‘Artistieke vrijheid is geen luxe, maar noodzaak voor een open samenleving’

Leestijd 18 minuten

Maandag 10 juni sprak Femke Lakerveld, actrice en voorzitter van de stichting Vrij Links, op de Haagse Verlichtingsborrel (elke tweede maandag van de maand). Een persoonlijke bespiegeling over vrijheid, vrijdenkers en je mengen in het publieke debat.

Goedenavond. Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier vandaag te spreken.

In de uitnodigingsmail van de organisatie werden deze bijeenkomsten beschreven als ‘een maandelijks feestje over helder denken, de moraal en het goede leven.’ Ik zou met mijn verhaal vandaag natuurlijk graag met deze drie aantrekkelijke uitgangspunten samenvallen, maar dat kan ik niet beloven. De waarde zit wellicht in de poging.

Ik ga het vandaag hebben over Vrij Links, onze uitgangspunten, en ook een beetje over mijzelf en mijn beweegredenen om deel te nemen aan het publieke debat – iets dat voor mij als actrice en adviseur in de cultuursector aanvankelijk niet zo vanzelfsprekend was.

Vrij Links wordt steeds vaker uitgenodigd voor vrijdenkersborrels of -debatten, zoals deze. Dat is niet helemaal toevallig. Ik vermoed dat ik vanavond een vrijdenkend publiek tref, hoewel het natuurlijk maar helemaal de vraag is of u zichzelf ook zo zou labelen. In de aanloop naar vandaag stelde ik in ieder geval mezelf de vraag: zou ik mezelf ‘vrijdenker’ noemen? Dat leek me een leuk experiment.

Een vrijdenker is volgens de definitie ‘iemand die meent dat de basis voor alle overtuigingen moet bestaan uit wetenschap, logica en rede, en niet geloof, gezag, dogma of traditie’. Bij het woordje ‘moet’ in deze definitie aarzel ik – dat is waarschijnlijk een karakterologisch dingetje – maar de opsomming lijkt me vooral incompleet. Kunst, empathie, emotie staan in ieder geval bij mij ook aan de basis van mijn overtuigingen. Maar …

… als u zegt: ‘Vrijdenkers onderzoeken de werkelijkheid zonder dogmatische of ideologische vooroordelen’, dan sluit ik me daarbij aan. Niet omdat ik denk dat dat altijd lukt, wel omdat ik hiernaar streef.

Stephen Fry, een Britse collega-acteur en schrijver, zegt het zo: ‘Voor mij is alles wat met autoriteit wordt gebracht de autoriteit vanuit je eigen hart, je eigen intelligentie, je eigen ervaringen, of je eigen gevoel, maar niet de autoriteit van iemand die zegt te spreken namens God of die beweert de waarheid in pacht te hebben omdat het zo in een boek wordt gezegd.’

Hoe mooi of prikkelend anderen het ook kunnen verwoorden – u kunt hier vast vele definities aan toevoegen – vrij-denken of ‘in vrijheid denken’ betekent voor mij misschien wel gewoon iets persoonlijks. Dat ik blij word van uitdagende kunst, dat ik dwarsdenkers koester – zowel publiek als privé, in de politiek, in de kunst, op universiteiten, overal. Of nog eenvoudiger, dat ik wens dat mijn dochter in aanraking komt met leeftijdsgenoten met andere levensovertuigingen, in een klas zit met kinderen met verschillende economische of culturele achtergronden. En durft te zijn wie ze is.

Misschien is het enige dat me weerhoudt mezelf ‘vrijdenker’ te noemen, mijn – ik vrees aangeboren – weerstand om mezelf van te veel labels te voorzien. Wellicht dat u me na afloop wilt vertellen hoe u hiertegen aankijkt. Of u, en in hoeverre, zich een vrijdenker noemt en waarom.

Ongeveer een jaar geleden schreef ik samen met schrijver en docent Asis Aynan, met ex-Tweede Kamerlid voor de PvdA Keklik Yücel, en met filmregisseur Eddy Terstall een manifest, in feite een stukje van nog geen duizend woorden, dat werd gepubliceerd in de Volkskrant.

Vanuit gedeelde zorgen en wensen voor onze samenleving, betoogden we voor een vrije, open samenleving. Wij pleitten voor een vrij en onbelemmerd debat, een levensbeschouwelijk-neutrale staat, seculier onderwijs voor alle kinderen (tijdens reguliere lesuren) en een herwaardering van individuele vrijheden (zoals gewetensvrijheid en vrije partnerkeuze).

Ik lees hier een stukje uit voor:
‘Wij weigeren het progressieve gedachtegoed, dat niet alleen in Nederland maar in het hele Westen een motor is geweest achter de vrijheid en de moderniteit, op te geven. We zijn ongerust over de groeiende polarisatie en segregatie en verlangen naar een Nederland waarin mondige en zelfstandige burgers zichzelf en de samenleving in het geheel kunnen helpen verheffen. Daarom pleiten wij voor een ‘Vrij Links’ dat weer trouw is aan haar vrijzinnige, seculiere wortels.’ […]

‘Op de vruchtbare Nederlandse grond heeft de grote filosoof Spinoza het zaad gestrooid voor het vrije Europa waarin wij nu leven en waar democratie en het seculiere gedachtegoed konden bloeien. Onder de slagschaduw van de etnisch-religieuze tegenstellingen willen wij een appèl doen op de moderne progressieven en de oorsprong van onze vrijheid terug in de herinnering roepen. In lijn met het levenswerk van de radicale Verlichters is het hoognodig om pal voor de vrijheid van het individu en geweten te staan.’

Hoewel meerdere thema’s uit ons manifest – secularisme/de scheiding tussen kerk en staat, de gelijkwaardigheid van elk mens – raakvlakken hebben met deze avond en reeks avonden, zoom ik vanavond in op het vrije woord, vanuit mijn perspectief als actrice en werkende in de cultuursector.

Ik groeide op in Utrecht als enige dochter van een moeder die werkte – en nog steeds werkt – als beeldend kunstenaar. De keuze die mijn moeder maakte voor een leven in de kunst was niet vanzelfsprekend. In haar tijd waren de mulo, de huishoudschool of Schoevers, een keurige secretaresseopleiding, goed genoeg voor meisjes. Iets met kunst was natuurlijk al helemaal zonde van de tijd. Maar ze was ambitieuzer dan dat; toen mijn moeder 30 was, besloot ze alsnog naar de Kunstacademie te gaan. Ik was inmiddels 5 jaar en weet niet anders dan dat mijn moeder heel veel thuis was en heel veel weg was – ik weet niet hoe ze dat heeft gedaan, maar knap vind ik het wel.

Mijn moeder was een niet-dogmatisch denker en ik kreeg als kind veel vrijheid. Nu kunt u denken: kunstenaarsgezin, vrijheid … Maar maakt u zich hier geen hedonistische voorstelling bij, want niet alleen was mijn moeder een pleitbezorger van ‘rust, reinheid en regelmaat’, met de vrijheden die ik kreeg, kwamen namelijk ook verantwoordelijkheden. Die twee – vrijheid en verantwoordelijkheid – zijn voor mij nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook in de doorvertaling naar het maatschappelijke.

Ik ging naar een degelijke middelbare school in Zeist en ontmoette medeleerlingen met een andere achtergrond, uit andere ‘klassen’. Economisch kapitaal was voor hen juist weer vanzelfsprekender dan het culturele kapitaal waar ik mee aan kwam zetten. We hadden dus wel iets van elkaar te ontdekken en te leren en dat ging met wederzijdse interesse. Er ging een wereld open; naast mijn eigen ‘milieu’ bleken er dus andere opties te zijn. Bovendien voelde ik me niet – zoals mijn moeder nog wel – gehinderd door het feit dat ik een meisje was. Meisjes en jongens hadden evenveel kansen, dat was inmiddels allang bevochten, in ieder geval op papier en tenminste in mijn beleving.

We hadden het thuis niet breed maar ik kwam niets te kort. Dat de school ook dure kampen en uitwisselingsprogramma’s aanbood, dat vertelde ik thuis gewoon niet – mijn focus lag inmiddels bij een nieuwe stip op de horizon: studeren. Met een kleine aanvullende studiebeurs en meer dan genoeg bijbanen, wist ik dat dat ook voor mij was weggelegd.

Vanaf mijn 19e heb ik mijn studie Sociale Wetenschappen – en later ander werk – gecombineerd met acteren en zo stond ik dan tussen de tentamens door op de filmset. Voor werk reisde ik naar filmfestivals in India, Miami, Costa Rica, verschillende Europese landen, waar ik via een soort vergelijkend warenonderzoek leerde over verschillende samenlevingen – meer dan uit mijn studieboeken waarschijnlijk. Mijn doctoraal heb ik wel behaald, want kansen vergooi je niet, vond ik – en dat vind ik eigenlijk nog steeds.

De vanzelfsprekende vrijheden, keuzevrijheden – als het ging om levenspad, partnerkeuze, opleidingskeuze, gewetensvrijheid – waarmee ik was opgegroeid en die ik in mijn directe omgeving gereflecteerd zag, voelden door die nieuwe ervaringen steeds vaker als een privilege, als iets om dankbaar voor te zijn. Op andere plekken of in andere kringen bleken deze vrijheden helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ik kan me een persconferentie in Hyderabad, India, herinneren waar een journalist doorvroeg op een liefdesscène uit de film Babylon, geregisseerd door Eddy Terstall. In die scène was een lesbisch stel te zien: pratend, lopend en ja, ook zoenend – want dat is wat geliefden doen. De actrices werden uitgemaakt voor hoeren en de regisseur voor pooier. Homoseksualiteit als totaal taboe. Een provincie verderop werden die week christenen vermoord, enkel om hun christen zijn. Geaardheid, sekse, levensovertuiging: op veel plekken op de wereld reden voor uitsluiting, onderdrukking of geweld.

Dit is één voorbeeld. Helaas zou ik nog zo veel andere kunnen noemen. Vanuit mijn veilige achtergrond besefte ik in toenemende mate hoe individuele vrijheden onder druk staan. Dat je zelfs zonder scherp of luid van je te laten horen, zonder activistisch te zijn of in een voorhoede te lopen, uitgesloten of bedreigd kunt worden.

In Nederland hebben we het relatief goed, als het gaat om onze vrijheden, maar ook hier staan die onder druk. In 2004 gebeurde er iets waardoor mijn perspectief – en dat van veel andere mensen in Nederland denk ik – verder kantelde. Theo van Gogh werd vermoord. Ik werkte op dat moment voor de derde keer met hem samen. Ik speelde in een film met de titel 06/05, die ironisch genoeg ging over de moord op Pim Fortuyn twee jaar eerder. Beide vermoord om hun mening.

Begrippen als vrijheid van meningsuiting, moed, en angst raakten in die tijd met elkaar verklonken. Voor mij betekende dat dat ik nu niet alleen zag hoe angst voor geweld je kan beroven van je stem of zeggingskracht, maar ook hoe dit in uiterste vorm de samenleving als open, veilig speelveld ondermijnt. Ik vond het nog te obligaat, te spannend ook, om me in het publieke debat te mengen maar ik besloot wel ja te zeggen tegen een toneelstuk met de titel De dood van Theo van Gogh, dat op initiatief van Yoeri Albrecht door De Balie werd ontwikkeld. Het stuk was een aanklacht tegen de positie van de vrouw wereldwijd. Tegen het einde van het stuk hing ik – zeer ongemakkelijk en kwetsbaar – als een vrouwelijke Christus aan een metershoog kruis en hield ik een absurde dialoog met God die klonk als Theo. Maar het was de nogal expliciete poster van de voorstelling die me pas echt deed zweten. ‘Mogelijk aanstootgevend’ was inmiddels allang niet grappig meer.

Inmiddels spreek ik me wel uit, op eigen titel, zonder dat ik schuilen kan in een script van iemand anders. Daar heb ik geen spijt van – hoewel ik wel eens verzucht: had ik maar overzichtelijkere doelen gekozen. Het is niet altijd makkelijk om je als actrice – of in welk vak dan ook – bezig te houden met politiek gevoelige onderwerpen. Maar het vergt soms de moed van één man of vrouw waardoor je voor altijd weet hoe relatief je eigen risico, voorbehoud of tegenslag is:

Een lezing van Zineb el Rhazoui in De Balie vorig jaar vormde het officieuze startpunt van Vrij Links. El Rhazoui is een Charlie Hebdo-redacteur die de aanval op de redactie heeft overleefd en tot op de dag van vandaag niet vrij kan rondlopen. Het debatcentrum had haar beveiliging in Nederland zelf moeten regelen. Hetgeen aangeeft dat de moedige stemmen van mensen die de koe bij de horens vatten weliswaar een podium bereiken, maar niet vanzelfsprekend. En niet zonder moeite. De strijdkracht van die moedige Zineb El Rhazoui zette ons daags na die lezing aan het schrijven.

Over het belang van een vreedzaam en onbelemmerd debat zeggen we in ons manifest: ‘Een open maatschappij staat of valt met de aanwezigheid van het vrije woord. Nederland is al eeuwen een land waarin een wereldbeeld geschokt of uitgedaagd mag worden en dat heeft een unieke, vrije samenleving opgeleverd. Wat voor de één een belediging is, kan voor de ander een nieuwe observatie of een analyse zijn. […] Een open samenleving kenmerkt zich door een vreedzame strijd van ideeën, waarbij het beste idee steeds aan invloed wint. Het buiten het debat houden van bepaalde, bijvoorbeeld religieuze, gebruiken of ideeën helpt alleen het theocratische patriarchaat. Het remt individuele emancipatie. […] Geen enkel idee, religieus of profaan, is in de vrije wereld boven kritiek verheven. Ideeën hebben geen rechten. Burgers hebben rechten. Ideeën worden in een open samenleving steeds weer door vrije burgers getoetst op waarheid en moraliteit.’


We betogen onder meer dat politiek links zich hier ook, juist, hard voor moet maken. De vrijheid van meningsuiting is namelijk een belangrijk grondrecht voor iedereen zonder geld, macht of positie. Druk uitoefenen door je stem te laten horen is voor sommigen de enige mogelijkheid.

Natuurlijk loopt Nederland relatief voorop als het gaat om persvrijheid en een open debat. Maar ook waar geen serieuze geweldsdreiging speelt, valt een wereld te winnen als het aankomt op het vrije woord; veel vaker nog gaat het om angst voor verlies van positie, subsidie, sponsoren of (de schijn van) morele superioriteit.

Het bewaken van gewetensvrijheid en het recht op vrije expressie zou, ongeacht politiek ‘links’ of ‘rechts’, vanzelfsprekend moeten zijn. Zo moeten dreiging en geweld, die per definitie het debat smoren, keihard worden aangepakt. Hetzelfde geldt voor alle expliciete en impliciete vormen van discriminatie. Maar minstens zo belangrijk is het volop bieden van ruimte aan kritisch geluid of mogelijk ‘onwelgevallige meningen’, zolang die binnen het kader van de wet vallen.

De veronderstelling dat hier een beetje in opschuiven bijdraagt aan maatschappelijke rust, of de samenleving niet schaadt, is naïef. Voor verandering moet het kunnen schuren. Een vrije mening laten sneuvelen als poging niemand te willen kwetsen, hoe goed bedoeld ook, is in wezen antidemocratisch.

De kunstwereld is bij uitstek een domein waar nieuwe ideeën worden geïntroduceerd, vanuit autonomie, vrije expressie of een kritische houding. (Mijn moeder wist dat al.) Artistieke vrijheid is geen luxe, maar cruciaal voor de ontwikkeling van een samenleving op basis van een open ideeënstrijd; kunstenaars moeten mensen tegen het hoofd mogen stoten.

Curatoren en programmeurs zouden hun werk niet goed doen als ze alleen maar werk lieten zien waar niemand van op- of omkijkt. Laten we bepaalde kunst als publiek desnoods spuuglelijk vinden, maar alsjeblieft niet toestaan dat het verbannen of weggemoffeld wordt.

Er is veel waarover ik twijfel, nog steeds, altijd, maar wat ik inmiddels wel weet is dat dreiging en geweld stemmen doen verstommen, verstoren of verdraaien. Nooit voor altijd, maar lang genoeg om slachtoffers te veroorzaken.

Wat ik ook weet is dat een vrij speelveld ruimte biedt aan álle ideeën, ook de ideeën je zelf verwerpelijk vindt, of de ideeën die moed vragen om naar te luisteren. Daarom steun ik makers, kunstenaars en journalisten. Mensen die hun nek uitsteken, de rug recht houden en door politieke correctheid prikken.

Daarom ook, steunt Vrij Links de moedige individuen die we niet altijd zien of horen en geen vanzelfsprekend platform hebben. Maar die zich moeten ontworstelen aan dogma’s of aan dictaturen of een strijd voor vrijheid leveren die, zolang we een vrije, open samenleving voorstaan, ons allemaal aangaat.

Daarom ook, probeer ik te luisteren naar tegengeluid. En geven we ook dit een stem op ons platform. Want hoe zou het zijn als we vaker de kant kozen van het moedige, kritische individu dat op durft te staan uit de groep en zegt: ‘het kan ook anders, of nee, het móet echt anders?’ Aan de ruimte voor dwarsdenkers meet je de veerkracht van je samenleving af.

Een indicatie van het belang van ons appèl op de linkse politiek en cultureel maatschappelijke domein hadden we wel, maar dat daags na publicatie zoveel steunbetuigingen zouden loskomen, we onze mailboxen vol persoonlijke verhalen troffen (van mensen uit alle hoeken van het politieke spectrum) en het debat in de media en op Twitter niet zou verstommen, dat hadden we niet verwacht. Al snel werd duidelijk dat het niet bij een eenmalige publicatie kon blijven.

Een groep talentvolle, slimme sympathisanten, overal vandaan, haakte aan. Samen zetten we nu de schouders onder een online platform en een organisatie waar ruimte is voor meerstemmigheid en vooral de stemmen die nu nog te vaak niet worden gehoord. Zoals die van minderheden binnen de minderheden voor wie individuele vrijheid niet vanzelfsprekend is. Of perspectieven die met taboes zijn omgeven. Van deze publicaties wil ik er enkele uitlichten – persoonlijke verhalen vaak – die mij raken en die de opmaat vormen voor onze missie:

Erdal Balci, columnist en publicist, voor onder andere De Volkskrant en HP De Tijd: ‘Ik steek dan een sigaret op en denk aan het drama van deze man die zo vurig verlangt naar de huid van andere mannen, maar er nooit voor uit kan komen. Hoe meer ik aan hem denk, hoe meer ik tot het besef kom dat de kleine glimlach die hij op mij werpt er een van minachting is. Zijn snelle blik is een van veroordeling: ik, de zogenaamde jonge guerrillastrijder had me losgekoppeld van geloof, tradities en taboes. Ik spoorde de rest ook aan om hetzelfde te doen. En toen ging ik weg, ben te lang weggebleven en heb mijn vriend, die bij de allerbelangrijkste stap van zijn leven alle hulp van de wereld kon gebruiken, aan zijn lot overgelaten.’

Ali Sayin, houdt zich bezig met onderwerpen rond culturele identiteit en geloofsafval, vrijdenken en democratie. Hij werkt in het dagelijkse leven bij een klantenservice: ‘Ik wil […] niemand iets kwalijk nemen. Iedereen zal te goeder trouw gehandeld hebben, met de beste bedoelingen. Wat ik wel wil meegeven, is dat de beeldvorming waarin moslims als uniform worden neergezet en de islam als monolithisch, een slechte ontwikkeling is. Populistische politici scheren moslims over één kam, voorbijgaand aan de diversiteit die binnen de moslimgemeenschap aanwezig is. Bij gesprekken tussen overheid en minderheidsvertegenwoordigers worden er besluiten genomen die voor de hele groep gelden, terwijl er binnen de gemeenschap verschillende standpunten zijn. De overheid subsidieert onderwijs waarbij er lessen worden gegeven die haaks staan op de Nederlandse waarden. Bij misstanden wordt er een oogje dichtgeknepen.’

Elianne van Turennout is fotograaf en student in Groningen: ‘Mijn ideeën werden door leraren op mijn basisschool en middelbare school niet weerlegd. Leerlingen op mijn middelbare school hadden wel kritiek op het creationisme, maar de docent nam mij en mijn ‘christelijke identiteit’ dan in bescherming. Een van hen zei zelfs: ‘Als dit jouw overtuiging is, dan is dat prima en moet men dit accepteren als een valide standpunt.’ Hoe vriendelijk en lief die docent het ook bedoelde, het hielp mij niet om kritisch te denken. Er was één docent die tegen mijn creationisme inging, maar nadat ik dat thuis had verteld, hield dat op. Later hoorde ik dat mijn vader een klacht had ingediend.’

Jabir, en dit fragment komt uit een publicatie van deze week: ‘Juist tegen dit soort instituties – en dat is de islam tenslotte ook – moet je aanschoppen. Die hebben zichzelf zó veel macht toegekend. Daar moet je júíst grappen en spotprenten over maken. Dat vind ik de meest beschaafde manier om dit soort machtsstructuren aan te pakken. En ik kan je vertellen, vanuit wat ik heb meegemaakt is het zéker niet ‘omlaag trappen’ – zéker niet! Je kunt dat alleen ‘omlaag trappen’ noemen als je zelf nog nooit ervaren hebt hoe de macht van islam kan zijn, en hoe onderdrukkend. ‘Mensen die dát zeggen, spreken alleen de ‘vertegenwoordigers’ die hen een fantastisch plaatje voorhouden. Ze zien het als iets exotisch. Dat zijn ‘die mensen daar’.’

Het zijn deze en vele andere relevante verhalen en perspectieven die wij met Vrij Links ruimte bieden. Verhalen die niet makkelijk gehoord worden en daarmee een blinde vlek vormen in het publieke debat. We doen dat door middel van een digitaal platform, maar ook door in gesprek te gaan met politici, publicisten, mediamakers en mensen uit allerlei domeinen. We doen dat door borrels te organiseren en op uitnodigingen als deze in te gaan. Binnenkort hebben we zelfs ons eerste eigen event, Het Vrijheid & Onderwijsdebat, in A-lab Amsterdam. Waar u ook uiteraard van harte welkom bent.

De grootste weerklank kwam afgelopen jaar van mensen die zeiden ‘Dit is het geluid op links dat ik al heel lang mis.’ Veel oorspronkelijk linkse stemmers voelen zich in de steek gelaten en herkennen zich niet meer, of slechts in kleine mate, in de huidige uitgedragen waarden. Links, zeggen wij, moet weer consequent progressief en seculier worden.

Mijn verwachting is dat de politieke partij die weer consequent voor individuele waarden en universele vrijheden gaat staan, en dit combineert met een sociaal-economisch deugdelijke agenda, de politieke winst pakt. Maar belangrijker: een aanzienlijk deel van de kiezers dat zich nu verweesd voelt – gewoon mensen met het hart op de goede plek die het geschreeuw op de flanken of het opkomen voor alleen de eigen groep, zat zijn, die een meer verbindend verhaal verlangen – zullen zich dan weer vertegenwoordigd voelen.

Shanty Ruby van de Sande, publicist op onze Vrij Links site, vatte dit als volgt samen: ‘Progressief liberale vrijdenkers zweven al jaren ontheemd rond boven de benauwde zuilen. Er is dringend behoefte aan moedige, intelligente vrijdenkers die in open debat, buiten de huidige loopgraven, gezamenlijk creatieve en originele oplossingen bedenken die boven de oude en nieuwe zuilen uitstijgen; alternatieve modellen die onze pluriforme samenleving vooruithelpen en de sociale cohesie herstellen.’

Samen met haar en veel anderen, hoop ik dat politieke partijen en maatschappelijke bewegingen zich weer hard maken voor individuele vrijheid en voor progressief, liberaal, compromisloos secularisme. De vrijheden waar mijn moeder voor gestreden heeft, wil ik door kunnen geven aan mijn dochter. De vrijheden waar onze voorouders zich voor hebben ingezet, komen ook toe aan een nieuwe generatie.

Hartelijk dank voor uw aandacht.

Fotograaf: Leoni Ravestein

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.