Maryam Namazie is woordvoerster voor de Council of Ex-Muslims of Britain. De tekst hieronder is een verkorte versie van de speech die zij in juni 2018 heeft uitgesproken tijdens de Muslimish-conferentie in New York.

Toen de Council of Ex-Muslims of Britain (CEMB) elf jaar geleden werd opgericht, in juni 2007, kostte het ons moeite om 25 mensen te vinden die publiekelijk naar buiten wilden treden om het taboe op afvalligheid te doorbreken. Vandaag de dag zijn we getuige van een internationale ex-moslim-’gemeenschap’ – een tsunami van atheïsme.

Maar voor mij heeft het er nooit om gedraaid een gemeenschap te vormen zoals dat binnen identiteitspolitiek begrepen wordt, wat impliceert dat mensen opgesloten worden in homogene, gesegregeerde gemeenschappen, met cultuurafhankelijke rechten, die gereguleerd worden door ‘gemeenschapsleiders’. In plaats daarvan zie ik ex-moslims als een protestgemeenschap: staan voor vrijheid van religie en gewetensvrijheid. Voor het recht op afvalligheid en blasfemie, zonder angst.

Zoals de LHBT-, anti-slavernij-, antikoloniale-, anti-apartheids-, vrouwenkiesrecht- of burgerrechtenbewegingen, is het een beweging die staat voor onze medemenselijkheid en gelijkheid – niet voor verschil of superioriteit. Het is een beweging van mensen die weigeren in angst en in de schaduw te leven, en die zich voor sociale verandering uitspreken op manieren die hun weerga niet kennen.

Deze beweging doet ertoe omdat dertien staten atheïsme met de dood bestraffen, alle islamitisch. Omdat een reeks wetten in Saoedi-Arabië atheïsme definieert als terrorisme, waar Ahmad Al-Shamri voor atheïsme ter dood veroordeeld is.

Omdat Sina Dehghan in Iran ter dood veroordeeld is voor het ‘beledigen van de islam’. Omdat een Pakistaanse rechter van het Hooggerechtshof heeft gezegd dat godslasteraars terroristen zijn en Ayaz Nizami en Rana Noman daar de doodstraf te wachten staat. Omdat zelfs in landen zonder de doodstraf, zoals Bangladesh, islamisten atheïsten vermoorden terwijl de overheid een oogje toeknijpt. Omdat halverwege juni dit jaar in Bangladesh de atheïstische dichter en uitgever Shahzahan Bachchu uit een winkel gesleept en doodgeschoten werd. Omdat de Egyptische overheid een nationaal plan aan het opstellen is om atheïsme ‘het hoofd te bieden en te elimineren’. Omdat in Egypte de atheïstische blogger Sherif Gaber niet meer in het openbaar is gezien sinds zijn arrestatie op het vliegveld van Caïro op 2 mei. Omdat een Maleisische overheidsfunctionaris heeft gezegd dat atheïsten ‘opgespoord’ en ‘heropgevoed’ moeten worden. Omdat zelfs in seculiere samenlevingen ex-moslims gemeden en verstoten kunnen worden en met ‘eer’gerelateerd geweld geconfronteerd worden.

Deze beweging doet ertoe omdat je gedood kunt worden voor het verlaten of bekritiseren van de islam. Punt. Reden genoeg.

De Saoedische VN-ambassadeur Abdallah Al-Mouallimi zegt dat het bepleiten van atheïsme een terroristisch misdrijf is; dat het tot chaos leidt. Belachelijk genoeg is David Shariatmadari van de Guardian het ermee eens dat ‘kritiek op de religie, vooral op de islam, antisociaal kan zijn, zelfs gevaarlijk’. Deze beschuldigingen zijn niet nieuw. De suffragettes, bijvoorbeeld, werden gevaarlijk geacht, subversief, dat ze de natuurlijke gang van zaken vernietigden. Ze werden ‘anti-man’ en verraders genoemd omdat ze het stemrecht opeisten. Op dezelfde manier worden ex-moslims vaak verraders of ‘native informants’ genoemd. Uiteindelijk, als een ‘gemeenschap’ homogeen gemaakt wordt, kan iedereen die buiten zijn toegewezen plaats stapt als gevaarlijk, als subversief gezien worden; als een verwoester van de natuurlijke gang van zaken.

Net zoals andere maatschappelijke en politieke bewegingen die voor gelijkheid strijden, wordt de ex-moslimbeweging niet vanuit een paternalistische bezorgdheid om minderheden als ‘gevaarlijk’ beschouwd, maar omdat zij de status quo bedreigt. Want hebben minderheden geen recht op afwijkende meningen, gelijkheid, burgerrechten en vrijheden? En waarom wordt blasfemie of afvalligheid beschouwd als het ‘aanvallen van moslims’? Is het bevorderen van LHBT-rechten het ‘aanvallen van hetero’s’, of het bevorderen van vrouwenkiesrecht het ‘aanvallen van mannen’?

Maar toen CEMB vorig jaar de straat opging tijdens London Pride, diende de East London Mosque een klacht in tegen onze ‘islamofobe’ protestborden. Het heeft Pride London acht lange maanden van ontmoetingen met de CEMB gekost om ons dit jaar weer toe te laten. (Stel je eens voor als de Westboro Baptist Church een klacht bij Pride had ingediend tegen een groep die kritisch over het christendom en christelijk rechts was. Zou het hen acht maanden gekost hebben om te beslissen aan welke kant ze stonden?)

Toen de hashtag #ExMuslimBecause plotseling viraal ging, met meer dan 120.000 tweets uit 65 landen, beseften veel mensen dat ze niet alleen stonden in hun afwijzing van islam – misschien voor de eerste keer van hun leven. Toch beschreef BBC Trending het als een excuus voor het ‘aanvallen van moslims’ en ‘islamofobie’. Of toen we solidariteit toonden met hen die in Saoedi-Arabië vervolgd werden voor eten tijdens de ramadan, kwam gewapende politie de Saoedische ambassade redden, terwijl ze ons vertelden dat onze eat-in-solidariteitsactie om het vasten te trotseren de mensen in de ambassade beledigde.

Naar mijn mening gaan beschuldigingen van ‘islamofobie’ minder over het tegengaan van onverdraagzaamheid en meer over het verdedigen van religieus privilege, maar je kunt racisme niet stoppen door blasfemie en afvalligheid te verbieden. Deze beschuldigingen worden gebruikt om ex-moslims bang te maken, tot zwijgen te brengen en de facto blasfemiewetten op te leggen waar ze niet bestaan. Waar deze wetten wel bestaan, worden we beschuldigd van deze ‘misdaden’ en zonder beleefdheden vervolgd.

De beschuldiging van ‘islamofobie’ beschermt religie en religieus rechts, niet gelovigen. Er is een duidelijk verschil, bijvoorbeeld, tussen de term xenofobie die beschrijft hoe migranten het doelwit van onverdraagzaamheid zijn, of homofobie, waarbij mensen het doelwit zijn vanwege hun seksualiteit, versus islamofobie, wat de kritiek op een idee beschrijft. Religie is een idee; islamisme en religieus rechts zijn politieke bewegingen. Ze moeten vrij te bekritiseren zijn. Kritiek op islam en islamisme op een hoop gooien met het ‘aanvallen van moslims’ stelt een afwijkende mening voor als onverdraagzaamheid.

Dat betekent niet dat onverdraagzaamheid naar moslims, migranten en minderheden niet bestaat. Natuurlijk bestaat dat! We leven in samenlevingen die op klasse gebaseerd zijn en die profiteren van racisme. Ex-moslims en hun families (van wie er velen nog steeds moslim zijn) begrijpen dit beter dan de meesten; ook wij hebben te maken met gesloten grenzen, reisverboden, haat, geweld en discriminatie. En, ja natuurlijk, er zijn ex-moslims die onverdraagzaam zijn tegen moslims, net zoals er moslims zijn die onverdraagbaar zijn tegen ex-moslims; net zoals er vrouwen zijn die vrouwen haten en mannen die feminist zijn, enzovoorts. Maar individuën – niet een ‘gemeenschap’ – moeten verantwoordelijk voor hun keuzes gehouden worden. We zijn geen verlengstukken van onze gemeenschappen die verdedigd of veroordeeld moeten worden, afhankelijk van tot welke ‘stam’ we behoren.

Het slachtoffer de schuld geven is het natuurlijke resultaat van een onvoorwaardelijke verdediging van de ‘gemeenschap’ – als we maar niet zo beledigend waren geweest; als we maar op onze manieren hadden gelet, nou, dan was er geen noodzaak geweest ons te bedreigen, te doden, of tot zwijgen te brengen. Ironisch genoeg is collectieve blaam het natuurlijke resultaat van identiteitspolitiek, wat bovendien witte identiteitspolitiek legitimeert. Het argument dat culturen homogeen zijn en bescherming nodig hebben heeft de opkomst van xenofobie en anti-migrantensentiment geholpen. Trump gebruikt dit verhaal de hele tijd, net als extreemrechte groepen als Pegida, de Five Star Movement for Britain en de English Defence League.

Migranten in de zee laten verdrinken en aan de grenzen kleuters van hun ouders scheiden is het toppunt van de eigen ‘cultuur’ verdedigen – net als het vermoorden van afvalligen. Terwijl het voorgesteld wordt als progressief, is identiteitspolitiek een politiek van verschil en superioriteit. Dit mes snijdt aan twee kanten. De politiek van verschil is altijd een fundamenteel principe van een suprematistische agenda geweest – of het nu nazisme is, de biologische theorie van raciale superioriteit of verschil uitgedrukt in culturele en religieuze termen. Identiteitspolitiek is de corruptie van de strijd voor sociale rechtvaardigheid. Het degradeert het tot niks meer dan een verdediging van cultuur en de homogene ‘gemeenschap’.

Dit is waarom, toen Goldsmiths Islamic Society probeerde mijn lezing te annuleren en te verstoren, de LHBTQ+- en feministische studentengenootschappen de kant van ISOC kozen tegen mijn klaarblijkelijke ‘islamofobie’ – zelfs nadat de homofobe tweets van ISOC’s voorzitter aan het licht kwamen en hij gedwongen was ontslag te nemen. Dit is waarom de LHBTQ-moslimorganisatie Imaan heeft beweerd dat onze aanwezigheid op Pride vorig jaar alleen maar diende om “verdeeldheid tussen gemeenschappen te bevorderen” en waarom een Guardian-artikel van een homoseksuele moslim ons beschuldigde van “islamofobie” en de East London Mosque verdedigde, terwijl dat zelf een centrum voor homohaat is. Vanuit het perspectief van identiteitspolitiek is het beter om de East London Mosque en haar predikers, die oproepen tot de doodstraf voor LHBT en afvalligen, te verdedigen dan om gezien te worden aan de kant van ‘die ex-moslims’ die de rechten van LHBT-moslims en -ex-moslims verdedigen. Identiteitspolitiek slaagt er niet in om bondgenoten en vijanden binnen en buiten de ‘gemeenschap’ te zien. Het slaagt er niet in echte solidariteit te mobiliseren en te zien hoe onze levens en rechten dwars door ‘gemeenschappen’, grenzen en landsgrenzen heen met elkaar verbonden zijn.

In een tijd van regressieve identiteitspolitiek en cultureel relativisme, is een ex-moslim-protestgemeenschap belangrijk, omdat die onze universele waarden, antiracisme, secularisme, de strijd voor gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en onze medemenselijkheid opnieuw bevestigt. Een beweging die om gelijkheid gaat, niet om privilege. Rechten zonder toestemming. Zonder excuses.

Maryam Namazie is een in Iran geboren schrijfster en activiste. Ze is de woordvoerster van One Law for All en de Council of Ex-Muslims of Britain. Ze presenteert een werkelijks televisieprogramma in Perzisch en Engels genaamd ‘Bread and Roses’ en ze is de organisator van een internationale conferentie over gewetensvrijheid en vrijheid van meningsuiting en expressie, ook wel het “Glastonbury van vrijdenkers” genoemd, om het recht te verdedigen vrij te zijn van religie en die te verwerpen. #IWant2BFree; www.secularconference.com

Dit artikel is eerder verschenen op sister-hood en is met toestemming vertaald.