Leestijd 8 minuten

‘Ik weet dat ik niets weet en zelfs dat weet ik niet zeker,’  zei Socrates. Beleid kan alleen gemaakt worden op basis van wat we weten. Beter gezegd: op wat we denken te weten. Tijdens deze crisis is het meer dan ooit nodig om jezelf de vraag te blijven stellen: ‘en wat als ik het mis heb?’ Dat geldt voor ons allemaal individueel maar zeker voor beleidsmakers. Zeker wanneer het over leven en dood gaat, over mensen, banen, en bestaanszekerheid. Socrates ging uit van inductief redeneren: op basis van een verzameling feiten en inzichten van hemzelf en vooral van derden tot een gerichte waarheid komen. Hoe vertaalt zich dat naar nu?

We denken momenteel een boel te weten. Bijvoorbeeld dat op basis van bloed van bloeddonoren slechts 3 procent van de Nederlandse bevolking antistoffen tegen het coronavirus heeft. Of dat een onbelemmerde uitrol van het virus over de samenleving een dodental van meer dan 100.000 oplevert. De cijfers, modellen, grafieken en data vliegen ons om te oren.

Maar leggen de vele metingen en berekeningen niet juist bloot hoe weinig we nog weten? Elk nieuw antwoord roept vele nieuwe vragen op. Hoe zit het met het daadwerkelijke aantal besmettingen? Wanneer ben je immuun tegen deze slopende ziekte? Welke rol spelen kinderen in de verspreiding? Zijn twintigers en dertigers toch kwetsbaarder dan we denken? Hoeveel waarheid zit er in de claim dat dit virus uitdooft of wegmuteert na een bepaald aantal dagen?

Tuurlijk, langzaamaan komen we steeds meer te weten. Elke nieuwe week zullen de beslissingen die we nemen beter onderbouwd zijn. We leggen de waarheden op een rij en leren ervan. We gaan op zoek naar gerichte waarheid. We zijn met z’n allen Socrates.

Wiskundige olietanker
Exponentialiteit. Nog zo’n begrip waar we nu allemaal meer van weten dan ons lief is. De waaiervermeerdering van zowel de verspreiding als de indamming wanneer de besmettingsgraad boven dan wel onder de 1 uitkomt. Het brute concept waardoor het eerste miljoen geregistreerde besmettingen 71 dagen duurde en het tweede maar 12 dagen. De wiskundige olietanker.

Twee voetbalwedstrijden in Italië en Spanje lijken via die wiskunde waarschijnlijk indirect tienduizend of meer doden te hebben opgeleverd. De tienduizend zingende Bergamasken in een stadion hadden een direct verband met de oversterfte van meer dan zeshonderd per dag in de kleine stad Bergamo drie weken later. De stervende mensen in gangen van ziekenhuizen. De stoeten militaire vrachtwagens met geïmproviseerde kisten op weg naar beschikbare crematieruimte. Dat was het gevolg van een voetbalwedstrijd met meereizend publiek. Meetbaar en aantoonbaar.

En tienduizenden besmettingen per brandhaard lijken terug te voeren naar individuele koorrepetities, kerkdiensten of bepaalde après-ski feesten waar één of twee dragers aanwezig waren. Een fatale kerkdienst met zang in Mulhouse maakte de stad tot de grootste brandhaard van Frankrijk. Ook dat zijn waarheden die Socrates naast andere waarheden, inzichten en waarschijnlijkheden zou leggen. Zien we variabelen over het hoofd? En hoe verhoudt zich dit tot de mogelijke risico’s bij het te snel versoepelen van een lockdown?

Waarheid, wijsheid en waarschijnlijkheid
Het mooie is dat ook wetenschap in zekere zin aan de wetten van de exponentialiteit voldoet. Nieuwe uitkomsten worden uitgewisseld en vergeleken. Datgene dat we deze en volgende maand ontdekken heeft meer gewicht dan waar we met de kennis van februari achter kwamen. Ook onze kennis verspreidt zich bijna waaiervormig. Conclusies bouwen op conclusies, worden met elkaar in verband gebracht, vermenigvuldigd. Meestal, gelukkig, met de onvermijdelijke voorzichtigheid die nodig is wanneer je direct of indirect over de levens van derden beschikt.

Waar beleid idealiter gebaseerd is op wat we denken te weten, is crisismanagement noodgedwongen richting geven aan beleid zonder complete feiten. En dat is wat Rutte & co nu moeten doen. Waarheid, wijsheid en waarschijnlijkheid lopen door elkaar heen. Uiteraard hoopt men in verschillende Europese hoofdsteden dat de besmettelijkheid zodanig is dat we wel degelijk richting groepsimmuniteit gaan. Maar dat is vooralsnog niet wat de beschikbare onderzoeken zeggen. Integendeel. En als dat wat je denkt te weten ook nog op basis van een zekere mate van aantoonbaarheid dient te geschieden, dan ligt het dus in de rede dat de ‘terugkeer’ naar normaal alleen stapsgewijs kan. Met meer gefundeerde stappen naarmate de kennis groeit.

Zomaar open is geen optie
Dat de boel opengooien geen optie is weten we. De zorgcapaciteit is dermate beperkt dat we ons niet zomaar een verdubbeling van het aantal actieve gevallen kunnen veroorloven. De berichten vanuit de ziekenhuizen maken dat ondubbelzinnig duidelijk; daar komt weinig giswerk aan te pas. Een te plotse nieuwe stijging zou niet alleen de zorg voor Covid-19 patiënten nog verder overbelasten maar ook alle andere onderdelen van de medische zorg. Nog meer mensen zouden er sterven, niet alleen aan Covid-19, maar ook aan hartklachten, beroertes of als gevolg van een auto-ongeluk, wanneer de IC’s vol zijn.

De zorg werkt al weken op maximumcapaciteit en de reguliere zorg is al enorm teruggeschroefd. Ook dat is niet langdurig vol te houden. De getuigenissen vanuit de intensive care van artsen en verplegers van over de hele wereld maken duidelijk dat dit iets is dat ze nog nooit hebben meegemaakt.

Nooit in onze generaties stierven er ook zoveel zorgmedewerkers als gevolg van hun werk. Vaak jonge en gezonde mensen. Een meetbaar feit. Iets waar Socrates iets mee kan. Een verdubbeling kan Nederland niet aan. En verdubbeling is bij het systeem van exponentialiteit al heel snel bereikt.

Laagste inkomens, de grootste rekening
Maar we moeten ook uit de impasse. De economische gevolgen raken niet alleen de grote bedrijven, maar juist de praktisch opgeleiden, de flexwerkers, de kleine ondernemers, de gewone burger het hardst. Veel mensen die het toch al niet breed hadden verliezen hun baan. Overal in de geïndustrialiseerde wereld onderstreept deze crisis de sociale ongelijkheid. Mensen in kleine huizen, mensen die met de handen werken en zich geen ‘social distancing’ kunnen veroorloven, zij betalen de grootste rekening in levens en bestaanszekerheid. Migranten bijvoorbeeld, worden in Europa veel harder geraakt. Sowieso de mensen in de minder comfortabele wijken. Groepen waar in de regel toch de CEO’s niet snel uit zullen worden gerekruteerd.

Iedereen wordt in deze crisis een extremere vorm van zichzelf. De zorgzamen zullen zorgzamer worden, de roekelozen roekelozer, de rationelen rationeler en de volgzamen volgzamer. Wie gevoelig is voor complottheorieën zal ze nu juist nog vaker zien. Wie altijd al weinig acht sloeg op andermans leed zal dat nu in versterkte mate niet doen.

Grote kledingmerken eisen korting van sweatshops in Bangladesh. Supermarktketens horen bij de uitzonderingen en boeken recordwinsten, maar hun medewerkers profiteren daar niet van mee. Ze worden buitenproportioneel vaak ziek door de vele fysieke contacten en soms mogen ze zelfs geen mondkapjes dragen ‘want dat schrikt af’. De angst voor langere economische stilstand bij kleine ondernemers of zelfstandigen is terecht en invoelbaar. De noodmaatregelen voor deze groepen zijn nog summier.

De hardste roepers
Zouden diegenen die om het hardst roepen dat de lockdown direct opgeheven moet worden ook bereid zijn daar zelf een passend offer voor te brengen? Minder bewegingsvrijheid zien velen vooralsnog als een belemmering voor eigen zelfontplooiing. Vaak omdat ze niet tot de risicogroep behoren of omdat ze zich daar bevinden waar het risico nihil is, groter behuisd en betuind zijn, of geen contactberoep uitoefenen.

Het zou al helpen als relatief bevoorrechten de eigen klachten over hun emotionele, fysieke of materiële verarming wat vaker zouden inslikken. Die staan vaak in geen verhouding met het extra leed dat de kwetsbaren in onze samenleving treft. De offers van de gezonde jongere die tijdelijk aan zijn eigen spiegelbeeld is overgeleverd of het vitale gezin dat zich op halve productiviteit door de lente heen rommelt, zijn van een andere orde dan het eenzame lot dat ouderen, zieken of kwetsbaren treft die in hun laatste levensfase misschien wel nooit meer de armen van hun familie en geliefden om zich heen kunnen voelen. Hun lockdown wordt alleen maar langer, prangender, noodzakelijker. En zo staat een groter comfort van de één in directe lijn tot het leed van de ander.

Socrates leert ons dat de gerichte waarheid een som is van kleinere waarheden en dingen die we nog niet weten. Een aaneenschakeling van voorzichtige conclusies. Wellicht zijn er andere factoren waardoor de crisis al over de piek heen is? Misschien leidt de ontwikkeling van antivirale middelen binnenkort tot een medicijn dat de angel uit de crisis kan halen? Misschien komt er al eerder een veilig vaccin beschikbaar dan na de 18 maanden waar men met de kennis van nu vanuit gaat? Dat laatste lijkt niet heel waarschijnlijk, maar de theoretische mogelijkheid is er altijd.

Geen eigen belang maar vertrouwen
Wat we zeker weten is dat het land op een verantwoorde manier weer moet opstarten. De snelheid waarop dat kan, daar zullen we steeds meer achter komen. Maar welke beslissingen we ook nemen: het recht van de sterkste, of de meest mondige, mag hier niet gelden. Een onmiddellijke toekomst van een tachtigjarige behelst niet per se minder mooie of kostbare jaren dan die van een vitale dertiger. Dit zijn tijden voor solidariteit.

Met de kleine ondernemer, met de man of vrouw die zijn baan verliest. Maar ook met de mensen uit de risicogroepen die met terechte angst thuis zitten. Of die met groot risico onze trams besturen of ons verzorgen omdat we oud of ziek zijn. Ons handelen in deze crisistijd is ook en vooral een beschavingskwestie. Wanneer de solidariteit wegvalt omdat velen hun eigen belang zoveel relevanter vinden verdwijnt in de maatschappij niet alleen de sociale samenhang, maar ook het vertrouwen. Tussen jong en oud en tussen arm en rijk.

In de zoektocht naar de gerichte waarheid gaan we als samenleving terug richting meer normaliteit. Naar een wereld waarin iedereen, niet slechts sommigen, veilig zijn geliefden kan knuffelen. Hopelijk biedt dit pad ons een steeds zekerder weten en haalt de groeiende en gerichte kennis ons sneller dan we denken uit deze crisis.

Voor nu weten we slechts zeker dát we ooit meer gaan weten. Daar past een voorzichtige koers bij. En bij elke nieuwe stap op deze weg de cruciale vraag: ‘en wat als ik het mis heb?’

Foto: Anestiev

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.