Armoede heeft vele gezichten. Denk aan de boeren die financieel verlies lijden door dalende melkprijzen, of door noodzakelijke investeringen om aan de eisen van milieu en gezondheid te voldoen. Of aan gezinnen die na leningen hun schuldenlast niet meer kunnen dragen als een van de ouders werkloos wordt. Of mensen die door een ingrijpende gebeurtenis zoals ziekte, een echtscheiding, een ongeval, het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Of koopverslaafden die zich uit onvrede steeds laten verleiden om zaken aan te schaffen die ze zich eigenlijk niet kunnen permitteren. Ook door psychosociale problemen, verslavingen of ongeplande zwangerschap kunnen schulden oplopen.

Er zijn dus veel verschillende situaties waar we als gemeente in het kader van sociale zaken of anderszins mee te maken kunnen krijgen. Soms komen zulke situaties vanuit onverwachte hoek aan het licht. Niet alleen bij mensen op opvanglocaties, maar ook bij mensen die zich terugtrekken op een vakantiepark, die in een caravan achter op een erf verblijven, of op andere onverwachte locaties. Vaak trekken mensen niet tijdig aan de bel, waardoor ze in een negatieve spiraal terechtkomen, met deurwaarders, dwangbevelen of schuldsanering. 

Waarom mensen het zo ver laten komen? Dat kan zijn uit schaamte, of onvermogen om de situatie te overzien, of omdat de omgeving niet tijdig signaleert.

Het probleem van de schuldenlast van burgers staat ook op de politieke agenda. Politici kunnen in de gemeente extra financiële middelen beschikbaar stellen, zodat burgers uit hun benarde situatie kunnen komen. Deze oplossing richt zich op het bestrijden van het kwaad dat is geschied; het is in feite al te ver gekomen. 

Een aanpak die problemen voorkomt, zou veel beter zijn. Dat betekent op de eerste plaats dat financiële tekorten al eerder moeten worden gesignaleerd, door verschillende betrokkenen in het sociale netwerk. Denk aan leraren die kinderen zien die zonder ontbijt of onverzorgd op school komen, of aan huisartsen die mensen met klachten over lusteloosheid, depressie of vage lichamelijke problemen signaleren. 

Vaak schromen we om in iemands privéleven binnen te dringen. We zijn niet goed in het doorvragen en sturen, omdat we het druk genoeg hebben met onszelf, of omdat we bang zijn voor mogelijke confrontaties, of omdat we niet meegezogen willen worden in andermans leed.

Er is ook een bredere maatschappelijke oorzaak van de problemen. Reclames geven vaak de boodschap dat alles kan, dat mensen recht hebben op een dure levensstijl en dat kinderen de beste merkproducten moeten krijgen. Vaak kunnen we de verleiding van dergelijke boodschappen niet goed weerstaan, zeker als anderen in onze omgeving ons daar op aanspreken. 

Dit roept de vraag op hoe we leren omgaan met verleidingen, met misleidende informatie of met het relativeren van wat anderen hebben. En hoe we leren goed te budgetteren, goede en niet te dure producten te vinden, en waar goede financiële ondersteuning is te krijgen.

In de opvoeding en het onderwijs kan worden begonnen met het leren doorzien van reclames, het lezen van de kleine lettertjes, het weerbaar maken tegen verleidingen of tegen wat anderen hebben. Er zijn organisaties of zelfhulpgroepen om te ontsnappen uit de knellende greep van verslavingen of ongezond gedrag. Het blijft echter lastig om sturing en begeleiding, dwang en drang vanuit de directe omgeving toe te passen. Ook bij de meer professionele hulpverlening kan nog het nodige worden verbeterd. Vaak verhinderen regels en verordeningen, privacybeleid en bureaucratie dat voor de hand liggende oplossingen worden toegepast.

Vanuit de gemeente is het juist in het kader van de decentralisatie mogelijk om dicht bij huis in te grijpen. Maar dan moeten we wel het lef hebben om onze diensten en medewerkers de ruimte te geven om oplossingen op maat te bieden. 

We zijn meer gebaat bij een niet-geoormerkt werkbudget dat flexibel kan worden ingezet, dan bij het uitvaardigen van regels en het verscherpen van controles na elk incident. In kritieke situaties moeten we niet schromen om de schuldenlast even te parkeren, een eerste aflossing voor rekening van de gemeente te nemen, aan onze medewerkers sociale zaken een werkbudget beschikbaar te stellen om de hoogste nood te lenigen, zodat er tijd en vertrouwen gekocht kunnen worden. Waardoor mensen ook weer open staan en voorbij de schaamte durven stappen naar een kringloopwinkel, een voedselbank, of schuldhulpverlening.

De ergste schuld is de schuld die we blijven ontkennen.

Beeld: Barbara Bumm

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.