Er is een intellectuele crisis gaande in sommige vakgebieden binnen de geesteswetenschappen. Dat laat een opzienbarend experiment van de Amerikaanse filosoof dr. Peter Boghossian, wiskundige dr. James A. Lindsay en de Britse academica Helen Pluckrose zien. Zij hebben het voor elkaar gekregen om volslagen bizarre stellingen te publiceren in meerdere vooraanstaande geesteswetenschappelijke tijdschriften.

Hondenlosloopgebieden zouden plekken zijn waar een ‘verkrachtingscultuur’ hoogtij viert; mannen zouden van hun ‘transfobie’ afkomen en meer openstaan voor feministische waarden als ze zichzelf vaker met dildo’s anaal zouden bevredigen; het zou goed zijn om meer lichamen van dikke mensen te tonen als alternatief voor bodybuilding – het is slechts een greep uit de bizarre claims die welwillend door de redacties van vooraanstaande publicaties werden ontvangen.

De tijdschriften houden zich bezig met wat de drie ‘grievance studies’ noemen. Dit is een brede waaier aan diverse disciplines – feministische geografie, ‘fat studies’, feministische filosofie, ‘porn studies’ en meer – die in de kern een aantal uitgangspunten delen. Boghossian, Lindsay en Pluckrose verwijzen naar het ‘gezamenlijke doel’ van deze disciplines ‘om cultuur tot in het kleinste detail te problematiseren’, om ‘zo diagnoses te stellen over machtsonevenwichtigheden en onderdrukking’, waarbij die onderdrukking is ‘geworteld in identiteit’.

De disciplines zijn erop gericht om allerlei maatschappelijke en culturele aspecten te analyseren, zoals literatuur, film of technologie, waaruit verklaringen worden gegeven hoe die bijdragen aan de onderdrukking van mensen op basis van hun geslacht, huidskleur, seksuele voorkeur, lichaamsgewicht of andere kenmerken.

Deze vakgebieden hebben hun wortels in poststructuralistische en postmoderne ideeën. Dit betekent een zeer sceptische houding tegenover waarheidsclaims, ook als die bijvoorbeeld komen vanuit exacte wetenschappen als natuur- of scheikunde. In plaats daarvan worden die waarheidsclaims doorgaans opgevat als ‘sociale constructies’, als ‘ideeën die geconstrueerd zijn om macht in stand te houden’. Daarnaast vallen ze onder de ‘kritische theorieën’, wat betekent dat ze in de kern activistisch zijn: ze dienen niet alleen om analyses mogelijk te maken, maar ook om daarmee maatschappijkritiek te leveren en eventueel zaken te veranderen.

Boghossian, Lindsay en Pluckrose vermoeden al langer dat deze vakgebieden met ernstige problemen kampen. Hun experiment van het afgelopen jaar, waarbij zeven nepartikelen door vooraanstaande tijdschriften geaccepteerd zijn en drie al daadwerkelijk zijn gepubliceerd, bevestigt dat. Ze adviseren een grondige herziening van deze vakgebieden; niet om de belangrijke onderwerpen die zij bestuderen te diskwalificeren, maar juist om ervoor te zorgen dat de disciplines werkelijke kennis in plaats van drogredeneringen opleveren.

Something has gone wrong in the university—especially certain fields within the humanities

Wat vooraf is gegaan

‘Something has gone wrong in the university—especially certain fields within the humanities’, schrijven Peter Boghossian, James Lindsay en Helen Pluckrose in hun meest recente essay Academic Grievance Studies and the Corruption of Scholarship. In een eerdere poging de problemen met de culturele en identiteitsstudies binnen de universiteit aan te tonen, hebben Boghossian en Lindsay in mei 2017 al een paper in een peer reviewed tijdschrift gepubliceerd, waarin zij beweren dat penissen klimaatverandering veroorzaken. Het was een hoax – een grap – om de problemen binnen gender studies aan te tonen. De stunt had weinig impact; de paper werd gepubliceerd in het tijdschrift Cogent Social Sciences, dat artikelen tegen betaling publiceert en weinig aanzien heeft. Op de hoax kwam veel kritiek. Die was terecht: het artikel bewees weinig over de huidige staat van gender studies. Dus besloten Lindsay en Boghossian hun methoden aan te passen.

Bron: Web of Science

Ze realiseerden zich dat ze serieuzer dienden deel te nemen aan de ontwikkelingen binnen het vakgebied, de cultuur die hier heerste, en de taal die er werd gesproken. Ze zijn zich hier meer in gaan verdiepen. De bedoeling was om te laten zien hoe makkelijk het was om papers met de meest absurde stellingen, kwalitatief slechte methodologieën, en gebrekkige en/of onwaarschijnlijke statistieken gepubliceerd te krijgen, in de meest gerespecteerde tijdschriften binnen het vakgebied. Zo werden hun artikelen onder andere geaccepteerd door de tijdschriften Sex Roles en Gender, Place and Culture – de laatste heeft het zelfs al gepubliceerd. Deze tijdschriften worden vaak geciteerd en staan in de top tien binnen hun vakgebied.

Om te zorgen dat de reviewers de gebrekkige methoden en statistieken niet op zouden merken, maakten Boghossian, Lindsay en Pluckrose gebruik van populaire concepten als ‘toxische masculiniteit’, ‘heteronormativiteit’ en ‘impliciete bias’. Op deze manier speelden de drie in op de menselijke neiging van de reviewers om een bevestiging van de eigen opvattingen te willen zien, oftewel hun ‘confirmation bias’. Daar konden ze verder op inspelen door gebruik te maken van de feedback die zij van reviewers kregen op hun ingezonden papers. Deze feedback was voor hen behulpzamer dan welke literatuur dan ook.

Boghossian, Lindsay en Pluckrose gebruikten deze werkwijze, feedback en de bestaande literatuur om de meest bizarre stellingen gepubliceerd te krijgen, onder verschillende pseudoniemen, zoals M. Smith, M.A., Helen Wilson, Ph.D., en Richard Baldwin, Ph.D.

Uitvoering

Het experiment heeft tien maanden geduurd, al hadden Boghossian, Lindsay en Pluckrose het liever nog wat meer tijd gegeven. Helaas kwam hun ‘Dog Park’-paper terecht in de handen van een aantal andere critici van deze vakgebieden. Uiteindelijk is ook een journalist van de Wall Street Journal hen op het spoor gekomen, die vragen stelde die de drie niet konden of wilden beantwoorden, waardoor ze genoodzaakt waren hun experiment voortijdig af te breken. Desondanks heeft hun korte periode binnen het vakgebied zijn vruchten afgeworpen.

Ook in de media: Een van de studies opgepikt door website Reason

Zo is hun ‘Dog Park’-paper gepubliceerd, waarin zij betogen dat hondenparken plekken zijn waar een ‘verkrachtingscultuur onder honden vrij baan heeft’, waar ‘verkrachting wordt toegestaan’ en waar de systematisch ‘onderdrukte hond’ het slachtoffer van is. Hoe baasjes hun honden aanpakten zou ons ‘inzicht geven in hoe wij mannen hun neiging tot seksueel geweld en onverdraagzaamheid kunnen afleren’, door ze ‘symbolisch’ elektrische schokken toe te dienen en aan een ‘hondenlijn’ te leggen. Symbolisch, want mannen daadwerkelijk aan een lijn leggen of schokken toedienen is ‘niet politiek uitvoerbaar’, maar allerlei verplichte trainingen – ‘diversity and harassment training, bystander training, rape culture awareness training’ – zijn dat wel.

In hun ‘Fat Bodybuilding’-paper stellen zij dat het ‘de onderdrukkende culturele normen zijn die zorgen dat de maatschappij het opbouwen van spieren bewonderenswaardig vindt, in plaats van het opbouwen van vet’. Als vaker dikke mensen getoond worden, zonder daar een wedstrijd van te maken, dan zou zowel bodybuilding als het activisme ten behoeve van dikke mensen daarvan profiteren.

In het ‘Dildos’-paper noemen ze het ‘verdacht dat mannen zichzelf zelden anaal penetreren met seksspeeltjes’. Dit zou waarschijnlijk te maken hebben met hun angst om als homoseksueel te worden gezien en met hun onverdraagzaamheid jegens transgenders. Door mannen aan te moedigen om open te staan voor deze anale erotiek zou hun ‘transfobie afnemen’ en zouden ‘hun feministische waarden toenemen’.

In hun ‘Hoax on Hoaxes’-paper betogen ze zelfs dat academische hoaxen en andere vormen van satirische of ironische kritiek op het social-justice-vakgebied ‘onethisch’ zijn. Deze hoaxes zouden voortkomen uit onwetendheid, en geworteld zijn in een ‘verlangen om privileges te behouden’.

Succes

De reviewers waren zeer enthousiast over de papers. Een van hen noemde de ‘Dog Park’-paper zowel ’intellectueel’ als ‘empirisch’(!) ‘exciting’. De ‘Dildos’-paper werd door een van de reviewers beschreven als een ‘rijke en opwindende bijdrage aan de studie van seksualiteit en cultuur, en in het bijzonder de kruising tussen mannelijkheid en analiteit.’ De reviewers waren uiteraard ook zeer te spreken over de ‘Hoax on hoaxes’-paper.

De ‘Dog Park’-paper, voluit ‘Human Reactions to Rape Culture and Queer Performativity in Urban Dog Parks in Portland, Oregon’, heeft zelfs een speciale erkenning voor excellentie verkregen van het tijdschrift Gender, Place en Culture. De publicatie eerde het bij de viering van het eigen 25-jarig jubileum als een van de twaalf toonaangevende stukken in de feministische geografie.

Van de twintig papers die het trio heeft geschreven zijn er zeven aangenomen, waarvan er drie al zijn gepubliceerd; vier zijn er goedgekeurd en wachten op publicatie, al worden die met het uitlekken van de hoax ongetwijfeld afgeblazen. Twee papers waren al herzien en opnieuw ingediend. Eén paper wacht nog op beoordeling. Vier papers dienden nog te worden herzien en opnieuw te worden ingediend. Hier was echter geen tijd meer voor.

Daarnaast ontvingen zij ook nog vier uitnodigingen om papers van derden te beoordelen. Hoewel ze zich realiseerden dat dit ze een ongekende mogelijkheid zou bieden om aan te kunnen tonen in hoeverre het peer-reviewproces binnen dit vakgebied bijdraagt aan de huidige politieke en ideologische vooringenomenheid, hebben zij besloten om hier vanwege ethische redenen geen gehoor aan te geven.

Wij denken dat het bestuderen van gender, ras en seksualiteit belangrijk is, maar dat het rigoureus moet worden gedaan en met respect voor de wetenschap

Conclusie

Boghossian, Lindsay en Pluckrose stellen dat de betreffende vakgebieden niet doen wat zij beweren te doen, namelijk het progressieve en liberale werk van de burgerrechtenbewegingen voortzetten. Integendeel: ze misbruiken die goede naam om hun ‘sociale kwakzalverij’ op te dringen aan de maatschappij. De drie geven aan dat wanneer men werkelijk wat wil doen aan maatschappelijke ongelijkheid, dergelijke onderzoeken nauwkeurig moeten zijn. Dat zijn ze momenteel niet, waardoor sociale problemen onopgelost zullen blijven.

Sterker nog, Boghossian, Lindsay en Pluckrose waarschuwen dat deze vakgebieden langzaam andere terreinen beginnen te beïnvloeden, zoals onderwijs, sociaal werk, media, kunst, psychologie en sociologie. Ook in Nederland beginnen we hier de eerste verschijnselen van te zien. (1,2,3,4) Dit ondermijnt volgens hen de reputatie van de universiteit, polariseert de politiek en de maatschappij, en overstemt de nodige gesprekken en debatten. ‘Dit is een serieus probleem, wat we aan zullen moeten pakken.’

Wanneer een dergelijk probleem aan het licht wordt gebracht, kunnen de betrokkenen op verschillende manieren reageren. De onderzoekers waarschuwen dat de resultaten van dit onderzoek ook op een verkeerde manier kunnen worden geadresseerd. Boghossian, Lindsey en Pluckrose geven aan dat zij verwachten dat zowel peer-review als de universiteit aangevallen zullen worden aan de hand van hun onderzoek, zoals in Hongarije al eerder gebeurde.

James A. Lindsay, Peter Boghossian en Helen Pluckrose

Zo meldde de stafchef van de Hongaarse minister-president Orbán tijdens een persconferentie dat de Hongaarse overheid de masteropleidingen Gender Studies niet langer zou financieren. Voor de overheid zou het onbetwistbaar zijn dat mensen of als man of als vrouw worden geboren. Orbán wil het traditionele familiemodel in stand houden, en het vak Gender Studies wordt gezien als een bedreiging van deze traditionele waarden.

Boghossian, Lindsay en Pluckrose geven echter aan dit een verschrikkelijk slechte reden om het vak af te schaffen: ‘Wij denken dat het bestuderen van gender, ras en seksualiteit belangrijk is, maar dat het rigoureus moet worden gedaan en met respect voor de wetenschap. Wanneer dit gebeurt zal men zien dat zowel het ‘blank slatism’ vanuit de grievance studies als de starre, traditionele rolpatronen van sociaal conservatieven feitelijk ongefundeerd zijn’, zegt Helen Pluckrose.

Ook mensen die hierom peer review aanvallen, hebben het volgens hen bij het verkeerde eind: ‘Vechten tegen de universiteit of het peer-reviewsysteem zou zijn als het doden van de patiënt om zijn ziekte te beëindigen.’

Hervorming van het systeem kan de vatbaarheid voor politieke en ideologische vooroordelen mogelijk voorkomen, maar peer-review moet mogelijk blijven. Ze geven aan dat dit systeem het beste systeem is dat we hebben om de kwaliteit van onderzoek te garanderen. Binnen de meeste vakgebieden werkt het peer-reviewsysteem volgens hen ook buitengewoon goed.

Het zou ook mogelijk zijn dat tijdschriften voortaan gaan vragen naar identificatie van de auteur bij het indienen van een paper. Op deze manier voorkomen de tijdschriften waarschijnlijk wel dat andere mensen een dergelijke actie opnieuw kunnen uitvoeren, maar het lost het werkelijke probleem niet op; dat zit namelijk aan de theoretische basis van deze vakgebieden.

Aanbevelingen

Wat adviseren de onderzoekers dan wel? Ze hopen de geesteswetenschappen te kunnen redden. De onderwerpen die deze vakgebieden bestuderen zijn maatschappelijk zeer belangrijk. Ze hopen dat alle grote universiteiten beginnen met een grondige herziening van deze studiegebieden (genderstudies, critical race theory, postkoloniale studies, en andere op poststructuralistische en postmoderne theorieën gebaseerde disciplines in de geesteswetenschappen, net als die binnen de sociologie en antropologie in de sociale wetenschappen), om zo het kaf van het koren te scheiden: tussen de disciplines en wetenschappers die daadwerkelijke kennis produceren, en zij die constructivistische drogredenen genereren.

Film

Boghossian, Lindsay en Pluckrose hebben niet alleen een essay geschreven over hun onderzoek, maar ook de hulp ingeroepen van filmmaker Mike Nayna. Nayna heeft een 6,5 minuten durende verklaring gefilmd, waarin de drie een korte impressie geven van hun onderzoek, het proces en de resultaten. Mike Nayna heeft eerder samengewerkt met Helen Pluckrose, voor een korte documentaire die hij heeft gemaakt over de opkomst van postmodernisme in de wetenschappen. Daarin is speciale aandacht voor de ophef rond James Damore, een medewerker van Google die werd ontslagen nadat hij het diversiteitsbeleid van de zoekmachinegigant bekritiseerde, omdat hierbij wetenschappelijke kennis over verschillen tussen mannen en vrouwen in de wind werd geslagen. Deze documentaire is hier te bekijken.

Er is Nederlandse ondertiteling beschikbaar voor onderstaande video.

Begrippenlijst

Feministische geografie:
Feministische geografie is een variant van sociale geografie. Sociale geografie is gericht op het bestuderen van maatschappelijke ontwikkelingen, zoals cultuur of bevolkingsgroei, in samenhang met de ruimtelijke omgeving. In de feministische geografie worden hierbij feministische theorieën en methoden gebruikt om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te bestuderen.

Peer review:
Peer review is een methode om de kwaliteit van (wetenschappelijk) werk te controleren en/of te verbeteren. Collega’s binnen een vakgebied werpen hun kritische blik op het werk van de auteur. Deze controle door ‘peers’ vergroot de kans om mogelijke fouten in het werk te herkennen en te corrigeren.

Confirmation bias:
Confirmation bias wil zeggen dat mensen een voorkeur hebben voor informatie die hun verwachtingen bevestigt. Informatie die niet aan deze verwachtingen voldoet, wordt sneller genegeerd.

Toxische masculiniteit:
Een verwijzing naar stereotypische mannelijke rolpatronen die hen zouden beperken bij het uiten van hun emoties. Dit zou leiden tot de sociale verwachting dat mannen streven naar dominantie en zou hun emotionele bereik tot (seksuele) agressie beperken.

Heteronormativiteit:
Het idee dat heteroseksualiteit de natuurlijke toestand van de mens is en daarmee ook de norm bepaalt. De twee geslachten (man en vrouw) hebben ieder hun eigen rol en wijken hier niet van af. Andere geaardheden worden gezien als afwijkend. Zo is het ‘heteronormatief’ om te verwachten dat mannen op vrouwen vallen en vrouwen op mannen.

Impliciete bias:
De onbewuste vooroordelen die iemand heeft over mensen van een bepaalde groep. Deze kunnen leiden tot stereotypering. De vooroordelen zouden het resultaat zijn van aangeleerde associaties en sociale conditionering.

Blank Slatism:
De overtuiging dat alle mensen worden geboren met het vermogen om letterlijk alles of iedereen te kunnen worden. Deze overtuiging bagatelliseert de effecten van genetica en biologie op de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid. In plaats daarvan worden we gezien als het product van onze opvoeding en ervaringen.