De oprichting van Vrij Links heeft veel kritiek opgeroepen. Daarmee is in ieder geval de relevantie bewezen. Een van de critici is socioloog en politicoloog Merijn Oudenampsen. Die verwijt Vrij Links de rechtse agenda van Fortuyn en Cliteur over te nemen, en wijst er, met citaten van Troelstra en een verwijzing naar dominee Banning, op dat de linkse traditie in Nederland niet eenduidig antireligieus is. Hij had ook de rode dominees van De Blije Wereld kunnen noemen.

Ik zou inderdaad geen voorbeeld kunnen noemen waarin de SDAP of PvdA zich als partij beziggehouden hebben met antireligieuze propaganda. Ik denk wel dat veel aanhangers van die partijen ongodsdienstig of antireligieus waren. In 2012 legden 48 leden van de nieuwe Tweede Kamer de eed af, waarbij op de Bijbel gezworen wordt, maar daarvan waren slechts zes lid van de PvdA. Velen in de SDAP lazen de religiekritische Multatuli en waren tegen Kerk, Koning en Kapitaal.

Maar anders dan bij de gewezen predikant Domela Nieuwenhuis was dit geen officiële leuze van de SDAP; daarvoor vond die partij het te belangrijk om ook kiezers te werven onder christelijke arbeiders. Die bleven echter grotendeels trouw aan God, Nederland en Oranje. Sociaaldemocraten zijn ook nog steeds bezig met een ingewikkelde balanceeract tussen hun eigen republikeinse principes en de populariteit van de Oranjefamilie.

Sociaaldemocraten en liberalen waren wel altijd gekant tegen wetgeving die gebaseerd was op kerkelijke beginselen. Ze kwamen op voor gelijkheid van man en vrouw en voor seksuele autonomie: de eerste vrouw in de Tweede Kamer was lid van de SDAP. In de jaren vijftig werd een eind gemaakt aan de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw en aan het automatische ontslag van de huwende ambtenares (met 46 tegen 44 stemmen!). In de jaren zeventig werd abortus een belangrijk thema, en in de jaren negentig euthanasie. Sinds 2001 kunnen mannen en vrouwen ook onderling trouwen.

Steeds stonden daarbij sociaaldemocraten en liberalen tegenover de confessionelen, al willen de laatsten vaak achteraf niet meer herinnerd worden aan hun vroegere standpunten. Dat de ChristenUnie een ongehuwde moeder naar voren zou schuiven als vice-minister-president, zou je tien jaar geleden niet geloofd hebben.

Het ging niet alleen om wetgeving. Ook de VARA droeg bij aan een andere seksuele moraal. Floor Wibaut hield ‘causerieën’, zoals dat toen heette, over seksualiteit en vooral het gebruik van voorbehoedsmiddelen. In zijn boek Het Vraagstuk van den Radio-Omroep uit 1934 waarschuwde de latere oorlogspremier Gerbrandy daarvoor: ‘Het gevaar dat de uitzendingen de christelijke ethiek aantasten, dat uitzendingen op het gebied van wetenschap en kunst geboden worden, die het gif van stuivertje wisselen van goed en kwaad indruppelen, is bij de VARA ongetwijfeld het grootst.’

In 1937 werd door de Radio Omroep Controle Commissie een bespreking van een boek van A.M. de Jong verboden, ‘waarbij […] een sexuele afwijking, zonder hieraan enige morele appreciatie te verbinden, werd voorgesteld, als iets dat zonder meer moet worden aanvaard.’ Nog in 1964 kreeg de VARA heel rechts Nederland over zich heen met een pastiche op het Onze Vader in het fameuze programma Zo is het toevallig ook nog ’s een keer.

Maar de PvdA bevond zich ook in een spagaat. Haar eerste prioriteit was het doorbreken van de bestaande politieke verhoudingen: om de christelijke arbeiders aan haar kant te krijgen in de strijd voor een linksere economische politiek. De Doorbraak heette dat. Daarbij werd partijvorming op godsdienstige grondslag afgewezen, omdat godsdienst irrelevant was voor de economie. Maar tegelijkertijd werd er een politieke strijd geleverd waarbij die tegenstelling wel degelijk relevant was: de juridische gelijkstelling van man en vrouw was achteraf gezien een van de belangrijkste ontwikkelingen uit de jaren vijftig.

De Doorbraak maakte dat er vaak geschipperd werd. Toen in 1955 crematie werd gelegaliseerd, accepteerde de PvdA dat er geen gelijkstelling kwam met begraven, wat de partij op de hoon van de VVD kwam te staan. Op lokaal niveau was er veel gedoe over gemengd zwemmen, waar de KVP toen nog tegen was. En ik herinner me nog kritiek op de PvdA-fractie in Maastricht, die had ingestemd met een verbod op het vervoer van voorbehoedsmiddelen – en daarbij het excuus gebruikte dat dit toch niet te handhaven viel.

Het streven naar de Doorbraak was achteraf bezien contraproductief. Als tegenmaatregel kwamen de katholieke bisschoppen in 1954 met een ‘mandement’, waarin het de gelovigen werd ontraden lid van de PvdA te worden en verboden werd lid te worden van het NVV en de VARA – het werd zelfs verboden regelmatig naar VARA-uitzendingen te luisteren. In de PvdA zag men dit als een poging van de Roomsen om op termijn de macht in Nederland te veroveren, mede vanwege het hoge en door de clerus gestimuleerde geboortecijfer bij de katholieken. De toch al aanwezige haat tegen de katholieke kerk werd zo versterkt; al waren er natuurlijk ook wel ‘goede’ katholieken, namelijk degenen die op de PvdA stemden. ‘Papofobie’ zou je dat tegenwoordig noemen.

Bij de Kamerverkiezingen van 1956 plaatste de PvdA de Doorbraak centraal. Om voldoende geld in te zamelen voor verkiezingspropaganda stelde de PvdA het ‘Doorbraakfonds’ in. PvdA-leden kregen een kartonnen doosje thuis en werden geacht daar elke dag één cent in te doen. Het doosje werd maandelijks geleegd door een vrijwilliger, de wijkcommissaris. De PvdA behaalde een voor die tijd unieke winst van 30 naar 34 zetels, in een Kamer van 100, en werd de grootste partij, ondanks – of misschien wel dankzij – de verstoringen van verkiezingsbijeenkomsten door KVP-jongeren.

Maar in Brabant en Limburg behaalde men nog steeds slechts 16,5% van de stemmen tegen 36,5% in de rest van het land. Echt geslaagd was de Doorbraak dus nog niet. Bij de verkiezingen van 1977 was dat verschil zo goed als geëlimineerd: de PvdA behaalde toen in het zuiden 29,2% tegen 35% in het noorden. Toen had men echter de Doorbraak-gedachte al lang laten vallen. Het was de massale geloofsafval onder de katholieken waardoor de aanhang van de PvdA in Brabant en Limburg zo’n beetje verdubbelde.

We zien dus binnen de sociaaldemocratie onder de leden een sterke dominantie van niet- en anti-godsdienstigen en een politiek waarbij ingegaan wordt tegen kerkelijke voorschriften, om zo de geestelijke vrijheid en de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen.

Dat gold echter alleen voor voorschriften door christelijke kerken. Tegenover de rechtse seksuele moraal van veel moslims nam men een volstrekt andere houding aan. Die ‘hoorde bij hun cultuur’. Terwijl Dolle Mina demonstreerde om baas in eigen buik te zijn, kregen we te horen dat in de islamitische cultuur de man de baas van de vrouw is. Er kwamen mensen voor de PvdA in gemeenteraadsfracties die met hun denkbeelden over de man-vrouwrelatie eerder bij de SGP pasten – al wilde de SGP hen niet hebben, omdat ze geen christenen waren.

Hoe kwam dat zo? Naarmate er meer moslims kwamen in ons land, werden ze een belangrijkere electorale doelgroep, vooral in de grote steden. Maar belangrijker was de angst voor terugkerend fascisme. Tientallen jaren na de Duitse bezetting werden vooral degenen die die niet hadden meegemaakt nog geïnspireerd door de strijd tegen de Duitse bezetter. Om die strijd mogelijk te maken werden de moslims gebombardeerd tot de nieuwe joden, met Hans Janmaat in de rol van de nieuwe Mussert. En daarmee werd kritiek op de rechtse seksuele moraal van moslims geframed als een uiting van fascisme.

Het stelde Fortuyn in staat het linkse gedachtegoed te kapen. Hij noemde het de joods-christelijke traditie, maar negeerde dat de islam zelf uit die traditie voortkomt. De strijd gaat in feite tussen het verlichtingsdenken en de joods-christelijk-islamitische traditie.

Intussen heeft de PvdA zijn positie aanzienlijk aangepast. Iedereen vindt het nu vanzelfsprekend dat immigranten onze taal leren – ooit werd je als fascist aangemerkt als je dat bepleitte. De volgmigratie werd gestopt en er is daardoor geen sprake meer van massa-immigratie.

Maar er zijn nog steeds meisjes die worden uitgehuwelijkt, vrouwen die van hun man het huis niet uit mogen en afvallige moslims die daar niet voor durven uitkomen. Die zouden de PvdA en de andere linkse partijen als hun bondgenoot moeten zien.

Ik vrees dat dat niet zo is.