Een mooie mijlpaal: dit is het honderdste artikel op vrij-links.nl. Als hoofdredacteur van dit platform vind ik het dan ook wel eens tijd worden om mezelf voor te stellen. Mijn naam is Jan Bockma, ik ben 36 jaar oud en woon in Alkmaar. In het dagelijks leven werk ik als tekstschrijver.

Aangenaam.

Het grootste deel van mijn volwassen leven heb ik me eigenlijk vooral druk gemaakt over de opkomst van Nederlands nationalistisch, (extreem)rechts. Nog steeds denk ik dat deze stroming alleen al in aantallen de grootste bedreiging kan zijn voor alle waarden die ik belangrijk vind, zoals vrijheid van meningsuiting en andere individuele vrijheden. Mensen aanvallen op hun afkomst, het opzeggen van mensenrechtenverdragen, het verbieden van boeken; het gaat allemaal lijnrecht in tegen de principes die ik onze samenleving de moeite waard vind maken.

Maar je kunt volgens mij alleen effectief tegen die dreiging vechten als je er zelf een goed verhaal tegenover kunt stellen. Als je anderen erop wil wijzen wat ze fout doen, zal je moeten laten zien dat je zelf wél de legitieme problemen aan wil pakken. Je moet het initiatief nemen, zodat je tegenstander er niet mee aan de haal kan gaan om te doen alsof er slechts één oplossing mogelijk is.

Ik vind dat ‘links’ er de afgelopen jaren slecht in geslaagd dat initiatief te nemen. Dan heb ik het niet alleen over de partijen in de Tweede en Eerste Kamer, maar over links als brede maatschappelijke stroming: lokale partijen, media, opiniemakers, belangenorganisaties, denktanks, noem het maar op. Als het gaat om lastige sociaal-culturele kwesties, dan is te vaak de impuls geweest om defensief te reageren op de hysterische uitspraken van populistisch rechts in plaats van zelf het initiatief te nemen.

Hoe begrijpelijk ook, dit is een gevaarlijke strategie als er wel degelijk gegronde redenen zijn om kritiek te leveren. Frustraties zullen uiteindelijk namelijk altijd naar de oppervlakte borrelen; hoe langer die zijn ingehouden, hoe lelijker ze zijn als ze eenmaal naar buiten komen. Mensen willen nu eenmaal dat hun zorgen serieus genomen worden. Doe je dat niet, dan verlies je je morele autoriteit. Op die manier raak je juist je positie kwijt om effectief op te komen voor de groepen die je wil beschermen, maar ook om andere onderwerpen als sociaaleconomische ongelijkheid en klimaatverandering serieus aan te pakken.

Het vacuüm wordt gevuld door anderen die wel de zorgen oppakken, maar die ook misbruiken. Om hele bevolkingsgroepen weg te zetten. Om ze de schuld te geven van het eigen falen. Om via de achterdeur te proberen Nederland tot ‘joods-christelijk’ om te dopen. Om de eigen witte identiteitspolitiek te legitimeren.

Ik was dan ook blij met het Vrij Links-manifest van Asis Aynan, Eddy Terstall, Femke Lakerveld en Keklik Yücel. Hier was een alternatief waarin nadrukkelijk een richting werd voorgesteld waarin etniciteit geen rol van betekenis speelde, maar waar progressieve, seculiere waarden voorop werden gesteld. De zorgen om de toenemende invloed van mensen met theocratische ideeën zijn namelijk niet alleen de zorgen van de Nederlanders die hun hele familiegeschiedenis hier hebben liggen. Het zijn ook de zorgen van veel mensen met een migratieachtergrond. Het zijn de zorgen van de uitgesproken ongelovigen, feministen, lhbt mensen, seculieren en andersgelovigen onder hen.

Ik kende de auteurs van het manifest niet persoonlijk en was vrijwel niet actief op Twitter. Dat veranderde toen daar de discussie over Vrij Links losbarstte. In een mum van tijd was ik betrokken bij een enthousiaste groep mensen en stond er een platform; hiermee hopen we te bereiken dat ons geluid binnen de linkse partijen gaat leven en dat een écht open debat nieuwe aanknopingspunten oplevert om voorbij de polarisering te gaan. Als hoofdredacteur draag ik bij aan de inhoudelijke koers, de strategie en overleg ik met redacteurs en auteurs.

Samen met de redactieleden Marieke Hoogwout, Max Westerman, Ali Sayin, webmaster Bojan van der Heide, betrokken VrijLinksers en allerlei enthousiaste gastauteurs, zijn we keihard aan het werk gegaan. De snelheid waarmee we publiceerden was een bewuste keuze. We wilden waar we maar konden laten zien waar we het over wilden hebben. Inzichtelijk maken waar de pijnpunten liggen waar het manifest op doelt; de stemmen laten horen die zo vaak buiten de discussie worden gehouden; moeilijke onderwerpen proberen fair en genuanceerd te bekritiseren.

En we wilden het open en vrije debat waar in het manifest voor gepleit wordt zelf mogelijk maken. Een debat waarin je openlijk terug kunt komen op iets dat je eerder hebt gezegd, omdat je voortschrijdend inzicht beschouwt als een kracht, niet als een zwakte. Waarin je openlijk met andere gewaardeerde auteurs van mening kunt verschillen, omdat meningsverschillen juist interessant zijn om samen tot nieuwe inzichten te komen. En erop te durven vertrouwen dat je publiek open genoeg staat om je daar niet meteen op af te rekenen.

Honderd artikelen verder hebben we daar al veel van kunnen laten zien, om de discussie gaande te houden en het manifest kracht bij te zetten. Persoonlijke verhalen, uitgebreide interviews, analyses, columns, discussies, tot zelfs een gedicht en de Nederlandse primeur van de ‘grievance studies’-hoax aan toe, het is te veel om op te noemen. De artikelen laten zien dát er nog zo ontzettend veel te bespreken valt; dát er ook in ons vrije Nederland vrijheden onder druk staan; dát mensen met niet-westerse achtergrond die linkse waarden delen vaak buiten het debat gehouden worden; dát er nog heel veel te winnen valt onder de kiezers die links in principe een warm hart toedragen, als ze zich maar serieus genomen voelen.

Ik kijk uit naar de volgende honderd artikelen, want er zijn nog zó ontzettend veel onderwerpen die we aan bod willen laten komen. En er zijn nog zó ontzettend veel mensen die we nog aan het woord willen laten. Voorlopig zijn we dus nog lang niet klaar.

Ik beschouw het als een voorrecht om deel te mogen zijn van Vrij Links; om hoofdredacteur te mogen zijn van een website die regelmatig discussie weet op te roepen; om allemaal slimme en eigenwijze mensen te ontmoeten en met hen samen te mogen werken; om het vertrouwen te krijgen van totaal onbekenden om hun zeer persoonlijke verhalen te publiceren. En natuurlijk is het een voorrecht dat het resultaat ervan bij jullie, onze lezers, terechtkomt.

Er komen allerlei bijeenkomsten in het land aan, waar ik jullie hoop te mogen ontmoeten. Voor nu lijkt een woord van dank me een mooie manier om dit honderdste artikel af te sluiten. Daar zijn namelijk veel redenen voor. Voor jullie belangstelling. Voor jullie reacties. Voor het delen van onze artikelen. Voor jullie opbouwende kritiek. Voor het hart onder de riem. En voor de kans om te laten zien dat het anders kan.

Voor dat alles, uit de grond van m’n hart, bedankt!