De Koran is volgens Azad Qazaz ‘net als ieder ander religieus boek een theologisch boek en geen wetenschappelijk traktaat.’ Dit accepteren is volgens hem de oplossing tegen dogmatisch gedachtengoed. ‘We zullen de Koran op zijn eigen interne logica moeten onderzoeken en eventuele conflicten bloot moeten leggen.’

Allereerst is het belangrijk dat de kritiek die ik hieronder presenteer niet voortkomt uit een afkeer van de islam. Ik ben lang belijdend moslim geweest. En zelfs nu ik uit het islamitische geloof ben gestapt, heb ik alleen maar meer respect gekregen voor de profeet Mohammed en voel ik mij dichter bij God. Ook zijn de kritieken niet gericht aan individuele moslims. Het gaat mij om een ideologie die dogmatisch denken voortbrengt. Desalniettemin hoop ik hiermee wél individuele moslims te helpen ontsnappen aan eventuele dogma’s die zij aanhangen. In mijn directe omgeving merk ik dat veel Koerdische jongeren behoefte hebben aan een nieuwe manier van denken over God, maar moeite hebben om aan de dogma’s van hun voorouders te ontsnappen.

Moslims geloven dat de Koran geïnspireerd is door Allah en aan Mohammed is doorgegeven via de Aartsengel Gabriël. Deze inspiratie, die in 610 na Christus is begonnen, heeft 23 jaar geduurd. De Koran was pas compleet toen Mohammed stierf in 632, op 63-jarige leeftijd. Daarom zijn de woorden in de Koran het Heilige Woord van God en een rectificatie van alle fouten in de voorgaande heilige boeken van de Abrahamitische religies, zoals de Bijbel.

Veel moslims ontlenen een gevoel van superioriteit aan de islam en hun heilige boek de Koran, want de laatste absolute waarheid is aan hen geopenbaard. De islamitische ideologie over God, de Koran en Mohammed berust op deze wetenschap. Deze is een psychische conditie geworden die moslims ervan weerhoudt om spiritueel, politiek en filosofisch toe te treden tot de moderne wereld en te integreren in de Nederlandse democratie. Natuurlijk zijn er moslims die hier meer gematigd in zijn, maar zij zijn vooralsnog de minderheid. En zij hebben handvaten nodig om hun intuïties uit te werken tot goede argumenten.

Toch gaat het publieke debat over de islam voorbij aan deze ervaring van moslims. Zowel de ‘islamofoben’ als ‘islam-apologeten’ begrijpen niet dat in de levenservaring van moslims de Koran geen objectief idee is. Het is een subjectieve ervaring en de bron van alle betekenis. Daarnaast bevat het ook de absolute Waarheid en is het letterlijk het Laatste Woord van God. Dit levert een problematische positie op, omdat het niet strookt met een liberaal-democratische samenleving. Wie de ultieme waarheid in pacht heeft, is geoorloofd om elk ander systeem te negeren. Dat betekent dat het ondermijnen van de Nederlandse samenleving en democratisch systeem een acceptabel doeleinde is als dat ‘het werk van God verrichten’ in zou houden. Wanneer deze ideologie in kracht toeneemt destabiliseert dat onze democratie, want een democratie kan alleen werken als het volk accepteert dat er iets anders boven ‘hun waarheid’ staat, namelijk het democratische proces en de soevereiniteit van het volk.

Maar het heeft geen zin om felle rationele kritiek te uiten op de islam en de Koran. De weg van academici en populisten kan met geen mogelijkheid moslims overtuigen van de feilbaarheid van de Koran. Wanneer je alle betekenis en waarheid ontleent aan één bron, kan alle kritiek op die bron alleen godslastering zijn en moet het, zonodig met geweld, de kop ingedrukt worden. Tegelijkertijd is het belangrijk dat wij moslims overtuigen dat deze ervaring leidt tot een gespleten en dogmatisch gedachtengoed, dat ze ervan weerhoudt vrij te denken. We leven nu eenmaal in een multiculturele samenleving en we zullen moeten zorgen dat elke ideologie kan integreren in het democratisch proces.

De juiste manier om moslims uit deze dogmatische sluimer te helpen ontwaken is door aan te tonen dat de Koran een historisch en menselijk spiritueel product is. Maar niet door externe rationele argumenten. We zullen de Koran op zijn eigen interne logica moeten onderzoeken en eventuele conflicten bloot moeten leggen. Want als de Koran daadwerkelijk het woord van God is, waarin absolute kennis aanwezig is, kan het niet in conflict zijn met de werkelijkheid.

In mijn boek ‘God, de Koran en de werkelijkheid, waar ligt de waarheid?’ ga ik in op de conflicten van het wereldbeeld van de Koran met de wetenschap. Hierin, en in ‘De Koran in relatie tot Logos en Mythos’ (aan een vertaling van deze in het Koerdisch geschreven boeken wordt gewerkt, red.) claim ik onder andere dat in het kosmologisch systeem van de Koran de aarde stilstaat en de zon om de aarde draait. Het boek is deels gericht aan de ‘Wonderzoekers’ die elk wetenschappelijke ontdekking denken terug te vinden in de Koran. Het is ook bedoeld om aan te tonen dat de Koran een historisch en zintuiglijke beschrijving geeft van de wereld die niet correspondeert met feiten die we tegenwoordig kennen en kunnen verifiëren.

Menselijk weten, ook wetenschap, is feilbaar. Onze zintuiglijke en cognitieve vermogens zijn begrensd. Daarom verandert ons begrip van de wereld door de eeuwen heen. Veel van wat we nu denken te weten zal over 500 jaar achterhaald zijn. Maar dankzij de empirische wetenschappelijke methode zijn er bepaalde onfeilbare feiten ontdekt. Bijvoorbeeld dat de aarde rond is, om haar eigen as en om de zon draait, en dat de zon zelf het middelpunt van ons zonnestelsel vormt. Als de Koran door een eeuwige en alwetende God naar de aarde gezonden is, dan moet Hij deze feiten kennen en kan het wereldbeeld van de Koran niet in conflict zijn met deze feiten. Waarom beschrijft de Koran dan de aarde als een stilstaand object en de zon en maan als bewegend?

Neem deze versregel:

‘Of wie heeft de aarde in vaste stand gezet en in haar midden rivieren gemaakt en haar van pijlers voorzien en tussen de beide zeeën een scheidsmuur gemaakt?’

De aarde is ‘in vaste stand’ gezet. Het is duidelijk wat hier bedoeld wordt. Hoe zit het met de zon?

‘En de zon zij loopt naar een rustpunt voor haar vastgesteld. Dat is de maatbeschikking van de Geweldige, de Wetende. En de maan, Wij hebben haar standplaatsen naar maat beschikt totdat zij weer terugkeert als een oude palmtak. Niet is het voor de zon nodig dat zij de maan inhaalt noch komt de nacht voor de dag. En een elk stuwen zij voort in kringloop.’[1]

De zon ‘loopt’ en zowel de zon als de maan ‘stuwen … voort in kringloop.’ De maan beweegt inderdaad om de aarde heen, maar de zon niet. Maar in deze beschrijving ‘lopen’ zowel de maan als de zon om de aarde in ‘kringloop.’

‘Hij is het, die de nacht en de dag geschapen heeft en ook de zon en de maan een elk voortijlend in kringloop.’ [2]

De zon en de maan zijn door God ‘elk voortijlen in kringloop’ gezet.

‘Hebt gij niet gezien dat God de nacht overbrengt in de dag en de dag overbrengt in de nacht en dat God de zon en de maan dienstbaar heeft gemaakt een ieder lopende tot een genoemde termijn…’[3]

In al deze verzen, en in vele meer, wordt de aarde niet beschreven in termen die zouden suggereren dat ze beweegt. Alleen de zon en de maan worden als lopend, stuwend en in kringloop beschreven. Ook worden de verschijnselen van dag en nacht niet gekoppeld aan de draaiing van de aarde. Het wordt in relatie tot de beweging van de zon beschreven. Deze verzen duiden erop dat in het kosmologisch systeem van de Koran de aarde niet beweegt – en dat, weten we nu, klopt niet. Het zou voor iedere moslim een vraagstuk moeten zijn waarom de beschrijving van de aarde en de zon in de Koran lijken te corresponderen met het toen heersende model: het geocentrisme. Dit model was het heersende wereldbeeld en de kosmologische norm ten tijde van het ontstaan van de Koran.

Dit is maar één van de aanwijzingen dat het Woord van God niet te verenigen is met het vastgestelde feit dat de aarde in constante beweging is. We kunnen de Koran niet als absolute waarheid en letterlijk woord van God interpreteren. De Koran moet gelezen worden vanuit de theologie en mythologie; niet als een feitelijke en wetenschappelijke weergave van de werkelijkheid. Tenzij je als moslim bereid bent om de alwetendheid van God in twijfel te trekken, raak je door een letterlijke interpretatie van de Koran verzeild in een paradox die leidt tot uitspraken van de Saoedi-Arabische Mufti, Bin Baz[4], die claimt dat de aarde niet beweegt omdat de Koran dat stelt. Eenieder die gelooft dat de aarde wel beweegt, is volgens hem een afvallige.

Deze letterlijke lezing van de Koran brengt moslims in verwarring; óf ze moeten accepteren dat de Koran niet het letterlijke Woord van God is – en dus geen absolute waarheid bevat – óf ze moeten de empirische waarheid ontkennen en de wetenschap afwijzen. Ze worden voor een onmogelijke keuze gezet: het geloof, hun bron van zingeving, of de verifieerbare feiten van de materiële werkelijkheid die niet ontkend kunnen worden.

De Koran is niet in een wetenschappelijke kader te plaatsen, want haar doel is niet om wetenschappelijke feiten weer te geven. Het doel van de Koran is theologisch. Wanneer de Koran de wereld beschrijft, doet het dat met de bedoeling om de macht van God tentoon te stellen. Het wil zeggen dat God een goede plek voor mensen geschapen heeft en dat wij Hem dankbaar moeten zijn. De Wonderzoekers missen dus, naast het verkeerd interpreteren van de verzen, en het verwarren van moslims, ook het fundamentele doel van de Koran.

De theologische invalshoek van de Koran heeft niets met wetenschap te maken. Het is voor de Koran niet belangrijk of de aarde of de zon nu draait of niet. Het is ook niet belangrijk of de aarde in het systeem van de Koran stilstaat of om haar as draait. Het is voor de Koran belangrijk dat mensen de almacht van God kennen en wil zeggen dat deze wereld een verwijzing is naar een andere werkelijkheid. De Koran is dus net als ieder ander religieus boek een theologisch boek en geen wetenschappelijk traktaat.

De oplossing voor moslims zelf, voor een islamitische modernisering en voor de islamitische compatibiliteit met een democratisch systeem, begint bij het plaatsen van de Koran in haar historische context als een product van menselijke kennis en spirituele ervaring. Hierbij hoort tegelijk de acceptatie dat de Koran geen ahistorisch alwetend perspectief biedt, maar feilbaar is en de gebreken toont van de wetenschap in haar eigen tijd. Deze omkering in denken is de voorwaarde voor een Europese islam. Dit geeft moslims de kans om hun begrip van de werkelijkheid aan te passen naarmate de wetenschap ons meer leert. Het bevordert de integratie van de islamitische ideologie in een democratisch land als Nederland, door die gelijk te stellen aan andere ideologieën.

[1] Ibid. 36: 38-40.

[2] Ibid. 21: 33.

[3] Ibid. 31:29.

[4] Bn Bāz, ʿAbdu l-ʿAzīz, (1982). Al-adilla al-naqliyya wa al-ḥissiyy ʿalā jarayān al-shams wa al-qamar wa skūn al-arẓ. Riyāẓ. Zie:  http://www.archive.org/download/Hassouni_5/Eladillaennaklia-ibnBaz.pdf