Als het alleen zou gaan over het wel of niet in een god geloven, zou ik minder problemen met religie in het bijzonder onderwijs hebben. Helaas zijn mijn ervaringen als meisje met een christelijke opvoeding dat naar een christelijke school werd gestuurd anders. Vaak gaat het om veel meer dan dat je gelooft dat iemand de hemel en de aarde heeft geschapen. Je hele levensstijl pas je aan op religie, en soms je beeld van de werkelijkheid ook. Daar wil ik verder op ingaan in dit stuk.

Ukkepuk-feminisme
Ik ging naar een christelijke school. In het gereformeerd-vrijgemaakte kerkgenootschap waarin ik was opgegroeid, leerde ik al dat een meid niet in een broek hoort te lopen, dus droeg ik altijd een jurk. Andere meiden op school droegen wel een broek – zij droegen de rok alleen op zondag – maar je bekritiseert medegelovigen niet. Stiekem vond ik het oneerlijk dat zij het wel mochten. Ik mocht het niet, want ‘zo staat het in Deuteronomium 22:5’. Ook moesten we ‘van vrouwen geen mannen maken’, omdat D66 en de VVD ‘de familie’ als concept kapot zouden willen maken – alles was de schuld van die liberalen! Maar hoe werden vrouwen mannen dan? Ik speelde met kiepauto’s, K’nex en Lego, maar was ook nog steeds een meisje. Waarom zou een broek dat veranderen?

Mijn drie zussen en ik hebben op onze strepen gestaan om in een broek te mogen lopen. Vaak werden we door mijn vader beschuldigd van het creëren van een ‘feministisch complot’ – wist ik veel wat dat toen inhield. Dit leverde helaas klappen op, maar we hebben volhard. Ik was toen zes jaar oud en het heeft bijna tot mijn tiende geduurd voordat we overal broeken aan mochten. Sindsdien draag ik bijna altijd een broek. Het was een van mijn grootste verworvenheden, dus droeg ik die zo vaak als maar kon. Als ik een rok droeg, zorgde ik ervoor dat die boven de knie uitkwam. Bij een jurk hetzelfde verhaal, of smalle banden aan de bovenkant. We hadden voor deze vrijheid thuis gestreden, dus dan moet je die optimaal benutten.

Is onwetendheid wel een zegen?
Als deze opvattingen de enige waren die ik van huis uit meekreeg en die niet bekritiseerd werden, dan was de schade die ik moest inhalen beperkt gebleven. Dat klinkt misschien gek voor iemand die vertelt dat zij geslagen werd omdat ze een broek aan wilde, maar als het hierbij was gebleven, hoefde mijn realiteitsbeeld later niet uit elkaar te vallen. Mij werd namelijk het jonge-aarde-creationisme geleerd, terwijl de evolutie volgens mijn vader de grootste leugen was die de staat ooit verteld heeft. Die was namelijk doelgericht bezig kinderen te indoctrineren, zodat ze niet meer in God zouden geloven.

Deze ideeën werden door leraren op mijn basisschool en middelbare school niet weerlegd. Leerlingen op mijn middelbare school hadden wel kritiek op het creationisme, maar de docent nam mij dan in bescherming. Een van hen zei zelfs: ‘Als dit jouw overtuiging is, dan is dat prima en moet men dit accepteren als een valide standpunt.’ Hoe vriendelijk en lief die docent het ook bedoelde, het hielp mij niet om kritisch te denken. Waarschijnlijk werd ik alleen maar verdedigd omdat het om mijn ‘christelijke identiteit’ ging op een christelijke school. Wat als iemand dit zegt over zwaartekracht? Of zegt dat de aarde plat is? Ik leerde braaf mijn lesstof, maar ik leerde om het daarna weer te vergeten. Er was één docent die tegen mijn creationisme inging, maar nadat ik dat thuis had verteld, hield dat op. Later hoorde ik dat mijn vader een klacht had ingediend, omdat mijn ‘christelijke identiteit’ werd bedreigd. Dus bleef daarna mijn wereldbeeld weer zonder kritiek.

De gebroken bubbel
Buiten school zag ik in mijn voormalige geloof steeds vaker onrecht, zoals mensen monddood maken, kritische vragen vermijden en onderdrukking toestaan. Op mijn vijftiende brak de hel op aarde los. Een diaken uit mijn voormalige kerk was uit zijn ambt gezet vanwege ‘onbeleden zonden’. Ik wist dat deze diaken conciërge was op een basisschool, en ook dat hij geschorst was op dat moment. De kinderen van de oudsten (leiders van de kerk) vermeden deze diaken. Een paar weken daarvoor had iemand een preek gehouden over ‘verborgen agenda’s’. Ik ging naar de oudsten toe, omdat ik het idee kreeg dat het over een pedofilie-zaak ging. Het antwoord was geen ‘nee’, maar: ‘Wat wil je doen? Je hebt geen bewijs!’ Het was uiteraard de bedoeling dat ik mijn mond niet open zou doen, dus was ik niet meer welkom in die kerk vanwege ‘rebellie.’

Ik was er kapot van toen ik geconfronteerd werd met het feit dat de leiding het eigen imago belangrijker vond dan de mensen in hun kerk. Dat wekte bij mij weer interesse op om de bijbel te gaan lezen. Kan ik wel vertrouwen wat deze leiding me daarover heeft verteld? Hoe meer ik eruit las, hoe meer mijn geloof bergafwaarts ging. Een jaar nadat ik de kerk uit was gegooid, is deze diaken inderdaad veroordeeld voor pedofilie en heeft hij een celstraf gehad. Ook vind ik het bijzonder dat ik blijkbaar werd gezien als een ‘rebel.’ Het ging mij gewoon om rechtvaardigheid, wat ontbrak.

Ondanks dat mijn geloof bergafwaarts ging, hield ik nog heel veel dingen uit het verleden vast. Het universum was 6000 jaar oud, door de verhalen van Kent Hovind dacht ik dat er water onder het aardoppervlak was, omdat anders de zondvloed niet plaats had kunnen vinden, noem het maar op. Het was pas toen ik meerdere malen over ‘de hoeken van de aarde’ in de bijbel las, dat ik mij begon af te vragen ‘Dit klopt niet. Waarom zou 6000 jaar kloppen als er in de brieven van Petrus wordt gezegd dat een dag voor God kan voelen als duizend jaar, en duizend jaar als een dag?’

Zo kwam ik langzamerhand los van het creationisme, tegen het einde van mijn negentiende jaar, maar het was pas een jaar later dat ik echt de biologieboeken in dook. Ondertussen zat ik op het beroepsonderwijs en kwam ik erachter hoeveel ik van natuurkunde was vergeten. Ik studeerde namelijk fotografie. Door fotografie werd ik geconfronteerd met licht en elektronica en kwam ik er tot mijn schrik achter dat ik deze stof ook compleet was vergeten. Niet alleen de evolutieleer en de leeftijd van de aarde waren weg, maar een groot deel van álles wat ik geleerd had. Toen ik daarbij stilstond, ben ik meer boeken gaan lezen, waaronder natuurkunde- en biologieboeken. Je weet wel, de boeken ‘die ik leerde om te vergeten.’

Ik snap dat religie in de meeste gevallen niet de versie is die ik heb meegemaakt, maar ik denk dat mijn verhaal vaker voorkomt dan je lief is.

Aan de ene kant vind ik het jammer dat ik niet meer kan geloven, want het kan hoop en troost bieden. Aan de andere kant ben ik wel blij dat ik uit mijn bubbel ben gebroken. Eigenlijk geloofde ik op m’n negentiende pas echt niet meer in de god van het christendom. Al had ik je toen waarschijnlijk wel verteld dat ik er nog heilig in geloofde, omdat ik door atheïsten niet als stok gebruikt wilde worden om religie mee te slaan. Ook wilde ik niet door mijn omgeving uitgekotst worden. Ik zat dus nog een paar jaar in de kast als atheïst.

Kritiek slijpt je wereldbeeld
Een overtuiging zoals jonge-aarde-creationisme kan zorgen voor aversie tegen het intellect. Omdat ik zowel op de basisschool als in het middelbaar onderwijs niet bekritiseerd mocht worden door docenten; omdat mijn ‘christelijke identiteit’ beschermd moest worden, heb ik jarenlang bepaalde onderwerpen van de wetenschap verworpen. Ik heb geen probleem met gelovigen. Waar ik wel een probleem mee heb, is dat pseudowetenschap als even kredietwaardig werd gepresenteerd omdat we op een christelijke school zaten. Dan gaat er echt iets fout.

Dat is waarom ik mij afvraag of religie wel thuishoort op school. Natuurlijk moet er godsdienstonderwijs zijn, want kennis over godsdienst is belangrijk. In seculier onderwijs hoort juist dit soort informatie gegeven te worden. Wéét wat je bekritiseert of juist wat je wilt volgen. Mijn vraag is of religieuze scholen thuishoren in het bijzonder onderwijs. Geloof buiten overheidsvoorzieningen houden is niet hetzelfde als atheïsme. Kinderen informeren over de wetenschappelijke ontwikkelingen is wat anders dan zeggen dat God niet bestaat.

Je kunt het als heel nobel zien wat die vriendelijke docent heeft gedaan, maar je houdt een anti-wetenschappelijke houding in stand. Natuurlijk kun je nog steeds docenten op een seculiere school hebben die je wereldbeeld niet willen confronteren, omdat ze bang zijn om te kwetsen. Toch denk ik dat je die confrontatie eerder uit de weg gaat als je een bepaalde identiteit van een school en kind probeert te beschermen of vast te houden, wat in mijn situatie de christelijke identiteit was.

Ouders kunnen alsnog hun kinderen christelijk opvoeden. Ik denk juist dat kinderen blootstellen aan zoveel mogelijk verschillende opvattingen tot meer oprechte gelovigen leidt. Hoe sterk is je geloof als je nooit serieus met iets anders in aanraking komt? Men kiest voor een school- en leersysteem, en technisch gezien is een leersysteem ook een ‘opvatting,’ maar die opvatting moet nog steeds aan kwaliteitseisen voldoen. Een religie is echter geen schoolsysteem dat door een pedagoog is ontwikkeld, wat Daltononderwijs bijvoorbeeld wel is.

Vaak krijgt Vrij Links de kritiek dat ze het niet over inkomensongelijkheid hebben, of over klimaatverandering. Weet je hoe je onwetendheid op dit gebied voorkomt? Onderwijs! Onderwijs! Onderwijs! Leer kinderen met respect om te gaan met het klimaat. Als kinderen naar een seculiere school gaan, komen ze kinderen van alle achtergronden tegen, waardoor ze in aanraking komen met inkomensongelijkheid.

Doordat ik niet uit mijn bubbel werd getrokken, was ik ook niet in staat om bepaalde kennis tot mij te nemen. Dat is waarom ik denk dat een school op het gebied van religie neutraal of seculier moet zijn. Hoe diverser de groep is waarmee je in aanraking komt als kind, des te beter. Een van de progressies die ik beschrijf, kwam juist doordat ik bij meiden in de klas zat die geen rok droegen.

Ik zou het zo jammer vinden als andere kinderen gebeurt wat mij is overkomen. Dat is waarom ik dit verhaal vertel en deze vragen stel.

Foto: Elianne van Turennout