Leestijd 15 minuten

In juni werden in Iran de presidentsverkiezingen gehouden. Veel westerse, ook Nederlandse media, namen het officiële opkomstcijfer kritiekloos over van het theocratische regime. Een interview in de Volkskrant stelde zelfs luchtig dat de kandidatenlijst weliswaar streng gescreend is, maar dat er met het tellen van de stemmen in Iran niet veel mis is.

“Toen ik dat las, was het alsof iemand zijn sigaret in mijn oog uitdrukte,” zegt Pooyan Tamimi Arab. Hij is met Ammar Maleki mede-oprichter van de Group for Analyzing and Measuring Attitudes in Iran (GAMAAN). Amir Maniee, Iraniër in ballingschap, sprak met hem over opinie-onderzoek in autoritaire staten, de angst en de moed van mensen die er toch hun mening geven, en GAMAAN’s drive om elke stem te laten horen.

Hoe zijn jullie begonnen met het GAMAAN instituut, en vooral ook, waarom?

“Ammar Maleki en ik kennen elkaar van de TU Delft, waar mijn vrouw en hij hebben gestudeerd. In die tijd waren er veel Iraniërs naar het westen gekomen, na de protesten in 2009. Voor mij was dit een heel interessante tijd omdat ik voor het eerst als volwassene Iraniërs van allerlei achtergronden leerde kennen, van verschillende generaties, opgegroeid in verschillende regio’s. Waar we het ongeacht onze politieke verschillen allemaal over eens waren, was dat er iets mis was gegaan met de verkiezingen van 2009; de uitkomst was gemanipuleerd en in reactie daarop ontstond de zogenaamde Groene Beweging, die voor het eerst in de wereld gebruik maakte van Twitter om massademonstraties te organiseren. Toch was het moeilijk te bewijzen dat de cijfers niet klopten. Ik maakte mee dat westerse academici en burgers ons niet geloofden. Dat was zeer frustrerend.

“In die tijd studeerde ik filosofie in New York en daarna culturele antropologie in Utrecht. Ammar maakte de overstap naar de politicologie en schreef een proefschrift over culturele compatibiliteit en democratie. In Iran was hij nog een ingenieur geweest, maar de situatie in dat land duwde hem de politieke kant op. Daarna kreeg hij een aanstelling aan Tilburg University en ik aan de Universiteit Utrecht.

“Inmiddels nam de internetpenetratie in Iran heel snel toe. Als je de situatie van 2009 vergelijkt met nu, is dat een wereld van verschil. Degene die in 2009 het filmpje van de moord op Neda Agha Soltan maakte [de studente die werd doodgeschoten tijdens de verkiezingsprotesten van 2009, red.], moest heel dichtbij komen, telefoons hadden nog geen goede zoomfunctie. Dat vergde dus grote moed als je de wereld wilde laten zien wat er gebeurde. Maar nu veel meer mensen toegang tot smartphones en goedwerkend internet hebben geeft dat veel meer kansen om iets aan de wereld te delen.

“In 2019 ging de stichting GAMAAN officieel van start. We hebben een kernteam van vaste medewerkers en een groot netwerk van vooraanstaande academici en activisten die betrokken zijn bij democratisering in Iran. Hoewel ik zelf gespecialiseerd was in kwalitatief onderzoek, vond ik dat Ammar heel belangrijk werk wilde doen om een hiaat te vullen. Want al die jaren deden er mensen kwalitatief onderzoek naar Iran, maar hun biases werden niet getoetst. En als je een bepaalde ideologie aanhangt, is het heel makkelijk om een boek te schrijven dat die ideologie bevestigt, hè?

Hoe is het mogelijk dat, in welke moderne samenleving dan ook, 90 procent van de mensen precies hetzelfde zou denken?

“Bijvoorbeeld: Michel Foucault schreef, toen hij Iran onder Khomeini bezocht, dat 90 procent van de Iraniërs shi’itisch is. Dan vraag ik mezelf af: hoe is het mogelijk dat, in welke moderne samenleving dan ook, 90 procent van de mensen wat-dan-ook is? Vijfentwintig jaar later publiceerde de socioloog Charles Kurzman – een heel aardige, heel belezen man – een boek over Iran bij Harvard University Press, en – het is nog steeds 90 procent! Dus je ziet: er wordt aangenomen dat er in dertig jaar niets is veranderd. En dit is waarom GAMAAN zo belangrijk is. Om deze doos van Pandora van de Iraanse religiositeit te openen.”

Dus als ik je begrijp is er een toegevoegde waarde die jullie hiermee brengen, die er naar jullie mening eerder niet was. Hoe onderscheidt jullie aanpak zich, in methodiek, van andere onderzoeksinstituten, gerenommeerde instituten, ook wereldwijd?

“Een van de problemen in autoritaire regimes – het uitgangspunt van GAMAAN – is dat in zulke samenlevingen mensen bang zijn. Ze worden permanent beïnvloed door het Panopticon-effect: de gevangenis, waar zelfs als de bewakers niet naar je kijken, je je toch altijd bekeken voelt. En dat panopticon-effect is heel sterk in Iran. Daarom is anonimiteit en een gevoel van relatieve veiligheid doorslaggevend als je de daadwerkelijke opvattingen van mensen wilt peilen. Het internet biedt een gelegenheid daarvoor, want als je gewoon bij mensen aanbelt in Iran en politiek-gevoelige vragen begint te stellen, is de kans groot dat de antwoorden niet oprecht zijn. Hetzelfde geldt voor telefonische interviews – uit onderzoek, ook in andere autoritaire landen, blijkt dat telefonische enquêtes een vertekend, te groot aandeel van pro-regime-standpunten opleveren.

“Het is belangrijk te laten zien dat totalitaire antwoorden als “95 procent van de mensen denkt hetzelfde” domweg verkeerd zijn”

“Aan de andere kant: instituties zoals de World Value Survey gaan ook daadwerkelijk naar Iran, in 2020 nog, voor onderzoek. En onze hypothese is dat bij politiek niet-gevoelige vragen – laten we zeggen, “drink je liever cola of sinas?” – dat op die vragen het onderzoek in elk geval betrouwbaar is. Daarom nemen we zulke vragen letterlijk over in onze eigen onderzoeken – ze lijken misschien niet relevant, maar het is een ijkpunt. Op die niet-gevoelige vragen kregen we dezelfde resultaten als de World Value Survey maar het interessante was, dat we op de wél gevoelige vragen een heel ander beeld kregen.”

Je zegt dat internet en anonimiteit voor jullie een goed medium zijn voor jullie surveys. Mijn vraag zou dan ook zijn: verhoogt die anonimiteit niet tegelijkertijd ook het risico op onbetrouwbare informatie? Hoe gaan jullie om met die betrouwbaarheid? En met welke procedures? In een studie naar religieuze overtuigingen in Iran kwamen jullie bijvoorbeeld op een heel exact percentage van 8,8 procent atheïsten in Iran.

“De ruwe data van online enquêtes zijn per definitie niet representatief. Dat geldt overigens tegenwoordig ook voor traditionele telefoonenquêtes, vanwege het hoge percentage mensen die niet mee wil doen. We zien bijvoorbeeld vaak een oververtegenwoordiging van mannen, en ook een oververtegenwoordiging van mensen in Teheran. Om te beginnen gebruiken we software, die uit ál die respondenten een representatieve steekproef samenstelt. Nu is het niet zo moeilijk om mannen en vrouwen evenredig mee te nemen, vooral als tienduizenden mensen de enquête invullen.

“Het is heel problematisch dat media die cijfers – die vele miljoenen mensen zouden vertegenwoordigen – publiceren zonder kritische analyse.”

“Maar er zijn andere variabelen die ingewikkelder zijn, waarvan ‘politieke overtuiging’ een heel belangrijke is. Als je een heel gevarieerde groep hebt, van allerlei inkomensgroepen, levensovertuigingen, regio’s, mannen en vrouwen maar ze stemden allemaal voor Rohani in 2017, dan weet je dat je data niet representatief kan zijn voor de gehele populatie.”

En hoe zorg je dan voor een representatieve groep?

“Een van de methodes die we gebruiken is Multiple Chain Referral-sampling. Kort gezegd laat je dan niet één, maar een heleboel ‘sneeuwballen’ rollen die de link naar het onderzoek delen, totdat het massaal genoeg is. We weten dat er tussen mij en iemand in Nederland die een totaal andere politieke mening heeft dan ik, gewoonlijk niet meer dan enkele schakels zijn. Mijn vriend heeft een vriend en die heeft een vriend en na vijf of iets meer schakels ben je al in het andere eind van het politieke spectrum.

“Dus wat je nodig hebt, is voldoende schakels. Het probleem is, hoe krijgen we ook conservatieve kiezers zo ver om mee te doen? We verspreiden de survey op meer dan honderd zorgvuldig uitgekozen punten waaronder kanalen van conservatieven. Hoe we dat precies doen, hoe we ook hen zover krijgen onze surveys te delen publiceren we niet in alle details, omdat dat gevoelige informatie is. Maar het lukt! In een recente enquête over de Iraanse verkiezingen, die werd ingevuld door 80 duizend mensen, lukte het om ook 9.000 mensen te laten participeren die in 2017 voor de conservatieve kandidaat Raisi hadden gestemd.”

Als je denkt aan een afgelegen dorpje in een van de armste provincies in Iran, dan zal de internettoegang daar ook veel lager zijn. En zoals je al aangaf is Teheran vaak oververtegenwoordigd. Hoe streef je hier naar evenwicht?

“De overrepresentatie van Teheran is klein en bij een voldoende grote steekproef is dat goed te corrigeren. Een groter probleem is het onderscheid tussen stedelijk en landelijk; mensen in landelijke gebieden, ongeveer een kwart van de bevolking, nemen veel minder deel. En nog een probleem is dat de enquête alleen mensen bereikt die kunnen lezen. Volgens de officiële cijfers is 15 procent van de volwassen Iraniërs laag- of niet-geletterd. We proberen de link op allerlei andere manieren te verspreiden, ook in de kleinste dorpjes. Het is heel erg belangrijk om iedereen te bereiken. Zo is er vaak de aanname dat armen religieuzer en dus ook meer pro-regime zijn, zonder betrouwbare getallen die kunnen laten zien in hoeverre dat echt zo is.”

“Geen enkel autoritair regime zal ooit een opkomst toegeven van minder dan 30 procent.”

Objectiviteit is heel erg belangrijk voor jullie. En als ik goed begrijp, claimen jullie niet 100 procent objectief te zijn, maar jullie streven er in elk geval altijd naar?

“Precies. En bedenk ook waar we mee te maken hebben. In 2019 deden we een enquête rond het veertigjarig bestaan van de Islamitische Republiek. Het Iraanse regime blokkeerde de toegang tot Survey Monkey in heel Iran. Toen we een onderzoek deden naar religie, werd onze enquête aangevallen door bots. Ze zijn duidelijk niet blij met ons. Aan de andere kant proberen wij ook nieuwe methodes uit. In onze laatste peiling van de verkiezingen werkten we samen met Psiphon, een veelgebruikte VPN-software die in Iran door gewone mensen wordt gebruikt om toegang te krijgen tot geblokkeerde webpagina’s. Wie verbinding maakte kreeg een verzoek en een link naar onze peiling te zien.

Het maakt ons niet uit of onze respondenten monarchist zijn of communist of liberaal of wat dan ook. Het gaat erom dat we publiceren wat mensen denken, wat dat ook moge zijn.

“Het is heel belangrijk dat we laten zien dat de cijfers van de gerenommeerde instituties totaal verkeerd kunnen zijn, zoals de World Value Survey of het Pew Research Center die steeds weer blijven publiceren dat van 95 of zelfs 98 procent van de Iraniërs zichzelf als moslim beschouwt. Het belangrijkste is dus niet eens het exacte cijfer keihard te bewijzen, maar in elk geval te laten zien dat deze totalitaire antwoorden van “95 procent van de mensen denkt hetzelfde” domweg verkeerd is.”

In de presidentsverkiezingen van afgelopen juni gaf het regime een officieel opkomstpercentage van 48,8 procent. Wat zie jij als de betekenis van dit percentage, zowel binnenlands als internationaal?

“Dat is heel interessant hè? Wij voorspelden in onze laatste peiling dat 61 procent van degenen die naar de stembus zouden gaan, op Raisi zou stemmen – en de uitslag is 62 procent. We voorspelden ook dat er ongeveer 10 procent blanco stemmen zouden zijn en dat lag zelfs iets hoger – bij ons was er ook een percentage dat nog niet wist op wie ze zouden stemmen. Dus hier leek onze enquête heel correct te zijn, en de werkelijkheid goed weer te geven. Maar – onze enquête voorspelde ook een veel lagere opkomst dan de officiële cijfers nu zeggen.

“In Iran bestaat er onder allerlei verschillende mensen het vermoeden dat een opkomst van bijna vijftig procent onwaar is. Het is ook frappant dat wij, om tot onze voorspelling van 61 procent te komen, de data van de World Value Survey 2020 hebben gebruikt om het aandeel conservatieven te balanceren. Volgens de WVS zou dat aandeel ongeveer 15 procent zijn; en conservatieven zijn natuurlijk veel minder bang om hun ware mening te geven, omdat zij de staat achter zich hebben.

“Hartverscheurend dat de mensen in Iran alles doen om de wereld te laten zien: ‘wij willen dit regime niet, we gaan niet stemmen’, en vervolgens publiceren alle media de cijfers van het regime”

“Dat rijmt totaal niet met de extra miljoenen stemmen voor Raisi, die berucht is vanwege zijn rol in het laten executeren van duizenden politieke tegenstanders in 1988. Als de officiële cijfers waar zouden zijn, dan zou dat betekenen dat Raisi zelfs enkele miljoenen stemmen meer heeft gekregen dan in 2017, ondanks de protesten, ondanks de moorden, het neergeschoten passagiersvliegtuig, ondanks de hele protestbeweging tegen de verkiezingen. Hoe kan dat? Zelfs voormalig president Ahmadinejad, van wie vele aanhangers in 2017 op Raisi stemden, riep op tot een boycot van de verkiezingen. Op dit moment doet Ammar onderzoek naar tegenstrijdigheden in de door het regime gepubliceerde resultaten en zal zijn vondsten daarover binnenkort bekend maken.

“Helaas zie ik internationale media de officiële cijfers publiceren zonder enige fact check. En ze zeggen, ‘dit is de laagste opkomst ooit’, en dat is ook zo. Maar naar alle waarschijnlijkheid is de echte opkomst nog veel lager, en het is echt problematisch dat media die cijfers – die vele miljoenen mensen zouden vertegenwoordigen – publiceren zonder kritische analyse.”

“Vertrouw de cijfers van autoritaire staten niet. Onderzoek altijd kritisch welke er waar kunnen zijn en welke niet”

 Zou het vragen opwerpen over de legitimiteit van het regime, zowel binnenlands als internationaal?

“Geen enkel autoritair regime zal ooit een opkomst toegeven van minder dan 30 procent. Want hoe dan ook kan het regime in Iran nu nog steeds beweren: ‘het is misschien niet perfect, maar kijk, bijna de helft van de bevolking wil dat wij blijven.’”

Hoe kijk je in dat opzicht naar Nederlandse media, en bijvoorbeeld de Volkskrant of andere grotere media? Zie jij zulke verslaggeving als naïef, of opzettelijk? En wat vind je ervan?

“Als voorbeeld – een Nederlandse journalist, Rob Vreeken, was voor de Volkskrant rond de verkiezingen in Iran. Hij zei dat het tellen van de stemmen in Iran meestal wel netjes verloopt. En als ik dat lees in de Volkskrant – het is alsof iemand een sigaret uitdrukt in mijn oog. Het is gewoon niet waar. Je kunt daar niet vanuit gaan.

“Naast naïviteit speelt geloof ik ook een ideologische blinde vlek een rol. Vooral aan de linkerkant van het politieke spectrum bestaat er een lastig te duiden impliciete sympathie met Iran, die mensen ervan kan weerhouden de harde realiteit te publiceren, de harde realiteit onder ogen te zien, en misschien heeft het ook te maken met een zekere angst dat, als we vertellen hoe het echt is, dit zou kunnen leiden tot politieke consequenties die we niet willen. Ik heb vaak gehoord dat een kritisch argument of beeld ongewenst is, omdat ‘het de Republikeinen in de VS in de kaart speelt.’ Er spelen altijd andere zorgen, die de manier kleuren waarop men verslag doet.

“Ik zeg niet dat dat geldt voor journalist Rob Vreeken. Ik ken hem niet en kan niet in zijn hoofd kijken. Maar in het algemeen is dit wat ik zie: Nieuwsuur, de NOS, de Volkskrant, maar ook internationale media zoals CNN en BBC publiceren allemaal die 48 procent en ja, dat vind ik een groot probleem. Het is hartverscheurend dat de mensen in Iran hun uiterste best doen om de wereld te laten zien: ‘wij willen dit regime niet, we gaan niet stemmen’, en vervolgens publiceren alle media de cijfers van het regime. In zekere zin is dit een belediging en een verraad van deze Iraniërs.”

Welk effect heeft deze misrepresentatie, dit verkeerde, vertekende beeld van Iran in het westen en meer specifiek in Nederland, voor de publieke opinie naar jouw mening? 

“Raisi is vergelijkbaar met iemand zoals Mladic, iemand die veroordeeld hoort te worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Een hoge opkomst overnemen van de staat geeft een vertekend beeld van wat de meerderheid in Iran echt vindt van hem. Wij proberen data te genereren die kan helpen bij een correcte inschatting van de politieke situatie in dat land. Wij willen bijvoorbeeld de religieuze en politieke diversiteit laten zien.

“Het maakt ons niet uit of onze respondenten monarchist zijn of communist of liberaal of wat dan ook. Wat er naar mijn idee aan de hand is, is dat er in de wetenschap over Iran te vaak op een ideologische manier omgegaan wordt met de politieke diversiteit in Iran zelf, onder gewone mensen. Ons onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat de zoon van de voormalige sjah heel populair is. Toch lees ik dat nooit in de Nederlandse en Engelstalige kranten. Dat betekent niet dat ík een fan ben van de monarchie – mijn eigen vader zat onder de sjah in de gevangenis. Het gaat GAMAAN erom dat we publiceren wat mensen denken, wat dat ook moge zijn.”

Wat zou je willen meegeven aan Nederlandse lezers, om bijvoorbeeld zich meer bewust te zijn, of meer kritisch te zijn over gebeurtenissen in Iran?

“Vertrouw de cijfers van autoritaire staten niet. Het uitgangspunt moet zijn dat je die niet vertrouwt en dan steeds kritisch onderzoeken welke cijfers er mogelijk wel of mogelijk niet correct zijn. Dat geldt voor veel landen, niet alleen Iran. Denk aan de aankomende verkiezingen in Rusland en die in Egypte.

“Zulke landen gebruiken peilingen om de verkiezingsuitslag vooraf al te legitimeren. Ze hanteren methodes zoals telefonisch peilen die garanderen dat mensen zich minder tegen het bewind uitspreken. En bedenk altijd dat nummers echte mensen vertegenwoordigen. Als 80.000 mensen een anonieme enquête invullen, dan zijn dat 80.000 mensen die met hun deelname een boodschap willen afgeven. En dat mogen we nooit vergeten.

”Als 80.000 mensen een anonieme enquête invullen, dan zijn dat 80.000 mensen die met hun deelname een boodschap willen afgeven. En dat mogen we nooit vergeten.”

Vertaald uit het Engels door Marieke Hoogwout

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.