Leestijd 6 minuten

Al in 1896 voorspelde de Zweedse fysisch-chemicus Arrhenius het broeikaseffect: wanneer de concentratie CO2 (koolzuurgas) in de atmosfeer toe zou nemen, zou de aarde warmer worden, want een grotere hoeveelheid uitgestraalde warmte wordt door de atmosfeer vastgehouden.

Lang bleef dit een theoretisch inzicht, maar door de verbranding van fossiele brandstoffen als kolen en olie was in de jaren tachtig van de vorige eeuw de concentratie CO2 dusdanig gestegen, dat de voorspelling actueel werd. Dit jaar hebben we de opwarming van de aarde ook aan den lijve gevoeld. Reden genoeg zou je zeggen om alles uit de kast te halen wat verdere temperatuurstijging kan beperken; daarom heeft Nederland zich er ook op vastgelegd dat er na 2050 geen CO2 meer wordt uitgestoten.

Taboe

Er zijn drie manieren om de uitstoot van koolzuurgas te vermijden: energiebesparing, vastlegging van koolzuurgas in gesteenten en gebruik van niet-fossiele energiebronnen zoals zonlicht, wind of, voor de opwekking van kernenergie, uranium. Voor de milieubeweging, die grote invloed heeft op het beleid, is een aantal van deze technieken echter taboe, omdat men het vermijden van koolzuuruitstoot onvoldoende vindt en eist dat uitsluitend hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt. Daardoor valt opslag of binding van koolzuurgas na verbranding af, evenals kernenergie.

Maar waarom zouden we, zolang er geen CO2 de lucht ingaat, eisen dat energie wordt gewonnen uit hernieuwbare bronnen? Hebben we liever een hernieuwbare bron zoals biomassa, waarbij de CO2 de lucht in vliegt, dan een op lange termijn niet-hernieuwbare bron als uranium, waarbij in het geheel geen broeikasgassen vrijkomen?

Natuurlijk betekent het gebruik van niet-hernieuwbare bronnen dat op een gegeven moment op een andere techniek moet worden overgestapt, maar daar hebben we dan extra tijd voor. Wanneer we fossiele brandstoffen gebruiken en de daarbij vrijkomende CO2 opslaan onder de zee of binden aan het mineraal olivijn, is het zelfs een voordeel dat er daardoor minder brandstof overblijft: die kan dan elders, waar CO2 niet wordt opgevangen, niet meer worden verbrand.

Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen betekent evenmin dat de daarmee opgewekte energie duurzaam zou zijn. Voor het gebruik van wind en lucht zijn dure installaties nodig, die na verloop van tijd ook slijten en vervangen moeten worden. Daar is dus ook niets duurzaams aan.

Omdat de hoeveelheid uranium eindig is, sluit de eis dat energiebronnen hernieuwbaar moeten zijn ook kernenergie uit. Zelfs wanneer we het uranium dat in zeewater aanwezig is meetellen, en wanneer we daarna op thorium als splijtstof over zouden kunnen gaan, zullen we ooit tegen een grens aanlopen. Maar die grens ligt ver weg, en wellicht is kernfusie dan een beheersbaar proces geworden. Het is immers ook maar de vraag of er op termijn genoeg delfstoffen beschikbaar zijn om al die windmolens en zonnepanelen elke keer te vervangen.

Optimisme en angst

De klimaatproblematiek is zodanig ernstig, dat we het ons niet kunnen permitteren op losse gronden af te zien van kernenergie. In de jaren vijftig was er nog een groot optimisme over deze techniek; ik herinner me nog de tentoonstelling Het Atoom in 1957, waarbij je zo maar van bovenaf in een kernreactor kon kijken. Toen het Groningse aardgas ontdekt was, bepleitte Den Uyl het snel op te maken, nog voordat het zijn waarde zou verliezen door de komst van kernenergie. Niet de meest wijze uitspraak van Ome Joop: met de kennis van nu had men in Groningen liever gehad dat we het gas in de grond hadden laten zitten en, net als Frankrijk, meteen op kernenergie waren overgestapt.

In de jaren zeventig kwam echter de angst voor kernenergie op, door de associatie met kernwapens en straling. De ramp bij Tsjernobyl in 1986 maakte het onderwerp lang onbespreekbaar. En er was ook het probleem van het kernafval. Inmiddels is het duidelijk dat Tsjernobyl een unieke casus was, veroorzaakt door de bestuurlijke incompetentie in de voormalige Sovjet-Unie. Andere problemen, zoals in Harrisburg (1979) en Fukushima (2011), hebben niet rechtstreeks tot sterfgevallen geleid; in Fukushima heeft wel de opgetreden paniek veel slachtoffers gekost.

Ten opzichte van de hoeveelheid afval die ontstaat wanneer windmolens en zonnepanelen aan de sloop toe zijn, is de hoeveelheid kernafval ook heel beperkt. Wel is het afval radioactief, maar gelukkig heeft alleen zwak radioactief afval een lange levensduur, terwijl bij sterk radioactief afval de radioactiviteit snel afneemt. Zwak radioactief afval kan heel goed ondergronds worden opgeslagen: de aardkorst bevat van nature ook allerlei radioactief materiaal.

Duur?

Tegenwoordig wordt er vooral een nieuw bezwaar tegen kernenergie naar voren gebracht: dat het zo duur is. Zodra het om kernenergie gaat, verandert elke milieuactivist ineens in een orthodoxe neoliberaal: de markt wil het niet leveren. Maar het zou daarbij niet moeten gaan om de prijs van de geleverde elektriciteit, maar om de kosten van de vermeden CO2-uitstoot. Dan mag kernenergie dus best duurder zijn dan energie uit fossiele brandstoffen – dat kunnen we compenseren met een lagere energiebelasting.

Nu heeft het Planbureau voor de Leefomgeving in 2018 ten behoeve van de klimaattafels een overzicht gemaakt van de kosten van verschillende klimaatmaatregelen. Daarbij kwam men voor kernenergie op een bovengrens van € 20,- per vermeden ton CO2, op basis van de oplopende kosten voor die dure centrales in West-Europa. Elders zijn de kosten lager.

Die € 20,- is helemaal niet zo hoog als je je realiseert dat, volgens hetzelfde PBL-rapport, bij warmtepompen de kosten per vermeden ton CO2 maar liefst € 490,- bedragen. Voor zonnepanelen op je dak zijn de kosten € 110,- per ton. Dat betaal je niet zelf, maar wordt goed gemaakt door de belastingsubsidie. Bij wind op zee lopen de kosten, naarmate er onder duurdere omstandigheden wordt gewerkt, op tot € 160,- per ton.

Voordelen

Los van de kosten zijn er andere verschillen waardoor kernenergie goed scoort ten opzichte van zon- en windenergie:

  • Zonnepanelen en windmolens genereren alleen energie als respectievelijk de zon schijnt of als het waait. Het PBL gaat ervan uit dat er gascentrales als back-up blijven functioneren, maar dat kan dus niet wanneer we willen dat Nederland in 2050 geen CO2 uitstoot. Kerncentrales kunnen de hele dag door energie leveren.
  • Van de delfstoffen die nu het landschap in Afrika verwoesten, zijn er veel minder nodig.
  • Er is minder oppervlakte nodig. Het is toch merkwaardig dat we, ter wille van de open ruimte, op het land verstedelijking zo veel mogelijk tegengaan, terwijl er met gulle hand zonnepanelen en windmolens in zee worden uitgestrooid – de zee geldt kennelijk niet als natuurgebied.

Dit is geen pleidooi om dan maar op te houden met zon- en windenergie, maar om zoveel mogelijk verschillende instrumenten in te zetten. Ik vind het onbegrijpelijk dat de linkse partijen en de milieubeweging, degenen die het meest hameren op de gevaren van de klimaatverandering, tegelijkertijd de strijd daartegen willen voeren met één arm op de rug.

Afbeelding: Jeanne Menjoulet

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.