Is een hoofddoek bij kleine meisjes een symbool van onderdrukking of juist van vrijheid? Shad Raouf reageert op de uitspraken van Keklik Yücel in een interview in Vrij Nederland. Volgens Shad zijn beide mogelijk: ‘De trotse moslima moet erkennen dat haar ervaring niet representatief is voor alle meisjes. Het dragen van een hoofddoek is niet voor elk meisje een vrije keuze.’

Het dragen van een hoofddoek door kinderen, voor moslima’s een symbool van hun geloof, is enige tijd terug onder vuur komen te liggen door Keklik Yücel, een van de auteurs van het Vrij Links-manifest. Zij stelt in een interview met Vrij Nederland dat de hoofddoek verboden moet worden op de basisschool, omdat het een evident symbool van onderdrukking zou zijn. Haar punt is dat kleine meisjes vrij moeten zijn om zelf te kiezen wat ze willen dragen. Bovendien zou de hoofddoek meisjes seksualiseren. Haar tegenstanders beschuldigen haar juist ervan dat ze afbreuk doet aan de zelfbeschikking van vrouwen om te dragen wat ze willen. De hoofddoek is voor hen een symbool van hun geloof en daar moeten ze in alle vrijheid voor kunnen kiezen.

Kan de hoofddoek tegelijk een symbool van onderdrukking én van vrijheid zijn?

Het speelveld

De tegenstanders van Yücel zijn in twee groepen te verdelen, die elkaar niet uitsluiten. Aan de ene kant hebben we de trotse moslima die haar hoofddoek als een belangrijk symbool van haar geloof beschouwt en uit vrijheid hiervoor kiest. Aan de andere kant heb je de groep die de vrijheid van de moslima om haar eigen kleding te kiezen wil beschermen. Deze groep vindt dat je andermans vrijheden moet laten voor wat ze zijn. De eerste groep staat volledig in haar recht om trots te zijn op haar hoofddoek en in vrijheid de keus te maken voor het al dan niet dragen ervan. Maar de tweede groep heeft weinig inzicht in de interne dynamiek van bepaalde islamitische gemeenschappen.

De trotse moslima moet erkennen dat haar ervaring niet representatief is voor alle meisjes. Het dragen van een hoofddoek is niet voor elk meisje een vrije keuze. In moslimgemeenschappen bestaat een sterke nadruk op traditie. De jongeren worden geacht de opgebouwde orde te handhaven als ze hun ouders opvolgen. De rol van de vrouw daarin is om vooral niet bezoedeld te worden en de familie-eer hoog te houden. Haar dragen van een hoofddoek is daarom belangrijk, omdat het haar kuisheid symboliseert, haar beschermt tegen de blik van mannen en signaleert aan de gemeenschap dat zij en haar familie goede moslims zijn. Het verwezenlijken van een persoonlijke levensstijl is niet aan de orde.

In nog een subset van deze gemeenschappen zijn er ook gezinnen die hun kinderen aanleren dat ze zonder hoofddoek geen goede moslims zijn en zullen branden in de hel als ze die niet dragen. Dit wordt er van kinds af aan ingeprent. Zij weten dus niet beter, omdat ze heel vroeg al geïndoctrineerd worden met deze ideologie. Als ze dan al weerstand kunnen bieden tegen dit dogma, wacht hen disciplinering, met harde hand zo nodig, isolatie binnen of verstoting door de gemeenschap. De hoofddoek is in deze groepen een voorwaarde voor een volwaardige deelname aan de gemeenschap. Het is geen ‘lifestyle’-keuze. Meisjes maken dit besluit niet altijd uit vrije overweging zoals we bijvoorbeeld voor een studie kiezen; er is vaak geen andere manier van leven denkbaar.

Dit is wat de tweede groep, die de vrijheid van moslima’s denkt te beschermen, moet begrijpen. De hoofddoek wordt niet per definitie vrij gekozen. Iedereen moet de keuze hebben om zelf te bepalen wat ze wil dragen. Maar het ontkennen van de dwang die deze meisjes ondervinden, doet juist af aan die vrijheid. Er wordt alleen een theoretische vrijheid verdedigd. De praktijk is het in stand houden van een onderdrukkend systeem bínnen bepaalde islamitische gemeenschappen. Hoewel je niet wilt dat de overheid zich bemoeit met de klederdracht van burgers, heeft de overheid wel de plicht om die vrijheid te waarborgen wanneer die klederdracht opgedragen wordt.

De focus

Toch denk ik dat Keklik haar woorden slecht gekozen heeft. De hoofddoek kan ook vrijwillig gedragen worden en kan ook gedragen worden zonder een symbool te zijn van de geloofsovertuiging van die persoon. Een verbod op hoofddoeken betekent dat je ook meisjes die wél vrij kiezen hiervoor, de vrijheid afneemt omdat je andere meisjes wil beschermen. En het is ook niet evident dat zo’n verbod effectief zou zijn. Wat zou het doen om de achterliggende dwang en dogma’s te verhelpen? Het kan zelfs een averechts effect hebben: men kan zich voorstellen dat erg conservatieve ouders hun dochters gaan isoleren omdat hun levensovertuiging bedreigd wordt. Dat zou een problematische wending zijn voor deze dwangmatige praktijken.

De discussie zou moeten gaan over de dwang en indoctrinatie binnen deze gezinnen, waar de hoofddoek alleen een symptoom van is. Dan kunnen we het verhaal van Elianne, die gedwongen werd om rokken te dragen, omdat broeken gezonden zouden zijn door de duivel om ‘het gezin’ kapot te maken, ook aankaarten – zij ervaarde zelfs fysiek geweld. Een eenzijdige focus op de hoofddoek, het symptoom, weerhoudt ons ervan de onderliggende problemen aan te kaarten en om dezelfde problemen te signaleren bij andere groepen.

Ouders en hun rechten

Maar hebben ouders niet het recht om hun kinderen verplichtingen op te leggen? Kinderen worden tot veel dingen gedwongen die ze niet leuk vinden of niet willen doen. Als ze ouder zijn, zouden ze deze dwang misschien wél kunnen begrijpen en zijn ze er wellicht zelfs dankbaar voor. Veel moslima’s die nu trots zijn op hun hoofddoek, zullen het eerst misschien ook als een zinloze verplichting hebben ervaren. Los van duidelijke gevallen van fysiek en mentaal misbruik, hebben ouders toch het recht om hun kind naar eigen geweten op te voeden?

Maar de ene verplichting is de andere niet. De verplichting om je bord leeg te eten, bijvoorbeeld, leert je om geen voedsel te verspillen. Dat is een universeel waardevolle les. De verplichting een hoofddoek te dragen leert je, in het beste geval, kuis te leven, God te eren en je niet aantrekkelijk te maken voor mannen. Dit is alleen een waardevolle les als je daarin gelooft en niet eentje die universeel waardevol is. Maar dit is een onderscheid dat niet te handhaven valt vanuit de overheid. Moet er een wet komen die ouders verbiedt waarden aan hun kinderen te leren die niet universeel zijn? Ik denk niet dat we dit willen. Het zou problematisch zijn als de overheid gaat bepalen wat universeel waardevolle lessen zijn waar kinderen toe gedwongen mogen worden en andere niet.

Aandacht voor kinderen

Toch raakt Keklik een belangrijk punt. De wet op de godsdienstvrijheid behoeft een nieuwe, kritische blik. Situaties en gemeenschappen veranderen organisch, maar wetten moeten we zelf aanpassen. Daardoor kan een wet voorbij haar originele doel gaan. We moeten erkennen dat aan de hoofddoek gebruiken gekoppeld zijn die niet de vrijheid en zelfontplooiing van het kind voor ogen hebben. Deze gebruiken zijn erop toegespitst om het kind binnen de eigen traditie op te laten groeien en daar ook aan onderdanig te maken.

Je kan hiertegen poneren dat elke familie het kind volgens de eigen tradities wil laten opgroeien en dat er kinderen zijn die met plezier een hoofddoek dragen. Maar dan ga je voorbij aan de kinderen die dat niet met plezier doen; die niet de kans krijgen om zelf de traditie te omarmen; die van kleins af aan geïndoctrineerd worden over hun rol in de familie; die zich geen enkele andere manier van leven kunnen voorstellen. Of, in het ergste geval: de kinderen die bedreigd worden en met harde hand tot de orde worden teruggeroepen.

Kekliks pleidooi is gericht op deze kinderen. Toch is een verbod op hoofddoekjes geen oplossing en zou dat zelfs averechts kunnen werken. Maar het wegwuiven van alle kritiek op hoofddoekjes is onverantwoord en laat menig kind aan haar lot over.