Leestijd 9 minuten

Er wordt vaker discriminatie in het onderwijs ervaren dan vijf jaar geleden. Dit blijkt uit het rapport Ervaren Discriminatie in Nederland II van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Wat zegt dit over de stand van discriminatie en diversiteit in Nederland? Niet per se dat het heviger aanwezig is dan vroeger, maar dat we er op nieuwe manieren naar kijken. Dit concludeert Iris Andriessen, hoofdauteur van het rapport.

Hoe zijn jullie te werk gegaan?

‘We vragen een groep mensen (een representatieve steekproef uit de Nederlandse bevolking van 8536 respondenten) eerst of ze bepaalde situaties hebben meegemaakt, bijvoorbeeld het niet verlengen van een contract. Dan vragen we of ze denken of het wel of niet met discriminatie te maken had, of dat ze twijfelen. Dit laatste hebben we expres gedaan omdat mensen er niet altijd zeker van zijn dat iets discriminatie is en omdat de literatuur zegt dat twijfel ernstige gevolgen kan hebben. Als je niet weet of iets discriminatie is, kan dat net zo vervelend zijn als wanneer je zeker bent dat iets discriminatie is.’

Hoe zou de geobserveerde groei van discriminatie in het onderwijs breder verklaard kunnen worden?

‘De groei kan enerzijds komen doordat er meer feitelijke discriminatie is, maar het kan ook veroorzaakt worden doordat mensen discriminatie beter herkennen en eerder zo benoemen. Dan zijn mensen dus sensitiever in het oppikken van signalen die duiden op discriminatie. Welke van de twee het is, kunnen we op basis van dit onderzoek niet goed zeggen. Het kan ook tegelijkertijd plaatsvinden. We zien hier en daar wel een aanwijzing voor die toegenomen sensitiviteit: zo ervoer ongeveer een even groot deel van LHB-leerlingen en -studenten in het onderwijs in zowel 2018 als 2013 negatieve dingen, bijvoorbeeld uitgescholden worden of bedreigd (dus een ongeveer even groot percentage zegt een situatie te hebben meegemaakt). Maar het percentage daarvan dat denkt dat de situatie te maken had met discriminatie, is gegroeid ten opzichte van 2013. Dat duidt dus mogelijk op een toegenomen sensitiviteit.

‘Uit de literatuur blijkt dat het beeld van wat discriminatie is, in eerste instantie vrij basaal kan zijn. Bijvoorbeeld duidelijke ongelijke behandeling of openlijk racistisch schelden. Maar discriminatie kan ook heel subtiel zijn. Met een basaal mentaal beeld (prototype) van discriminatie worden die subtiele vormen niet goed herkend. Mensen die vaker te maken hebben met discriminatie, worden steeds beter in het detecteren van verschillende vormen van discriminatie. Een soort leereffect. Hun prototype wordt daardoor ook steeds complexer en daardoor zijn zij beter in het oppikken van allerlei signalen die duiden op discriminatie.’

Het lijkt of het steeds moeilijker wordt om in die complexiteit te bedenken wie er nou een punt heeft en wie niet.

‘Je kunt het ook zien als iets goeds dat ons beeld van discriminatie minder zwart-wit is. Het prototype van discriminatie was inderdaad witte mensen die zwarte mensen discrimineren. Daarmee wordt bijvoorbeeld discriminatie onder etnische minderheden veel moeilijker herkend. We hebben in ons onderzoek bijvoorbeeld een verhaal van iemand met een Surinaamse achtergrond die zich gediscrimineerd voelde in een omgeving met veel mensen met een Marokkaanse afkomst. Zonder die complexiteit krijg je ook een valse discussie over slachtofferschap en daderschap.’

Het klinkt redelijk paradoxaal dat met een groeiende diversiteit er op steeds gedetailleerder niveau discriminatie wordt ervaren.

‘Het kan ook te maken hebben met verschuivende machtsverhoudingen. Het kan zijn dat als machtsverhoudingen heel erg zwart-wit zijn en er een duidelijke bovenliggende partij is die andere groepen onderdrukt of discrimineert, je een heel simpel en naar verhaal hebt. Je kunt er dus ook een positief verhaal van maken; dat machtsverhoudingen in die zin ook diverser worden. Dat een toename van ervaren discriminatie ook een teken kan zijn van toenemende emancipatie en een bepaalde groep zegt dat ze de ongelijke status en positie die ze toebedeeld hebben gekregen niet meer pikken.’

Worden die verschuivende machtsverhoudingen ook een machtsspelletje?

‘In eerdere onderzoeken zien we wel dat het soms zo wordt ervaren. Dat mensen vinden dat de discriminatiekaart wordt ingezet om gelijk te halen of om discussie lam te slaan. Maar als je kijkt naar de literatuur kun je zeker wel een casus maken van dat er feitelijk wel iets aan de hand is.’

Dat klinkt heel grijs.

‘Ja, dat is het ook. De match is ook heel lastig te maken, je komt snel in heel onethisch onderzoeksgebied. Als ik wil meten of de dingen die jij ervaart als discriminatie ook echt discriminatie zijn, dan moet ik jou in een experiment gaan discrimineren om dit uit te zoeken. Wat we wel weten, zeker als het gaat om zoeken naar werk, is dat er veel praktijktests zijn die laten zien dat er sprake is van discriminatie bij het selecteren van personeel. Je kunt ervaren discriminatie en feitelijke discriminatie dus wel naast elkaar leggen, maar moeilijk met onderzoek een-op-een aan elkaar verbinden.’

Als we naar deze complexiteit kijken, wordt het nastreven van anti-discriminatie of een diversiteitsbeleid dan niet het opleggen van een papieren werkelijkheid? De veelzijdigheid van de discussie wordt dan teruggebracht tot een aantal categorieën.

‘Naar context kan het moeilijk worden een bepaald divers beeld na te streven, bijvoorbeeld als het demografisch moeilijk is bepaalde bevolkingsgroepen vertegenwoordigd te krijgen binnen je organisatie. En per context is het ook verschillend welke groepen te maken hebben met uitsluitingsmechanismen. Zo zie je dat LHB’s weinig discriminatie ervaren bij het zoeken naar werk, maar meer als het gaat om bejegening en gebrek aan acceptatie op school en op de werkvloer.

‘Dus wat je eigenlijk wil, is een bepaalde openheid rondom het onderwerp creëren, maar met gevoel voor context. Op plekken waar bepaalde diversiteit niet is, is er niks mis mee om deze openheid na te streven. Ik zie het bijvoorbeeld ook bij het SCP. Je hebt te maken met een vijver waarin je vist, onderzoekers moeten bij ons bijvoorbeeld gepromoveerd zijn. Dat is een vrij witte vijver. Dat maakt het lastiger, maar ontslaat je niet van de plicht om er iets aan te doen.’

Ander onderzoek van jou gaat in op de assimilatiecultuur in het leger. Waarom zou deze organisatie zijn cultuur moeten veranderen vanwege ervaren discriminatie? Kun je deze mensen wel een cultuur opleggen?

‘Wij zeggen niet zozeer dat ze een bepaalde cultuur moeten overnemen, maar defensie krijgt heel veel vacatures gewoon niet vervuld, ze hebben een personeelsprobleem. Minderheden die er zijn, zijn over het algemeen heel tevreden, maar lopen wel tegen een aantal dingen aan. Er is daarom veel uitstroom onder bijvoorbeeld vrouwen. Je moet die mensen ook behouden, dat is een noodzaak voor je organisatie. En je moet als werkgever natuurlijk ook voorkomen dat mensen ongelukkig in je organisatie rondlopen.

‘Wij laten dus de dingen zien waar mensen tegenaan lopen en waar dit mee te maken heeft. En dat is bij defensie de assimilatiecultuur die heel erg gericht is op de norm binnen een eenheid. Die is vaak wit, heteroseksueel en man. Het kan zelfs zo ver gaan dat je van bepaalde muziek moet houden. Defensie wil iets bereiken en wij zijn daarin meer verklarend dan dat wij iets opleggen.’

Dit staat in contrast met wat je vaak in het maatschappelijk debat hoort, dat diversiteit iets is dat moet.

‘Het wordt heel vaak maatschappelijk geframed, maar veel bedrijven hebben ook door dat er een noodzaak is voor het personeel en hun afzetnorm. Je kunt wel doorgaan op de oude manier, maar dan kom je jezelf op een gegeven moment tegen. Het kan bijvoorbeeld handig zijn om diverser te worden zodat je meer kennis hebt om een breder publiek aan te spreken.’

Ontstaan, in het nastreven van een bepaald diversiteitsbeeld, niet nieuwe groepen die zich niet herkennen, waardoor discriminatie verschoven wordt?

‘Dat kan, maar ik weet niet of dat erg is. De wet die discriminatie verbiedt moet je houden, maar de complexiteit zit in het maatschappelijk debat. Twintig jaar geleden ging de discussie nauwelijks over transpersonen of genderidentiteit, dus als we meer oog hebben voor die ontwikkelingen, wordt de wereld alleen maar beter. De weerstand zit hem erin dat als je meer rekening moet houden met andere identiteiten, mensen het gevoel kunnen krijgen dat ze iets verliezen. Het gaat bijvoorbeeld over je manier van leven. Wordt die dan ook anders?

‘De gevolgen van ervaren discriminatie zijn ook belangrijk om te benadrukken. We hebben in het rapport gekeken naar wat ervaren discriminatie doet met je houding ten opzichte van de samenleving. Naar mate mensen op meer terreinen discriminatie ervaren, wordt het een soort chronische uitsluiting. Dat gaat meer doordringen. Wat wij terugvinden, is dat mensen zich dan terugtrekken en dat het vertrouwen in instituties, zoals rechters of de politie, daalt. Het heeft echt effect op de manier waarop mensen naar de samenleving kijken. Je kunt hierdoor segregatie-achtige kenmerken krijgen.’

Gaan mensen niet sneller op zoek naar een nieuwe autoriteit binnen de context van verschuivende machtsverhoudingen en toenemende complexiteit?

‘Ervaren discriminatie kan één van de vele factoren zijn. Je kunt de link niet meteen leggen, maar het zou kunnen. Tegelijkertijd ontstaan er ook nieuwe breuklijntjes. Groepen die zich niet uitsorteren langs de geijkte lijnen. Omdat jongeren opgroeien in een samenleving die al divers was toen zij erin kwamen, is dit een andere situatie dan ouderen die hun samenleving zien veranderen. Dit kan voor een andere uitsortering zorgen, omdat jongeren meer gewend zijn aan verschillen in achtergrond en kleur. Een andere breuklijn kan dan veel significanter zijn.’

Dat klinkt alsof er nooit een einde aan komt.

‘Nee, die breuklijnen zullen er altijd zijn. Er zal altijd groepsvorming blijven, dat is gewoon zo. Alleen hoe die groepjes gevormd worden, dat is iets wat kan verschuiven. Belangrijk is dan dat je zorgt dat procedures eerlijk zijn zodat je bij eerlijker uitkomsten uitkomt.’

Het is duidelijk geworden dat de economie en de arbeidsmarkt harde klappen krijgen door de coronacrisis. Hoe denk je dat dit zaken als arbeidsdiscriminatie en diversiteit op de werkvloer beïnvloedt?

‘In het rapport spreken we al de zorg uit dat bij een economische recessie het plaatje voor mensen met een migratie-achtergrond er minder rooskleurig uitziet. Uit andere onderzoeken weten we dat in de vorige crisis mensen met een migratie-achtergrond op de arbeidsmarkt hard zijn geraakt. Zij werken vaak in sectoren die kwetsbaar zijn voor conjuncturele schommelingen en  een aanzienlijk deel van deze groep heeft een tijdelijk contract. Dat maakt dat zij relatief vaak hun baan verliezen.

‘Daarbij laat onderzoek zien dat werkgevers in economische moeilijke tijden, waarin er een ruime keus is aan arbeidskrachten, kieskeuriger worden en etnische achtergrond zwaarder mee laten wegen. Beide zaken samen, de kwetsbare positie van mensen met een migratie-achtergrond op de arbeidsmarkt en de selectie door werkgevers, maken dat wij verwachten dat mensen met een migratie-achtergrond harde klappen op de arbeidsmarkt zullen krijgen als gevolg van de coronacrisis.’

Samenvatting en download: Ervaren Discriminatie in Nederland II

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.