Leestijd 8 minuten

Of het nou komt doordat hele volksstammen ineens veroordeeld zijn tot thuiswerken, door de toegenomen druk op de bestaanszekerheid door COVID-19 of door wereldwijde protesten tegen institutioneel racisme: er waart een moralistisch spook door Nederland. Het publieke debat lijkt steeds meer te fragmenteren langs nieuwe morele lijnen. Met als gevolg vaak een vlucht in het eigen gelijk en de opkomst van nieuwe hokjes-evangelies. 

Maar leiden deze ontwikkelingen ook tot betere oplossingen voor de problemen van vandaag? Nopen onze menselijke feilbaarheid en de complexiteit van problemen als COVID-19, racisme, ongelijkheid en klimaatverandering niet juist tot het bouwen van brede coalities waar ruimte is voor een diversiteit aan mensen én ideeën?

Vluchten in de cocon van het eigen gelijk

Van allerlei kanten buitelen zelfverklaarde representanten van het Ware Gelijk over elkaar heen. Over de hoofden van verschillende bevolkingsgroepen (volgens het adagium ‘voor u, maar niet door u‘) en onder de vlag van de nobelste doelen (vrijheid van meningsuiting en anti-racisme) doet de één een nog zelfingenomener duit in het zakje dan de ander. Luide en zelfverzekerde stemmen bevolken daarmee online vaak zeer belangrijke gesprekken over het wat, het waarom en waartoe van onze samenlevingen. Het lijkt alsof er een moreel vacuüm – wellicht ontstaan door een combinatie van massale ontkerkelijking en een duidelijk gebrek aan nieuw moreel en inclusief leiderschap van de nieuwe politieke en zakelijke klassen – langzaam weer wordt opgevuld. Vooralsnog lijkt het te leiden tot een vlucht in de cocon van het eigen gelijk. 

In plaats van wederzijds begrip, leidt het tot een nieuwe staat van stabiliteit die vooral een vastomlijnde persoonlijke identiteit moet waarborgen. Op individueel niveau worden andersdenkenden gebombardeerd tot de Ander – ‘nazi’ of ‘social justice warrior (SJW)’, ‘linksgekkie’ of ‘domrechts figuur’ – waar men zichzelf triomfantelijk tegenover stelt. Op groepsniveau lijkt dit te leiden tot een versterking van een nieuwe orde van verzuiling met bijbehorende hokjesmentaliteit. Langzaam maar zeker begint er zich een schisma tussen overtuigingen en bijbehorende denominaties af te tekenen waar de vroegere protestantse kerk in Nederland met zijn vele afscheidingen bij verbleekt.  

Nieuwe hokjes-evangelies

Met brede pennenstreken als ‘afrekencultuur’ of ‘wit privilege’ wordt vanuit zeer verschillende hoeken gesignaleerd dat de complexiteit van de wereld, goddesondanks, toch weer kan worden teruggebracht tot heldere simplificaties en centrale leerstellingen. Weinig precieze begrippen als de ‘erfzonde’ en de al eerder ontmaskerde ‘joods-christelijke traditie’ zijn nog niet begraven of hun moderne vervangers dienen zich al aan. Als je als relatieve buitenstaander daarbij niet precies scherp hebt waar termen als ‘oikofobie’ of ‘witte fragiliteit’ over gaan, of waarom ze ook juist op jou van toepassing zijn, dan dien je bovendien eerst maar eens je huiswerk te doen. 

Het op de gepaste manier beheersen en uitdragen van de nieuwe collectie aan sjibbolets geeft je vervolgens toegang tot de door jou gekozen waardengemeenschap. Zoals het verzet vroeger Duitsers ontmaskerde door ze ‘Scheveningen’ te laten uitspreken, zo kun je nu door het correcte gebruik van bovenstaande termen signaleren dat je tot het juiste kamp behoort.  

Erna mag je publiekelijk, maar vooral voor eigen parochie, belijden dat je ontwaakt bent in het nieuwe hokjes-evangelie naar keuze. Het doet sterk denken aan een geseculariseerde vorm van de catechisatie waarbij protestants-christelijke jongeren zich eerst uitgebreid moeten verdiepen in de leerstellingen alvorens publiek te belijden dat ze deze inderdaad onderschrijven. Om eventuele gevoelens van ongemak over de eigen vaak toch wat complexere positie in de heldere onderdrukkingsschema’s een plaats te geven, kun je er, net als de zelf-kastijdende flagellanten van weleer, eventueel voor kiezen om publiek boete te doen voor je vroegere zonden. 

Nu ben je klaar om de wereld te bestormen met je nieuwgewonnen ideeën. Als een beeldenstorm je dan vervolgens te heftig is, kun je altijd nog volgens goed protestants gebruik anderen proberen te bekeren. Niet gehinderd door een christelijk idee van naastenliefde, of juist behept met een zo mogelijk pedantere seculiere variant ervan, mag je nu andere leden van de samenleving evangeliseren. Zo kun je ze bijvoorbeeld vertellen dat ze een bedreiging vormen voor de vrijheid, inclusiviteit of rechtvaardigheid van diezelfde samenleving. Dat deze (oude) ‘witte mannen’ of ‘antifa’ers’ door hun gedrag en hun publieke uitingen bijdragen aan instandhouding van een alomvattend ‘racistisch systeem‘ of juist de weg openzetten voor een allesverslindende ‘neo-marxistische cultuurstrijd‘. 

En als de ongelovigen lastige vragen stellen, zich tot overmaat van ramp niet herkennen in het door jou geschetste nieuwe evangelie, of simpelweg weigeren dergelijke individualiteit-ontkennende kwalificaties te ondersteunen, vormen ze misschien juist wel een onderdeel van het probleem. Voor de ergste zondaars rest slechts stilzwijgende of openlijke excommunicatie uit jouw waardengemeenschap

Digitale platformen en sociale verandering

Net zoals de drukpers een belangrijke rol speelde in de reformatorische strijd tegen de katholieke orthodoxie, werkt de mix van oude media en nieuwe digitale platforms nu als een sterke katalysator. Er kan uiteraard beargumenteerd worden dat deze platforms hebben geleid tot een democratisering van de informatievoorziening en het publieke debat. Tot op zekere hoogte zal dat zo zijn. Tegelijkertijd lijkt de concrete, materiële inrichting ervan – gebouwd op clicks, 280 tekens, zendingsgericht – wel degelijk effect te hebben op de breedte en diepte van het discours. In het gunstigste geval zorgen deze interactie-effecten, voor zover dat woord de lading dekt, voor een verdere fragmentering van onmiskenbaar belangrijke gesprekken die ons allen aangaan. Met een cynischer blik zien we een recept voor toenemende polarisatie tussen zich scherper aftekenende, voor een relatieve buitenstaander soms tribaal-aandoende kampen.  

De vraag is uiteraard wat de functie is van deze uitwisselingen, door Glenn Greenwald treffend omschreven als een gladiator-achtige reputatiestrijd, waar anderen joelend langs de zijlijn wachten tot het eerste bloed vloeit. Is het digitaal belijden van de groepsnorm op je publieke profielpagina of kanaal, het delen en ondertekenen van statements en het terechtwijzen, uitkafferen of aan de schandpaal nagelen van andersdenkenden daadwerkelijk de meest vruchtbare manier waarop je structurele verandering bewerkstelligt? Leidt het vaak reactionaire karakter van deze ogenschijnlijk oprechte pogingen tot behoud of uitbreiding van rechten daadwerkelijk tot het tegengaan van concrete en geïnstitutionaliseerde onvrijheid en ongelijkheid? In hoeverre zijn achtergestelde en onderdrukte mensen daar in hun dagelijks leven mee geholpen?

Ongelijkheid blijft hoogtij vieren

De vraag is niet onbelangrijk, omdat ondertussen de ongelijkheid immer hoogtij blijft vieren. Verschillende groepen in onze samenleving hebben nog steeds of in toenemende mate ongelijke invloed op de politieke instituties van onze samenleving en ongelijke toegang tot haar voorzieningen. Van de gigantische vermogensongelijkheid, de steeds onbetaalbaarder wordende woningmarkt tot flexibilisering en onmiskenbare discriminatie op de arbeidsmarkt en door de belastingdienst. De ellenlange wachtlijsten voor de GGZ en de ongelijkheid in en verdergaande bezuinigingen op het onderwijs en de jeugdzorg verdwijnen er niet zomaar mee. Om over de voorspelde economische recessie en verder verwachte bezuinigingen nog maar niet te spreken.

Dichtbij en ver weg zien we tegelijkertijd de voortdurende belastingontduiking, de straffeloze opkomst van kleptocraten en de teruggang van democratie en liberale en democratische attitudes. Zowel de behandeling van vluchtelingenkinderen aan de Europese grens als de hoog-technologische onderdrukking van Oeigoeren in Chinese kampen herinneren ons eraan hoe leeg de woorden ‘nooit weer’ zijn als er geen concrete internationale actie aan wordt verbonden. Als we minder antropocentrisch kijken zien we als klap op de vuurpijl dat de ecosystemen en biodiversiteit wereldwijd, ondanks corona, nog steeds zuchten onder druk van onze voortdurende extractie- en consumptiedrift. 

Brede coalities

In onze complexe wereld zijn er voor deze reële problemen helaas vaker niet dan wel simpele oplossingen. Was het maar zo’n feest. Bovendien weten we dat de keuze voor een bepaalde oplossingsrichting vaak wordt ingegeven door de eigen probleemdefinitie en onderliggende waarden en ideeën. Uiteraard zijn die laatste weer deels een gevolg van onze opvoeding, genoten onderwijs en de mensen en ideeën waarmee we ons omringen. 

Het feit dat we in onze samenlevingen geconfronteerd worden met bovenstaande problemen, dat we leven met dergelijke ongelijkheid en een grote diversiteit aan mensen én ideeën noodzaakt ons om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen. Dat we inderdaad kampen met complexe en structurele problemen die een meer systemische aanpak vereisen. Maar ook dat we allen even feilbaar als verschillend zijn en dat er juist daarom geen one size fits all probleemdefinities en oplossingen zullen zijn. Daaruit volgt dat we maar beter kunnen beginnen te beseffen dat we het toch echt samen zullen moeten doen. De complexiteit en het systemische karakter van veel hedendaagse problematiek – COVID-19, racisme, economische ongelijkheid, klimaatverandering, you name it – vragen ons om coalities te bouwen met een diversiteit aan andersdenkenden. 

De noodzaak tot het bouwen van brede coalities verhoudt zich maar moeilijk tot de huidige manier waarop en het discours waarmee veel debatten en gesprekken over vrijheid en gelijkheid gevoerd worden. Sjibbolets als ‘afrekencultuur’ of ‘wit privilege’ scheppen een ogenschijnlijk duidelijk kader en werken onmiskenbaar goed in het genereren van aandacht en het agenderen van bestaande problemen. Tegelijkertijd moeten we onszelf afvragen of simplistisch, onkritisch en al te moralistisch gebruik van dergelijke termen niet juist leidt tot verdere wederzijdse vervreemding en uitsluiting. In hoeverre is onze samenleving daar daadwerkelijk mee geholpen?

Samen verder

Dit moet toch beter kunnen. Als er toch iets duidelijk moet zijn geworden van de quasi-lockdown, dan is het wel dat we alleen verandering kunnen bewerkstelligen door in gezamenlijkheid en concreet op het niveau van onze levens, praktijken en instituties in te grijpen. Dat structurele verandering bovendien een langere adem vereist die niet gebaat is bij een nieuwe benauwende benepenheid. 

Laten we niet dezelfde fouten maken die vele revolutionaire en reactionaire bewegingen in het verleden hebben gemaakt. Laten we gezamenlijk, met begrip voor elkaars verschillen, proberen op te trekken tegen bestaande en toenemende onvrijheid en ongelijkheid. Laten we samen proberen onze levens, praktijken en instituties te openen, en open te houden, voor een diversiteit aan mensen én ideeën. Zo niet uit normatief oogpunt, dan wel omdat we het nodig hebben om onze gedeelde problemen te lijf te gaan. En laten we, zo niet voor onszelf dan wel voor het lot van onze (klein)kinderen, in godsnaam leren om beter samen te leven. 

Met dank aan Esmé Bosma voor de feedback op een eerdere versie van dit artikel.

Foto: PIRO4D via Pixabay

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.