Dat migranten vaak de zondebok zijn voor alles wat er misgaat in de samenleving, leidt de aandacht af van falend beleid, schrijft Anita Engbers, voorzitter van de Werkgroep Huurders van de PvdA. Zo ook bij de woningnood.

Vrij Links is een platform dat mij de ruimte biedt om misstanden aan te kaarten en linkse taboes te slechten. Aangezien ik me betaald en onbetaald inzet voor huurders, wil ik dat illustreren aan de hand van de manier waarop wordt aangekeken tegen de woningnood.

Joshua Livestro analyseert in NRC dat de populistische teksten van VVD’ers Blok, Dijkhoff, Rutte en CDA’er Buma vergeefse pogingen zijn om extreemrechtse partijen de wind uit de zeilen te nemen. De extreemrechtse partijen ‘zaaien tweespalt en maken (…) migranten tot zondebokken voor alles wat in hun ogen fout gaat in onze samenleving.’ Daarin meegaan is gevaarlijk. De gevestigde partijen lopen uiteindelijk het risico dat ze niet extreemrechts overbodig maken maar zichzelf, aldus Livestro.

Hiermee toont hij zich blind voor het eigen belang dat de gevestigde partijen kunnen hebben bij de aanwijzing van migranten als zondebok. Het leidt immers de aandacht af van het falend beleid waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn.

Neem de vaak gehoorde opmerking dat ‘die buitenlanders/asielzoekers/migranten/statushouders wél meteen een huis krijgen, terwijl mijn kind eindeloos op de wachtlijst staat.’ Als Vrij Links-medestander van het eerste uur kan ik eindelijk hardop zeggen: dat klopt als een zwerende vinger! Tot voor kort was er nota bene de wettelijke verplichting om statushouders bij voorrang te huisvesten. De verplichting is geschrapt, maar nog steeds geven veel gemeenten aan statushouders voorrang bij de toewijzing van sociale huurwoningen.

Dat zou zo erg nog niet zijn, als de overheid de grondwettelijke zorg voor voldoende woongelegenheid waar zou maken. Dat is niet het geval. Sinds de verzelfstandiging van de sociale huursector eind vorige eeuw, trekt de rijksoverheid geen geld meer uit voor nieuwbouw. En op enkele uitzonderingen na, steken ook de gemeenten er amper geld in.

De facto komt de grondwettelijke zorg voor voldoende woongelegenheid voor mensen met een laag inkomen terecht bij woningcorporaties. De inkomsten van corporaties bestaan voor bijna honderd procent uit huuropbrengsten. Sinds enige jaren zijn corporaties verplicht om zich weer meer te richten op hun kerntaak: de verhuur van woningen aan mensen met een laag inkomen en aan mensen die moeilijk op eigen kracht geschikte woongelegenheid vinden.

Dit leidt ertoe dat de huurpenningen van mensen met een laag inkomen genoeg geld op moeten brengen om woningen bij te bouwen voor andere mensen met een laag inkomen. Tot overmaat van ramp heeft Stef Blok als minister van volkshuisvesting een beleid gevoerd dat heeft geleid tot een huurprijsexplosie en een dramatische daling van de woningbouwproductie. Een gevolg hiervan is dat in de steden een proces van segregatie op gang is gekomen waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Lage inkomens en mensen die zorg behoeven worden geconcentreerd in impopulaire wijken met veel sociale huurwoningen. Gewilde wijken worden het exclusieve domein van hoge inkomens. Middeninkomens vallen compleet tussen wal en schip.

Ik ben er open over dat de PvdA hem daarbij geen strobreed in de weg heeft gelegd. Zoals ik ook elders heb geschreven, beschouw ik het afbraakbeleid ten tijde van Rutte II als een verschrikking voor huurders en een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de sociaaldemocratie.

De statushouder die in een sociale huurwoning wordt gehuisvest, valt niks te verwijten. Tegelijk is het begrijpelijk dat woningzoekenden die al enkele jaren op een wachtlijst voor een sociale huurwoning staan,  desondanks wrok jegens hem koesteren. Die wrok is niet per se racistisch.

Woningnood is geen natuurverschijnsel, maar een bouwopdracht. Een overheid die meent dat deze grondwettelijke zorg financieel kan worden uitbesteed aan de nooddruftigen zelf, is in mijn ogen de ware zondebok.

Foto: HU Project Zuilen