reizen, rechtstreeks van Teheran naar New York, terwijl hoogopgeleide Iraniërs nu op luchthavens en ambassades worden vernederd. Iran was ooit een gerespecteerd land; nu worden Iraniërs geassocieerd met een regime dat vrouwen onderdrukt, economisch wanbeleid voert, corrupt is en mensenrechten systematisch schendt. De prestaties van de islamitische republiek spreken wat dat betreft voor zich: systematische corruptie, structurele discriminatie en aanhoudende onderdrukking van vrouwen. Tegen die achtergrond is het logisch dat veel Iraniërs terugkijken op de Pahlavi-tijd en zeggen: laten we het ten minste eerlijk en nuchter vergelijken.
“Een groot deel van de Iraniërs verliest het vertrouwen in westerse en mainstream media, omdat die als sterk bevooroordeeld worden ervaren. Er lijkt vaak eerder een soort omarming van het islamitische regime te zijn, simpelweg omdat de mainstream media Trump en Netanyahu niet mag en extra hard bekritiseert. De mainstream media, ook hier in Nederland, is de nuance kwijtgeraakt: de afkeer van Trump en Netanyahu leidt ertoe dat men de Islamitische Republiek omarmt en tegelijkertijd Reza Pahlavi bekritiseert omdat hij niet kritisch genoeg zou zijn over de VS en Israël. Voor iemand in een stad als Shiraz of Isfahan zijn Trump’s verleden of Netanyahu’s optreden in het Israël-Palestina conflict echter geen prioriteit. Hun prioriteit is dat dit regime hun leven buitengewoon zwaar heeft gemaakt, en om die reden sluiten zij Reza Pahlavi niet uit als iemand die de VS en Israël niet als vijand beschouwt.”
Er zijn talloze voorbeelden van kinderen van regime-insiders die als oliemagnaten opereren, extravagante feesten vieren en een leven leiden dat gewone Iraniërs niet is toegestaan. Het islamitische regime in Iran is óók een veiligheidsdreiging voor het Westen, en dat moeten we onder ogen zien.
Ik hoor wel verhalen dat in Iran achter gesloten deuren volop gefeest kan worden, waarbij ook de alcohol rijkelijk vloeit.
“Ja, maar dat kan alleen als je rijk bent — families van mensen die nauw verbonden zijn met het regime, bijvoorbeeld. Er zijn talloze voorbeelden van kinderen van regime-insiders die als oliemagnaten opereren, extravagante feesten vieren en een leven leiden dat gewone Iraniërs niet is toegestaan. Zij kunnen zonder probleem feestvieren, ze kunnen alcohol drinken in zelfs sommige restaurants in het noorden van Teheran. Ze kunnen doen wat ze willen. Allemaal dingen die gewone mensen niet openlijk kunnen doen, of ze moeten heel voorzichtig zijn als ze het wel doen. Hetzelfde geldt voor het al of niet dragen van de hijab. Het zijn allemaal mensen uit het rijke noorden van Teheran die dit soort dingen kunnen doen of laten. In het centrum of armere delen van Teheran en Iran kom je het steeds minder tegen. En dat komt omdat de politie niet durft op te treden in de rijke wijken van Noord-Teheran.”
Landen in de regio hebben vanwege hun overwegend Arabische en islamitische bevolking geen of complexe relaties met Israël. Hoe staan de Iraniërs tegenover Israël?
“We hebben geen exact cijfer. Wat ik wel kan zeggen: de steun onder Iraniërs wordt in westerse media vaak verkeerd weergegeven. Ik ben niet verbaasd over signalen van sympathie voor Israël, maar die worden vaak weggezet als marginaal, terwijl het beeld complexer is.
“Al in 2009, tijdens de Groene Beweging en op Quds-dag, scandeerden demonstranten: ‘Geen Gaza, geen Libanon, mijn leven voor Iran.’ Dat laat zien dat veel Iraniërs zich verzetten tegen het buitenlandse beleid van het regime. Toch blijven sommige academici en media het beeld herhalen dat Iraniërs overwegend pro-Palestina zijn. Je ziet hetzelfde in het dagelijks leven. Bij voetbalwedstrijden, waar de overheid Palestijnse symbolen probeert te pushen, reageren supporters soms juist afwijzend. Dat soort signalen worden vaak genegeerd, terwijl ze laten zien hoe mensen er echt in staan.
“Voor veel Iraniërs is het conflict met Israël geen ideologische kwestie, maar een last die zij zelf dragen: door sancties, isolatie en de kosten van het buitenlandse beleid van het regime. Daarom kijken zij anders naar deze kwestie dan veel Europese commentatoren. Dat helpt ook verklaren waarom Reza Pahlavi steun krijgt. Hij pleit niet voor een ‘pro-Israël’-koers, maar voor normale, niet-vijandige relaties. Dat onderscheidt hem van delen van de oppositie die vasthouden aan een anti-Israëlstandpunt. Voor veel Iraniërs is dat een belangrijke keuze: doorgaan met een ideologische buitenlandse politiek, of kiezen voor normalisering.
“Opvallend is dat veel Europeanen economisch en qua veiligheid profiteren van de relaties van hun landen met Israël, maar Israël bekritiseren vanuit een positie van privilege — zij dragen zelf niet de kosten van een anti-Israëlstandpunt. Iraniërs daarentegen zien dat het agressieve beleid van het islamitische regime tegen Israël hun alleen maar zware lasten heeft opgeleverd: zij betalen de prijs van een vijandigheid jegens een land dat niet eens hun buurland is. Sommige Iraniërs zeggen het zo: wij hebben 47 jaar de rekening betaald — wie het van ons wil overnemen, ga gerust je gang, maar laat ons erbuiten.”
Als je het over oppositiegroepen hebt, bedoel je dan ook de Moedjahedien?
“Er zijn grofweg vier politieke stromingen binnen de Iraanse oppositie waar je hier naar verwijst. De Moedjahedien zijn er daar één van, maar binnen Iran zijn zij vaak nog minder geliefd dan het islamitische regime zelf. Ze voeren veel campagnes en media-acties, maar spelen in de ogen van veel Iraniërs geen doorslaggevende rol.
“Daarnaast zijn er etnische groepen, vooral Koerden, en vervolgens twee grote blokken rond de staatsvorm: anti-Pahlavi-republikeinen en pro-Pahlavi’s. Binnen de republikeinen heb je een stroming die Reza Pahlavi níet steunt en sterk anti-Israëlisch en anti-neoliberaal is; hun identiteit is vooral ‘tegen Israël’ en ‘tegen het imperialistische, neoliberale Westen’ — wat opmerkelijk genoeg ideologische waarden zijn die zij delen met het islamitische regime, en je ziet tegenwoordig dat sommigen van hen openlijk de kant van de Islamitische Republiek kiezen.
“Daartegenover staat het pro-Pahlavi-kamp, dat hem als transitieleider heeft aanvaard. Dit kamp omvat constitutionele monarchisten, republikeinen, en zelfs bepaalde etnische groepen die zich gecommitteerd voelen aan het idee van Iran als multi-etnisch land. Dit pro-Pahlavi-kamp keert zich tegen het islamitische regime in zijn geheel en staat in volledig contrast met het huidige bewind. Zij hebben geen anti-Israëlische of anti-neoliberale agenda, maar willen Iran — met zijn rijke natuurlijke hulpbronnen, grote en hoogopgeleide bevolking en hoog percentage vrouwen in wetenschap, techniek en informatica — zien als een seculier en liberaal land dat een economisch open koers verwelkomt, goed met zijn buren overweg kan en zijn buitenlands beleid definieert op basis van economische en veiligheidsbelangen. Dat betekent dat Iran open moet staan voor handel met de VS en geen bedreiging voor Israël mag vormen, maar Israël moet zien als elk ander land. In Europa hanteren landen als Nederland en Duitsland precies zo’n benadering: zij definiëren hun buitenlands beleid op basis van economische en veiligheidsbelangen en houden hun kritiek op de VS en Israël aan de oppervlakte, zonder fundamenteel iets te veranderen, zoals inderdaad de meerderheid van de bevolking via hun volksvertegenwoordigers in de parlementen wil, ondanks de luide kritiek die we horen. De vraag is waarom deze manier van denken, wanneer zij van Iraniërs komt, opeens zwaar onder de loep wordt genomen en moreel wordt veroordeeld.
“Al deze oppositiegroepen, met uitzondering van de MEK en sommige etnische groeperingen, delen echter één ervaring: decennia van inzet voor civiel verzet — van de Groene Beweging tot de Mahsa Amini-protesten — die steeds opnieuw met geweld werden neergeslagen, waarbij tijdens de laatste massale protesten duizenden demonstranten werden gedood.”
Je doelt op 8 en 9 januari van dit jaar?
“Inderdaad. De vraag is dus: als we tegen een buitenlandse interventie zijn, wat is dan wél de oplossing? Precies daar wringt het: op het moment dat je geen helder antwoord hebt, begint het probleem eigenlijk pas. Sommigen betogen dat we de instrumenten en beleidsmaatregelen moeten inzetten die het internationaal recht en de internationale normen bieden, maar dan moeten we ons onmiddellijk afvragen waarom diezelfde instrumenten en inspanningen 47 jaar lang hebben gefaald en de situatie en mensenrechtenschendingen in Iran zelfs zijn verslechterd.
“Europa is in mijn ogen slecht in het herkennen van zijn eigen veiligheidsrisico’s en de bijbehorende kosten. We hebben de Tweede Wereldoorlog gehad, de nazi’s, de oorlogen in de Balkan, en het meest recent de confrontatie met Rusland. Maar het islamitische regime in Iran is óók een veiligheidsdreiging voor het Westen, en dat moeten we onder ogen zien.
“Hoeveel afkeer we ook hebben van militaire interventie, we kunnen niet doen alsof er geen gevaar is. Niemand wil in Amsterdam wonen met het gevoel dat men naast Noord-Korea leeft: permanent onder dreiging van een regime dat je kan raken. Als Teheran ballistische raketten zou hebben waarmee het Amsterdam kan aanvallen, dan maken wij feitelijk deel uit van dat risicogebied.”
Keyvan Shabazi is de laatste tijd regelmatig te zien en horen op de Nederlandse TV. Hij meldt ook altijd dat er veel steun is voor Pahlavi, maar veel mensen willen dat niet horen. Hij steunt de aanval van de VS en Israël, maar hij krijgt dan te horen dat het tegen het internationale recht is. Keyvan zei ook dat hij van mensen in Iran hoort dat ze bang zijn als ze geen bombardementen meer horen omdat ze vrezen dat Amerika en Israël zijn gestopt met aanvallen.
“Ik volg de media-optredens van Keyvan al langer. Ik heb al eerder gesproken over de manier waarop de media deze oorlog en de aanloop ernaartoe verslaan. Het verbaast en bedroeft me. De reacties die Keyvan krijgt, zijn een treffend voorbeeld van hoe de media met dit onderwerp omgaan. Veel mensen zijn er niet blij mee dat hij van zich laat horen. De situatie rond Keyvan illustreert hoe mensen worden teruggefloten vanwege hun mening. Nederland wordt toch geacht een baken van vrijheid te zijn. De Nederlandse Republiek bood denkers als Spinoza, Descartes en John Locke het intellectuele klimaat waarin vrij denken kon overleven — toen dat elders in Europa niet veilig was. Het doet me pijn te horen dat joodse studenten antisemitische opmerkingen horen in de klas. En zodra iemand een andere mening ventileert, krijgt hij een lawine van etiketten over zich heen: fascist, xenofoob, islamofoob. Laten we in plaats daarvan gewoon het gesprek aangaan. Het is zo triest — ik las ergens dat Keyvan zei, Ik ben bang dat ik niet meer in Nederland kan leven. Dit is niet het vrije land dat het zou moeten zijn, want ik kan mijn mening niet meer vrijuit delen. En jij kunt dat evenmin. Maar vrijheid van meningsuiting, hoe hard en hoe onaangenaam die ook voor ons kan zijn, moet gehoord en omarmd worden zolang zij niet gewelddadig is en niet aanzet tot geweld.”
Tot slot nog een persoonlijke vraag: Wanneer en waarom ben je naar Nederland gekomen?
“Ik kwam in september 2019 naar Nederland. Maar ik ben in 2011 al vertrokken uit Iran en ging toen naar de VS om te studeren. Na mijn PhD kwam ik hier, na een jaar in Turkije te hebben gewoond. Gezien mijn opvattingen kon ik in Iran nooit universiteitsdocent worden, omdat ik zeer waarschijnlijk niet door de ideologische toets zou komen. Wanneer mensen mij vragen of en waarom ik de VS en Nederland dankbaar ben, is mijn antwoord altijd hetzelfde. Ik droomde er altijd van universiteitsdocent te worden, onderzoek te doen en vrij les te geven. Ik vind het erg fijn om les te geven en ideeën uit te wisselen met een jongere generatie. Ik wist dat ik deze droom niet kon realiseren in Iran. Daarom ben ik de VS en Nederland dankbaar, want zij hebben mij deze mogelijkheid gegeven en mij ondersteund op weg naar dit doel.”
Voetnoten
[1] Hassan Rouhani, voormalig president van Iran (2013-2021)
[2] De Groene Beweging in Iran is een politieke beweging die voortkwam uit protesten tegen de vermeende manipulatie van de presidentsverkiezingen van 2009. De beweging heeft een grote impact gehad op de politieke situatie in Iran, met demonstraties en opstanden die deel uitmaken van de Iraanse geschiedenis.
[3] Mir-Hossein Mousavi. Iraanse politicus en oppositieleider. Van 1981 tot 1989 premier van Iran. Hervormingsgezinde kandidaat bij de presidentsverkiezingen van 2009 en leider van de oppositie tijdens de onrust na de verkiezingen.
[4] Mahmoud Ahmadinejad. President van Iran van 2005-2013.
[5] Mahsa Amini overleed in 2022 op 22-jarige leeftijd, na mishandeling door de zedelijkheidspolitie omdat zij haar haar niet voldoende bedekt zou hebben.
[6] Ontstaan na de gewelddadige dood van Mahsa Amini in 2022.
[7] Ali Shariati Mazinani (1933–1977). Iraanse revolutionair en socioloog, gespecialiseerd in de sociologie van religie. Hij geldt als een van de invloedrijkste Iraanse intellectuelen van de 20e eeuw en wordt vaak de ideoloog van de Islamitische Revolutie genoemd, al vormden zijn ideeën niet de feitelijke basis van de Islamitische Republiek. [Bron: Wikipedia]

