Hoop versus verwachting: Iran op een kantelpunt

SpotifyApple PodcastsDeezerAmazon MusicYouTubeRSS

Sinds eind december 2025 vinden in Iran grootschalige protesten plaats. De directe aanleiding is de extreem hoge inflatie en verslechterende economische omstandigheden, maar de slogans en dynamiek wijzen op een veel diepere onvrede met het politieke systeem. Voor de podcast Achter de Ophef spraken Mattijs Vijverberg en Kees Bakhuijzen met Iran-kenner en jurist Sherman Amiri. Waarom is deze protestgolf anders dan eerdere en welke scenario’s tekenen zich af voor de toekomst van Iran? Hieronder een deel van het gesprek.

Shermin, hoe kijk jij naar deze nieuwe protestgolf?

Protesten kennen we inderdaad al sinds 2009, met als eerste grote golf de Groene Beweging. Daarna zijn er herhaaldelijk protesten geweest, telkens met verschillende aanleidingen: economische problemen, benzineprijzen, vrouwenrechten, devaluatie van de munt. Wat deze protesten onderscheidt, is niet zozeer de omvang, maar vooral de verspreiding. Niet alleen grote steden, maar juist ook kleinere steden en regio’s zijn betrokken. Dat brengt een andere dynamiek met zich mee.

Daar komt bij dat deze protesten plaatsvinden in een internationale context die veranderd is. De wereldpolitiek – met name de houding van de Verenigde Staten – en signalen richting autoritaire regimes spelen een rol. Dat alles samen maakt deze protestgolf anders dan eerdere.

Je noemt internationale ontwikkelingen. Hoe verhouden de gebeurtenissen in Venezuela en de rol van Donald Trump zich tot Iran?

Dat is klassieke machtspolitiek. Voor mensen op straat kan het voelen als een signaal: we staan er niet volledig alleen voor. Tegelijkertijd is het een boodschap aan de Iraanse machtselite. Loyaliteit aan het huidige systeem kan gevolgen hebben. Binnen Iran zie je dat dit leidt tot discussie en verdeeldheid binnen de elite: een deel blijft vasthouden aan de ideologische lijn van Khamenei, een ander deel ziet juist de noodzaak om relaties met het Westen te normaliseren. Die interne tweedeling is cruciaal. Iran staat niet alleen onder druk van de straat, maar ook van binnenuit.

Er wordt vaak gesproken over “het regime versus het volk”. Is dat beeld niet te simpel?

Dat is inderdaad te simplistisch. Het doet geen recht aan de complexiteit van de Iraanse samenleving. Iran is extreem divers: etnisch, cultureel, regionaal en politiek.

Onderzoek laat zien dat het regime nog steeds kan rekenen op 20 tot 30 procent steun. Dat is een aanzienlijke minderheid. En het is niet zomaar een minderheid: het is de best georganiseerde groep, met toegang tot middelen, wapens en instituties. Met zo’n 20 à 30 procent kun je een land onder controle houden. Zeker als die groep economisch afhankelijk is van het systeem en alles te verliezen heeft bij verandering.

Tegelijkertijd is er een grote meerderheid die verandering wil. Onderzoek laat zien dat zo’n 70 procent van de Iraniërs zegt: dit systeem werkt niet meer.

We zien dat de geestelijke machtselite zelf vaak een zeer westers leven leidt Ondergraven ze daarmee hun eigen legitimiteit?

Dat is een enorm belangrijke factor. Die hypocrisie wordt gezien, besproken en gevoeld. Mensen zien dat de zonen en dochters van geestelijken in Europa en Amerika leven zoals ze willen, terwijl zijzelf in Iran worden beperkt.

Dat heeft geleid tot een enorme secularisatie, vooral onder jongeren. Niet omdat Iraniërs massaal anti-religieus zijn, maar omdat ze religieuze macht zijn gaan wantrouwen.

Iran kent bovendien een opvallend hoogopgeleide bevolking. Vooral onder vrouwen en jongeren. En ondanks censuur hebben zij via VPN’s en omwegen toegang tot de wereld. Ze luisteren naar podcasts, kijken series, volgen internationale debatten.

Het is een van de best geïnformeerde jonge generaties in het Midden-Oosten.

Tegelijkertijd is er een enorme economische afhankelijkheid van de staat. Iran kent een grote publieke sector en semi-staatsbedrijven. Veel mensen zijn afhankelijk van de staat voor inkomen, pensioenen en verzekeringen. Dat is een bewuste strategie: economische repressie als controlemiddel. De leiders hebben geleerd van de revolutie van 1979 en weten hoe ze maatschappelijke verdeeldheid moeten organiseren – langs etnische, regionale en sociale lijnen.

Zijn mensen buiten de grote steden  op de hoogte van wat er gebeurt?

Ja. Instagram speelt hierin een sleutelrol. Het platform is relatief toegankelijk gebleven omdat veel kleine ondernemers ervan afhankelijk zijn. Daardoor circuleert informatie verrassend goed, zelfs vanuit dorpen. Het idee dat mensen op het platteland niets weten, klopt niet meer. Wel schakelt de overheid het internet deels uit zodra protesten toenemen, om informatie van buitenaf te blokkeren.” [Het internet is inderdaad uitgeschakeld op 8 januari 2026, red.]

Je sprak eerder over voorwaarden voor een succesvolle revolutie. Waar staat Iran nu?

Revolutie-onderzoekers noemen meestal vijf voorwaarden. In Iran zijn er momenteel vier aanwezig. De eerste is een ernstige economische crisis. De tweede is interne verdeeldheid binnen de elite. Als derde wordt internationale druk en aandacht genoemd en als vierde voorwaarde massale maatschappelijke onvrede. Wat vooralsnog ontbreekt is de vijfde voorwaarde; een gedeeld narratief en inclusief leiderschap. Zonder dat krijg je geen miljoenen mensen duurzaam op straat. Dat lukte wel in 2009, toen mensen hun stem opeisten, en bij Vrouw, Leven, Vrijheid. Die bewegingen overstegen sociale en politieke scheidslijnen.

Er wordt vaak gewezen op Reza Pahlavi als mogelijke verbindende figuur. Hoe kijk jij daarnaar?

Hij heeft zeker een achterban, mogelijk 20 tot 30 procent. Hij zegt de juiste dingen over vrije verkiezingen en machtsbeperking. Maar de Iraanse samenleving is getraumatiseerd door machtsconcentratie, zowel vóór als na 1979. Veel mensen zijn huiverig voor één leider, één narratief. Iran is extreem divers: etnisch, cultureel, politiek. Er is behoefte aan collectief en inclusief leiderschap, niet aan een nieuwe sterke man.

Hoe zit het met het leger en de Revolutionaire Garde? Kan daar een breuk ontstaan?

De Revolutionaire Garde is diep verweven met de economie en functioneert deels als een maffia-achtige structuur. Hun belangen zijn enorm. Democratische hervormingen vanuit die hoek zijn onwaarschijnlijk. Wel groeit het besef, ook bij sommige hoge officieren, dat het systeem niet meer werkt. Dat alleen al is een belangrijke verschuiving. Een interne machtswisseling – Khamenei opzij, systeem grotendeels intact – is een reëel scenario, al zou dat geen fundamentele verandering betekenen.

We horen ook kritiek binnen Iran op het buitenlandbeleid, vooral rond Israël en regionale conflicten.

Dat sentiment is breed. De slogan “Niet Gaza, niet Libanon, mijn leven voor Iran” hoor je overal. Veel Iraniërs zijn het zat dat geld naar Hamas, Hezbollah en Syrië gaat terwijl de eigen bevolking lijdt. Vijandigheid tegenover Israël leeft onder de bevolking veel minder dan men in het Westen vaak denkt. Zelfs voormalige ministers en opiniemakers vragen openlijk: wat heeft deze ideologische vijandschap ons opgeleverd?

Tot slot: hoe zie jij de toekomst van Iran?

Iran bevindt zich in een periode van bestuurlijke uitputting. Zelfs de president geeft openlijk toe dat hij geen macht heeft. Alles ligt bij Khamenei, die steeds meer als obstakel wordt gezien, ook binnen het systeem. Het kan alle kanten op: interne hervorming, een harde repressieve fase, of uiteindelijk een fundamentele breuk.

Persoonlijk hoop ik op een Iran met normalisatie richting het Westen, scheiding van religie en staat, individuele vrijheden en een sterke rechtsstaat. Democratie is geen importproduct; die moet van binnenuit groeien. Ik realiseer me dat dat idealistisch klinkt, maar zonder hoop en verbeelding kom je nergens.

Mijn generatie is grootgebracht met angst. Deze jonge generatie kent geen angst meer. En dat verandert alles. Ik geloof oprecht dat we binnen vijftien jaar een fundamenteel ander Iran zullen zien.

Luister voor het hele gesprek op Spotify naar de aflevering ‘Hoop vs Verwachting’ van de podcast Achter de Ophef.

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.