Leestijd 4 minuten

CU-voorganger Gert-Jan Segers brak afgelopen week* een lans voor een minderheidskabinet. Voor ons nogal ongewoon, maar met name in Scandinavië heeft bijna de helft van de kabinetten die vorm. De reden daarvoor was er een die op onze situatie lijkt. Versplintering maakte de formatie van een meerderheidskabinet niet makkelijk. Segers’ suggestie wordt nu breder overwogen als optie. Stel dat we hierop doorgaan, hoe zijn we hierop uitgekomen?

In Nederland is er rechts tot middenrechts gestemd. De VVD stak er dik bovenuit en ook de nummers twee tot en met vier waren niet links. Toch is het formeren van een rechts kabinet lastig omdat het flinke PVV-blok afvalt. De PVV-stijl en stellingnames botsen in praktijk dermate met potentiële coalitiepartners dat een echt rechtse coalitie onmogelijk is.

Dus ligt centrumrechts of centrum christelijk-rechts in de rede. Maar Sigrid Kaag van D66 maakte het dermate duidelijk dat ze geen zin heeft in de partij van Segers dat ook hij op dit moment niet meer uitgaat van verdere regeringsdeelname.

Dichtgetimmerde regeerakkoorden

Dat inzicht lag deels ten grondslag aan zijn stellingname ten faveure van een minderheidskabinet, maar hij bracht ook wezenlijke punten aan; in het geval van een minderheidskabinet doet het parlement weer volop mee. Na een periode van dichtgetimmerde regeerakkoorden en een hecht blok K is dat zeer gezond.

Voor bijvoorbeeld groene zaken moet zo’n minderheidsblok dan gaan winkelen op links en voor pakweg criminaliteitsbestrijding bellen ze bij de rechterburen aan. Zo houdt de Kamer dan even op met het spelen van vriendschappelijke wedstrijden maar is de competitie weer echt begonnen.

Vertrouwen in politiek geschaad

En ik ben het met Segers’ analyse eens dat het land dat nodig heeft. Het vertrouwen in de politiek is geschaad. Ook door de coronamaatregelen is de verhouding tussen politiek en publiek een gevoelige en de aaneenschakeling van recente wanprestaties levert inmiddels een flinke lijst op; van de toeslagenaffaire tot de kwestie Omtzigt. Van de krakkemikkige formatie tot de laakbare verlamming daar waar het ging om mensen uit Afghanistan te evacueren. Met alle gevolgen van dien.

Er is dus zeer veel gebeurd sinds de stemhokjes. En ook de politici die toen nog goede cijfers haalden, zijn inmiddels flink door het ijs gezakt. Je kunt dus niet meer zomaar van een met toen vergelijkbaar mandaat spreken.

Nieuwe bestuurscultuur

Van de nieuwe bestuurscultuur waarvan men de mond vol had, zijn in de verste verte nog geen contouren te zien. Ook in demissionaire vorm hadden de kopstukken van Vak K het leven toch zichtbaar moeten beteren. Het gestuntel ging door maar ook het gekonkel.

Te veel leken persoonlijke ambities voorrang te hebben boven landsbelang. Te veel lifestyle, te weinig roeping.

Liever oppositie in dan meewerken aan persoonlijke ambities van liberale en groene politici

Ook al zie ik als PvdA’er graag beleid waarbij betaalbaar wonen een doel is en waarbij flink geïnvesteerd wordt in de zwakke postcodes, de manoeuvre om een kunstmatig links blok de formatie in te schuiven verdient niet de schoonheidsprijs.

Dermate dat ik mijn partij liever de oppositiebanken in zie gaan, dan mee te werken aan de persoonlijke ambities van liberale en groene politici. Nog los van het feit dat een te nauwe band met GL de PvdA veroordeelt tot een situatie waarin de electorale bovengrens van GL ook haar eigen bovengrens wordt. Het plafond van de sociaaldemocratie ligt ook nu nog vele malen hoger, zolang wonen, werken, leren en zorg maar weer helemaal bovenaan de agenda komen.

Sterke eigen thema’s

Maar ook op die sociale punten kun je nu als aanhangwagen van een rechts-liberaal blok te weinig verschil maken en het resultaat gaat men je weer aanrekenen. Je kunt als oppositiefractie soms meer voor elkaar krijgen met sterke eigen thema’s dan wanneer je gebonden bent aan een centrumrechts regeerakkoord.

Een centrumrechts minderheidskabinet doet ook het meeste recht aan de verkiezingsuitslag. Aan dat criterium mogen we, zeker nu het vertrouwen in de politiek al laag is, niet voorbijgaan. In politiek tellen de doelpunten. Het is geen jurysport.

Nog verstandiger zou zijn wanneer men voor de meest zichtbare kopstukken uit de drie partijen van het minderheidskabinet een functie elders zoekt.

Vrouwelijke premierskandidaat

Ik fantaseer even hardop dat de VVD dan, in lijn met de tijdgeest, als grootste partij op zoek gaat naar een geschikte vrouwelijke premierskandidaat uit eigen geledingen. Daarmee voldoen ze dan direct aan wat, zo leek en bleek, een belangrijk punt was voor de grootste coalitiegenoot D66.

Maar dat laatste blijft uiteraard een fantasie. Rutte is de VVD en voor D66 gaat het er niet om dat er een vrouwelijke kandidaat is, maar hun vrouwelijke kandidaat. Daarnaast heb ik deze column geschreven in het besef dat een minderheidskabinet schuurt met een bestuurscultuur waarin controle zo’n belangrijke rol speelt. En dan bedoel ik niet controle door het parlement, maar controle óver het parlement.

Hoezeer een minderheidskabinet misschien ook een goed en fris idee is, er zal met name bij de VVD en D66 nogal stevig over de eigen schaduw heen moeten worden gestapt. Dat lijkt niet in het directe belang van die partijen, maar wel in het belang van de democratie en dus van het land.

Foto: formatiedebat 7 september 2021  51:54

*Deze column verscheen eerder bij de Telegraaf en is hier met toestemming van, en dank aan, de uitgever en Eddy Terstall gepubliceerd door Vrij Links.

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.