‘Voor hoger opgeleiden is Nederland een prachtig land. Voor de lagere middenklasse en daaronder is er een totaal andere realiteit: torenhoge huurlasten, stagnerende inkomens, dure zorg en onderwijs, afkalvende bescherming, toenemende precariteit en een oplopend verschil in sterftecijfers.’

Deze quote van Ewald Engelen uit een interview (hier helemaal te lezen bij bij SamPol) over zijn boek Het is klasse, suffie, niet identiteit, raakte me. Daarom zette ik hem bij een tweet over het artikel. Blijkbaar raakte de quote veel meer mensen, want in een ommezientje werd hij meer dan 100 keer gedeeld. Ik sprak Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, voor een paar aanvullende vragen.

Uw quote heeft heel veel weerklank gevonden. Veel mensen reageerden met herkenning. Een aantal van hen zei daarbij: ‘Ik ben hoogopgeleid, en ook ik loop tegen deze problemen aan.’ Loopt de breuklijn louter langs opleiding of is er een nuance?

‘We zien dat opleiding en sociaal-economische klasse in toenemende mate aan elkaar gekoppeld zijn geraakt. Vandaar mijn citaat. Maar er zijn zeker ook uitzonderingen – hoogopgeleide mensen waarvan de sociaal-economische positie behorend bij de professie die ze zijn gaan bekleden, wél achteruitgegaan is.

‘Dat geldt voor bijvoorbeeld voor heel veel mensen die werkzaam zijn in de journalistiek of de publieke sector. Het onderwijs is een voorbeeld: leerkrachten in het middelbaar onderwijs en het beroepsonderwijs zijn hoogopgeleid, maar de salarissen zijn er gedaald. Terwijl de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, en de arbeidsrechtelijke positie is verzwakt. Deze mensen komen dus in aanraking met dezelfde problemen waar in zijn algemeenheid lager opgeleide Nederlanders als geheel mee geconfronteerd worden.’

De professies die u noemt – onderwijs, journalistiek, en ik neem aan dat dit precies zo geldt voor de zorg, de politie – dat zijn beroepen die de pijlers van de samenleving vormen.

‘Het zijn de sectoren waar alle Nederlanders – waar ze zelf dan ook werken – enorm op vertrouwen. We hebben allemaal behoefte aan goede zorg, goed onderwijs, goede kinderopvang. In noodgevallen hebben we allemaal de politie en de brandweer nodig. Het is wonderbaarlijk dat we zo weinig financiële waardering hebben voor het werk dat deze mensen verrichten.’

U bent van mening dat felle discussies in de politiek en de media veel te vaak gaan over identiteit, over sociaal-culturele wrijvingen. Van de Zwarte Piet-discussie tot de discussie over de islam tot de genderneutrale rompertjes. En u zegt: we moeten het hebben over de echte, onderliggende breuklijn, namelijk de sociaal-economische.

‘Ook zwarte anti-racismeactivisten zijn over het algemeen hoogopgeleid. De witte anti-racismeactivisten ook. Wat men vergeet mee te nemen, zijn de posities van de zwarte mensen aan de onderkant van onze arbeidsmarkt. En ik vind het zó ontzettend misplaatst om de hele tijd discussies te hebben of er al dan niet gediscrimineerd wordt, terwijl je je politiek kapitaal zóu moeten inzetten om te zorgen dat de hele onderkant van onze samenleving verbeterd wordt.

‘Daar heb je mensen die wit zijn en aan de onderkant van de samenleving zitten, mensen die zwart zijn en aan de onderkant van de samenleving zitten. Mensen die man zijn, vrouw zijn, maar állemaal in diezelfde kwetsbare positie zitten.

‘Doordat we het de hele tijd alleen maar hebben over kwesties die ons verdelen – en die dus ook de onderklasse verdelen – slagen we er niet in om ons collectief te mobiliseren op de dingen die er werkelijk toe doen. Te weten: een versteviging van de arbeidsrechtelijke positie van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt; ervoor zorgen dat er eindelijk eens gestopt wordt met loonmatiging; ervoor zorgen dat de factor arbeid weer een groter beslag gaat leggen op de toegevoegde waarde die in de publieke en private sector geproduceerd wordt. Dat gaat over de inkomenskant.

‘En als je het hebt over de kosten van levensonderhoud: al deze mensen hebben ook enorm veel last van wat we sinds de crisis gedaan hebben. Nederland heeft 135 miljard euro gestoken in het redden van ons financieel stelsel. Dat is erg leuk geweest voor bankiers aan de bovenkant. Maar vervolgens hebben we tien jaar lang de kosten afgewenteld op mensen aan de onderkant. De zorgpremie, bijvoorbeeld, is veel harder gestegen dan de economische groei rechtvaardigt.

‘Omdat we het steeds maar hebben over identiteitskwesties, waarbij de zwarte mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt worden uitgespeeld tegen de witte mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt, komen we niet toe aan wat ons allemáál aangaat: de radicale verslechtering van de positie arbeid ten opzichte van de positie kapitaal.

‘De verbetering van de positie van alle zwakkeren in onze samenleving, of ze nu wit, zwart, man, vrouw, gehandicapt of niet zijn, ongeacht hun seksuele voorkeuren en ongeacht hun godsdienstige denominatie – dáár moet onze energie op gericht zijn. En dat is die nu niet.’

Weten dát het debat in de politiek, in de media, over andere dingen zou moeten gaan is één. Maar hóe je daar verandering in brengt, dat is twee. Hoe ziet u dat?

‘Media hebben het idee dat burgers het liefst kijken en luisteren naar discussies over identiteitskwesties. Een tv-programma heeft maar één uur zendtijd, en als dat ene uur besteed wordt aan identiteitskwesties kan het niet besteed worden aan kwesties die te maken hebben met de klassenstrijd.

‘Wat ik probeer te doen met mijn columns en essays, en met dit boek Het is klasse suffie, niet identiteit, is zowel de media als de politiek op een of andere manier een spiegel voorhouden: ‘jongens, jullie hebben het over de verkeerde dingen’. En ik merk in de reacties dat dit onder heel veel mensen op een grote herkenning stuit.’

Maar het gebéurt nog niet.

‘Ik zie hoop. Kijk naar de salarisverhoging die de ING aan haar CEO Ralph Hamers wilde geven: de maatschappelijke ophef is enorm geweest. Kijk naar wat er is gebeurd rond de afschaffing van de dividendbelasting. Dat zijn allemaal indicaties dat mensen in toenemende mate snappen dat er iets heel erg mis is met het huidige kapitalisme.

‘Als mensen dat beginnen te herkennen zal, naar mijn verwachting, ook de interesse toenemen. De interesse in hoe dat allemaal komt, en hoe je dat kunt weten, en meten. Dan zal dus ook de roep toenemen om vaker experts op dit gebied op tv te zien; om deze onderwerpen meer geprogrammeerd te zien in Pauw of DWDD. Die bal moet gaan rollen.’

En in de politiek?

‘Wat bij heel veel Nederlanders nog heel erg hoog zit: ‘wij hebben de banken gered, wij mogen voor de kosten opdraaien, en de bestuurders van die banken kunnen weer gewoon hun zakken vullen’. Die woede zit heel diep, en die kan denk ik makkelijk politiek gekanaliseerd worden. Ik zit echt te wáchten op de partij die de stoute schoenen aantrekt en dat gewoon gaat doen. En die het woord ‘klassenstrijd’ weer ronduit in de mond durft te nemen.’

U wilt dus, als individu, samen met zo veel mogelijk mensen, massa gaan maken – waarna de media dan volgen?

‘Dat hoop ik, ja. En daar ligt een probleem: redacties zien economie als ‘moeilijk’. Als iets wat ‘kiezers niet interesseert’. Veel economen hebben er trouwens ook een handje van om het veel moeilijker te maken dan strikt noodzakelijk. En dat leidt er bij redacties weer toe dat ze dit soort onderwerpen links, of liever gezegd rechts, laten liggen. Dat moet doorbroken worden. Redacties kunnen, en moeten, hun economische kennis echt opbouwen.

‘Uiteindelijk is voor iedereen cruciaal: een dak boven je hoofd; toegang tot goed voedsel, tot zorg en tot onderwijs; en een inkomen. Dat zijn allemaal sociaal-economische hulpbronnen. Dat is véél belangrijker dan genderneutrale wc’s.

‘We hebben kennis nodig is om te snappen dat het op dit moment ongelijk verdeeld is, dat de verdienmodellen die gebruikt worden in met name de geprivatiseerde sector vaak heel erg slecht zijn. Onze hele kinderopvang, bijvoorbeeld, is in handen van private equity afkomstig uit de VS. De gemiddelde Nederlander heeft daar geen flauw benul van.’

Nee, ik dus ook niet.

‘Dat wordt afgeroomd. Er wordt quasi hier belasting betaald, maar een groot deel van de betalingen die wij daarvoor verrichten – voor iets wat in feite een publieke dienstverlening is die we allemaal nodig hebben om te kunnen werken – eindigt in de zakken van de managing partners van private equity firms in het oosten van de VS. Dat is natuurlijk krankjorem.

‘We zouden met zijn allen wat meer kritische boekhoudkennis moeten hebben. Boekhouden is voor veel mensen ‘saai’, maar het is belangrijk. Het is ‘follow the money’: Wie heeft hier baat bij? Waar komt het geld terecht?

‘We moeten veel wantrouwender worden naar de verhalen die de elite ons vertelt over waarom het ingericht is zoals het ingericht is en waarom het goed voor ons allen zou zijn. Want vaak is het helemaal niet goed voor ons allen. Vaak is het alleen maar goed voor een heel selecte groep van mensen die er goed van leven en bij wie het geld uit de zakken klotst.’

Is het in dit verband niet gek dat gerichte financiële onderzoeksjournalistiek veel meer als ‘rechts’ wordt gezien dan als ‘links’?

‘Ja, en dat is heel erg jammer. Bij de wat meer linkse media, zoals de Volkskrant, zie je vooral orthodox-geschoolde economen, die in hun hoofd alleen maar hebben dat markten beter zijn dan overheden en daarna stopt het denken zo’n beetje.

‘Ik zou graag véél meer goede financiële onderzoeksjournalistiek willen zien, de goeden niet te na gesproken. Follow The Money doet het, de Correspondent doet het, de NRC heeft een goed onderzoeksjournalistiek team. Het gebeurt wel, maar het is allemaal mondjesmaat. De grote, onderliggende patronen blijven voor de meeste mensen ondoorzichtig. Dat moet veranderen.’

Het is klasse, suffie, niet identiteit
Ewald Engelen

Leesmagazijn, 136 pagina’s
€ 17,95