Leestijd 5 minuten

Pas geleden las ik ja-knikkend een passage uit een interview met Bret Easton Ellis in NRC. Over de progressieve elite zei hij: ‘ … ik denk (…) dat ze met hun kinderachtige gedoe links aan het kapotmaken zijn, doordat ze niemand meer willen horen die een afwijkende mening heeft.’

Ik las het interview op dezelfde dag dat bekend werd dat GroenLinks Zihni Özdil aan de kant had geschoven. Wat de precieze aanleiding voor Zihni’s ontslag was, is me niet helemaal duidelijk geworden. En ik geloof dat Jesse Klaver er zelf ook nog niet uit is. Maar het lijkt erop dat veel van de officiële redenen door GroenLinks zijn aangevoerd om de werkelijke reden aan het zicht te onttrekken: namelijk het dissidente geluid van Özdil. Of misschien zelfs wel dat ene dissidente fotootje met de ‘nogal rechtse’ Sid Lukkassen. Een vrolijk kiekje dat Zihni bij sommigen de titel ‘fascistenknuffelaar’ had opgeleverd.

Sinds Özdil op Twitter ooit eens opmerkte over de tegen de komst van een opvangcentrum protesterende inwoners van het dorp Oranje, dat deze verdacht veel op elkaar leken (‘do the math’, schreef hij daarbij), had ik het niet zo op hem. Maar dit akkefietje met GroenLinks neemt me dan weer bijzonder voor hem in. Niet zozeer vanwege GroenLinks, als wel vanwege zijn eigenwijsheid en het feit dat ie zich niet laat inpakken door groepsdiscipline. Dat heeft mij in ander verband ook regelmatig de kop gekost, zij het op latere leeftijd dan deze jonge hond.

Ik kan er dan ook alleen maar respect voor hebben. Het is namelijk nogal een keuze, om voor je eigen idealen op te komen en de groepsdiscipline te laten voor wat die is. Het is een attitude die je niet ver brengt in deze wereld. Bekend is immers dat in organisaties die mensen komen bovendrijven die van iedere persoonlijkheid en kritische houding gespeend zijn.

Toch houden mensen van dit soort a-groepeske types. De lui die niet voor een gat te vangen zijn. De ruziemakers en de belhamels. Neem de grootste filosoof die ons land ooit gekend heeft. Al vanaf het begin van zijn carrière liet hij een spoor van ruzie, twist en chagrijn na bij iedere club en persoon waar hij mee te maken kreeg. Want altijd bleef hij bij zijn eigen standpunt en gaf hij geen centimeter toe aan tegengeluid. Toch waren al zijn tegenstanders aan het eind van de rit de grootste vrienden van deze filosoof – Johan Cruijff. Op een paar na dan, zoals Louis Van Gaal. Die echter op zijn beurt net zo stronteigenwijs is als Cruijff was. En die al net zo geliefd was bij de mensen die met hem hebben gewerkt.

Dat is meteen ook het aantrekkelijke van deze lui. Je kunt het aan de ene kant verschrikkelijk met ze aan de stok krijgen, en aan de andere kant een vriend voor het leven aan ze hebben. Het doet me wat dat betreft ook denken aan die andere jonge hond, Anne Fleur Dekker. Veel linkser dan haar worden ze niet gemaakt. En bij shockblog GeenStijl was ze dan ook jarenlang centrum van spot en andere vijandige bejegening. Totdat GeenStijl op een gegeven moment met een verrassing naar buiten kwam. Dekker zou tijdens een gezellig onderonsje met de redactie van GeenStijl hebben besloten om bijdragen te gaan schrijven voor het blog. Weliswaar is dat niet doorgegaan omdat Dekker bezweek onder de druk van linkse vrienden en kennissen, maar dat doet niet af aan de prachtige eigenwijsheid die van deze eigenaardige band met GeenStijl afstraalt.

Ik zie het altijd als een blijk van intelligentie. Dat je tegendelen in jezelf kunt onderkennen. Dat Frank Rijkaard jou een dermate grote lul vindt vanwege je voortdurende kritiek op zijn functioneren, dat ie van het Amsterdamse trainingscomplex afloopt om een zwervend bestaan te gaan leiden in Portugal. Waarna diezelfde Rijkaard na verloop van tijd een van je allergrootste vrienden in de voetballerij en bij Barcelona wordt (in het geval van Cruijff). Of dat je in voortdurende onmin leeft met een shockblog om na een tijdje te besluiten om er artikelen voor te gaan schrijven (Dekker). En dus, dat je iemand in een commissievergadering van de Tweede Kamer de gordijnen in jaagt om vervolgens vrolijk met hem op de foto te gaan (Özdil en Lukkassen).

Als je dat kunt, geef je blijk van een bijzondere kracht. En van een groot zelfvertrouwen. Mensen die geloven in hun eigen kracht, genieten van weerstand en van tegengeluid. Mensen die ergens goed in zijn, beproeven hun kunsten graag aan tegenstanders. Goede spitsen willen tegen goede verdedigers spelen. Goede surfers willen een flinke storm en hoge golven. Goede politici willen een stevig debat. Sterke linkse mensen willen sterke rechtse mensen. Of, zoals ze wel eens zeggen, wrijving doet glanzen, en weerstand maakt sterk. Daarom kunnen de echte talentvollen zo genieten van hun tegenstanders. En gaan ze er graag mee op de foto.

Het zijn daarentegen de weifelende en, zelfs – of juist – neurotische organisaties die alles onder controle willen houden. En die alles smoren wat niet in de lijn van de groep past. Wat dat betreft had Bret Easton Ellis het niet helemaal goed gezien. Links wordt niet kapot gemaakt door afwijkende meningen te smoren. Dat smoren wijst er eerder op dat links al zwak is.

Een sterk en zelfverzekerd links kan immers omgaan met alle tegengeluiden die er zijn. Mijn advies aan links zou dan ook zijn: wees krachtig en zelfverzekerd. En laat dat blijken door tegengeluid in eigen gelederen toe te staan.

Foto Jesse Klaver door Merlijn Doomernik via Wikipedia CC
Foto Zihni Özdil: still van Yung DWDD via Wikipedia CC

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.