‘Rechts verdedigt nu de waarden van de Verlichting zonder zich te realiseren waar ze vandaan komen’, schrijft publicist en voormalig PvdA-wethouder Paul Bordewijk. De kritiek dat het manifest van Vrij Links eigenlijk rechts zou zijn, deelt hij dus niet. Integendeel, het lijkt hem misschien zelfs te links.

Er is veel te doen over het ‘manifest’ Vrij Links van Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel dat op 18 mei verscheen in de Volkskrant  en waarover op 22 mei gediscussieerd werd in De Balie. Als ik sommige witte mannen in mijn tijdlijn mag geloven, is het een verwerpelijk rechts document, maar dat heb ik er niet uit gehaald. Eerder vond ik het niet altijd even helder, maar dat heb je vaker wanneer een stuk afkomstig is van een heel comité.

Rechts zou ik het zeker niet willen noemen. Er staan twee concrete voorstellen waarvan ik me juist afvraag of ze niet veel te links zijn. De auteurs willen het bijzonder onderwijs afschaffen, evenals de vrijheid van godsdienst als afzonderlijk mensenrecht. Het eerste, daar was ik vroeger heel erg voor. ‘Onverdeeld naar de Openbare School’ was de leus bij ons thuis. Maar later ben ik me gaan afvragen of het niet een kwestie is van het recht zelf te mogen kiezen hoe je je kinderen opvoedt. Op dat punt ben ik dus rechtser geworden.

Wat de vermelding van godsdienst in de Grondwet betreft: dat gaat niet alleen om je mening, maar ook om het handelen naar je godsdienst of levensovertuiging. De mogelijkheid om dienst te weigeren was daarop gebaseerd. Het speelt nu een rol in de discussie over ritueel slachten. Er dreigt zo een atheïstisch fundamentalisme, vooral van de kant van D66, maar historisch is dat niet rechts maar links.

Ik heb ook nooit begrepen dat mensen die over het homohuwelijk dezelfde opinie hadden als het eerste kabinet Kok (tegen), als ambtenaar van de burgerlijke stand ook geen andere huwelijken mogen voltrekken. De term ‘weigerambtenaar’ riep bij mij juist positieve associaties op, iets met ambtenaren die tijdens de bezetting geen loyaliteitsverklaring wilden tekenen.

Waar de critici van het manifest op aanslaan, is de zorg die aan het manifest ten grondslag ligt over de sociale dwang binnen de soennitische geloofsgemeenschappen. Geloofsafval geldt daar als verboden, meisjes moeten als maagd het huwelijk in, en goed in de gaten worden gehouden dat dat ook gaat lukken. Homoseksualiteit is uit den boze en sommige vrouwen mogen van hun man de deur niet uit.

Deze opvattingen liggen vaak nog niet eens zo ver af van die van aartsbisschop Eijk of van Kees van der Staaij, maar de reactie daarop bij een belangrijke stroming binnen seculier links is een heel andere. Terwijl er met roomsen en refo’s onbeperkt gespot mag worden, ben je in de ogen van de critici van het manifest al snel een fascist wanneer je je ook in keurige taal afzet tegen praktijken binnen de Islam.

Toch is daar alle reden voor. In 1972, toen de eerste gastarbeiders hun vrouwen lieten overkomen – die overigens geen hoofdoek droegen – drukte het Leidsch Dagblad een groot artikel af waarin werd uitgelegd dat bij moslims de man de baas in huis was, dat de oudste zoon ook gehoorzaamd moet worden door de rest van het gezin, en dat ouders de huwelijkspartners van hun kinderen uitzoeken. Dat was dus in de tijd van Dolle Mina en MVM. Hoe dat zich tot elkaar verhield werd niet uitgelegd. Het kwam er dus op neer dat in de multiculturele samenleving voor moslims andere normen golden dan voor autochtone Nederlanders. In feite was dat een vorm van discriminatie.

De paradox was dat deze discriminatie ontstond als reactie op de Tweede Wereldoorlog. Angst voor een nieuwe Holocaust maakte dat men in de moslims de nieuwe joden ging zien, en daarom elke kritiek op gebrekkige integratie afwees. Vooral de Anne Frank Stichting was daarbij heel actief, wat het beeld van de moslims als nieuwe joden versterkte. En dus werd er heel voorzichtig gereageerd wanneer de Turkse Omroep Stichting in Amsterdam opriep tot het doden van tegenstanders van de islam en van meisjes die buitenechtelijke seks hadden gehad.

Intussen zijn de opvattingen heel wat opgeschoven, vooral nadat Bolkestein had aangekaart dat veel in de islam zich niet verdroeg met onze verlichte traditie. Fortuyn maakte daar de joods-christelijke traditie van, maar dat sloeg nergens op. Er is eerder sprake is van een joods-christelijk-islamitische traditie waarin de vrouw op één lijn staat met de os en de ezel, en die botst met onze seculiere waarden.

Rechts verdedigt nu de waarden van de Verlichting zonder zich te realiseren waar ze vandaan komen. Als je Buma hoort denk je dat Abraham Kuyper al voor het homohuwelijk was. Als reactie daarop zien sommigen niet meer dat het hier om linkse waarden gaat waar rechts mee aan de haal is gegaan.

Er is veel wetgeving gekomen om de immigratie te beperken en de integratie te bevorderen. Maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Uit de felle reacties op het manifest blijkt dat de angst om kritiek op moslims te hebben vanwege de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog nog steeds niet weg is. In de bijeenkomst in De Balie gaf vooral Keklik Yücel typerende voorbeelden van de angst binnen de PvdA voor de islamitische orthodoxie. Daarom is het verheugend dat Lodewijk Asscher het een belangrijk initiatief heeft genoemd.

Maar de in het manifest genoemd wettelijke maatregelen zullen het probleem niet oplossen. Daarvoor is een brede consensus veel belangrijker. Juist daarom valt het te betreuren dat het manifest zulke overtrokken reacties heeft opgeroepen. Aan de andere kant bewijzen juist die reacties hoe belangrijk een discussie hierover is. Maar dan moet je wel bereid zijn die te voeren.

Deze column is eerder gepubliceerd in online magazine De Leunstoel.