Onlangs sprak ik op de SP-actiedag voor een flinke menigte van voornamelijk SP-leden. Dat terwijl ik, zoals een deel van de lezers misschien zal weten, al heel lang lid ben van de PvdA.

Het ging over zaken die ik belangrijk vind: betaalbare energie, betaalbaar wonen en veilige pensioenen. Kernpunten van de SP. En ook zaken die de meesten van ons belangrijk zullen vinden. Of we nu politiek links of rechts zijn; rechtvaardigheid is ook deel van ons mens-zijn. Hoe we ook denken over de grootte van de overheid, over het belastingstelsel of over de markt.

De markt. Ik sta daar tweeledig tegenover. Ik ben dan ook sociaaldemocraat. Als sociaaldemocraat wijs je de markt niet af, maar probeer je de harde kanten ervan te temperen. In het socialisme, ook in het democratische socialisme zoals de SP dat vertegenwoordigt, wijs je de markt als leidend concept af.

Ik voel me prima op mijn plek wanneer ik bij de SP te gast ben. De meeste aanwezigen hebben een achtergrond in de arbeidersklasse. Bij de meeste progressieve partijen is dat anders.

Essentiële levensbehoeften

De SP is inspirerender omdat je steeds het gevoel hebt dat het ze daar niet om carrière, lifestyle of snoepreisjes te doen is, maar om degenen die hulp nodig hebben. Ze zijn niet van de parelkettinkjes, aseksuele broekpakken of oud makende stropdassen. Het ziet er daarmee ook allemaal wat frisser en vlotter uit dan wat je gemiddeld ziet in de politiek.

Maar op het toneel ging het tijdens de demo vaak over de markt. Voor en na mijn bijdrage brak ik mijn hoofd over de markt. Ik ben als sociaaldemocraat toch niet tegen de markt? De vrije markt werkt ook emanciperend en inspirerend. Het zet mensen ertoe aan om dingen beter te doen. Om betere producten te maken.

Zolang er maar gelijke kansen zijn voor de verschillende burgers in zo’n marktmaatschappij, kan ik er vrij ver in meegaan. Maar waarmee ik het volledig eens ben, is de opstelling van de SP dat de markt voor essentiële levensbehoeften niet bepalend mag zijn. Energie is zo’n terrein. Zorg ook. De ene burger heeft niet méér recht op een warm huis dan de andere, omdat de een het kan betalen en de ander niet.

Ook wat betreft woonruimte ben ik heel terughoudend richting marktwerking. Wonen is een recht. En wanneer woonruimte speculatiegoed is, dan komt in de praktijk het recht op wonen op de tocht te staan.

Ondernemen

Ik ben ervoor dat ondernemers geld verdienen met ondernemerschap. Wanneer ze iets opzetten waaraan de maatschappij iets heeft. Waardoor mensen werk krijgen. Waarvan een stad beter wordt door betere diensten.

Maar geld krijgen door op je luie achterste te zitten en ’pandjes’ op te laten knappen en met woekerwinsten door te verkopen; dat geld mag je wat mij betreft zwaarder belasten dan geld dat je verdient met een goed idee of als hardwerkende ondernemer.

Het op ondernemen gebaseerde deel van de markt, daar heb ik niets op tegen. Want daar gaat het om dynamiek, waarvan de maatschappij beter wordt.

Dus wat betreft de markt: voor mij een oprechte ja, omdat ik geen socialist ben. Maar wel met voorbehoud, omdat ik sociaaldemocraat ben. Namelijk het voorbehoud dat de markt burgers niet in grote problemen mag brengen, zoals bij de open vermarkting van essentiële zaken als bijvoorbeeld energie, zorg en woonruimte.

Deze column verscheen eerder in de Telegraaf en is hier, met dank aan en toestemming van de uitgever en aan Eddy Terstall, geplaatst.

Foto: Alxbaev via  Depositphotos

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.