‘Regressief links’? Deze term, gelijk in de beginregels van het Vrij Links-manifest, heeft wellicht her en der wenkbrauwen doen fronsen. Hoezo ‘regressief’? Wat houdt dat in? Is dat niet een door rechts geschetste karikatuur van het ‘echte’ links? Dat er van een dieperliggend probleem sprake is, met serieuze gevolgen, hopen we met dit artikel duidelijk te maken.

De ontzuiling van Nederland is al decennia geleden voltooid. Tenminste, voor de meeste witte Nederlanders. Voor migranten uit niet-Westerse culturen die sinds de jaren ’60 deel van onze samenleving uit zijn gaan maken, blijkt de verzuiling al die tijd nog wel degelijk te hebben bestaan. Voor hen was die alleen anders gaan heten, namelijk: multiculturalisme.

‘Eigen’ cultuur

Historicus en GroenLinks-Tweede Kamerlid Zihni Özdil vertelt in zijn boek Nederland mijn vaderland hoe deze verzuiling in de praktijk heeft gewerkt voor Turkse Nederlanders: ‘Een historisch gedachte-experiment laat zien hoe wereldvreemd de Nederlandse invulling van ‘integratie’ en ‘multiculturalisme’ is geweest’, schrijft hij. In het gedachte-experiment draait Özdil de rollen om en vraagt hij zich af hoe de situatie zou zijn als Turkije ‘gastarbeiders’ uit Nederland had gehaald: ‘Stel dat de Turkse overheid clubs zoals de SGP, Opus Dei en de Nationaalsocialistische Beweging gaat subsidiëren om in Turkije de ‘integratie’ van Nederlanders te bevorderen. Deze ultraconservatieve en extreemrechtse clubs krijgen geld en faciliteiten om allerlei stichtingen, scholen, media en internaten op te richten in heel Turkije. Dit noemt men in Turkije ‘multicultureel’ en ‘integratie met behoud van eigen cultuur’.’

Voor de meesten zou het onvoorstelbaar zijn. Maar volgens Özdil is dit precies hoe Turkse Nederlanders zijn behandeld: ‘Van de extreemrechtse Grijze Wolven tot het Turkse overheidsorgaan Diyanet en de fundamentalistische Milli Görüş beweging: deze clubs hebben van de Nederlandse overheid alle middelen gekregen om hun tentakels diep in de Turkse gemeenschap in Nederland te vestigen.’

Turkse Nederlanders zijn niet de enigen die in Nederland van staatswege een ‘eigen cultuur’ opgelegd hebben gekregen. In het boek Nieuwe vrijdenkers, geschreven door Boris van der Ham en Rachid Benhammou, komen twaalf voormalige moslims aan het woord. Karim (1986) vertelt: ‘In mijn jonge jaren werd de islam door veel Nederlanders nog als iets positiefs gezien. Sterker nog: het werd gepromoot. “Breng je kinderen naar de Koranschool. Leer ze Arabisch!” Dit gebeurde onder reguliere schooltijd, nota bene, op de basisschool! Ik neem dat de Nederlandse overheid nog steeds kwalijk. Niemand had zich bedacht dat het Arabisch voor de meeste Marokkanen die uit het Rifgebergte kwamen helemaal niet hun eerste taal was.’

Religieus, conservatief of zelfs extreemrechts gedachtegoed is doorgaans het tegenovergestelde van de waarden die links uit wil dragen. Toch zijn het volgens Özdil ‘witte progressieven’ geweest die zich als de pleitbezorgers van dit multiculturalisme hebben opgeworpen – en die zo de facto hele groepen migranten in anti-linkse zuilen hebben geduwd.

Regressive left

Deze tegenstelling komt vaker voor. De Brit Maajid Nawaz – politicus, activist en oprichter van de anti-extremistische denktank Quilliam – heeft voor dit fenomeen de term ‘regressive left’ gemunt. Hiermee doelt hij op mensen die links, progressief gedachtengoed aanhangen, maar dit selectief toepassen; hun progressieve standaarden laten ze los zodra het gaat om een etnische minderheid.

Nawaz is regelmatig met dergelijke paradoxale reacties van regressief links in aanraking gekomen. In zijn jonge jaren was hij actief bij de islamistische organisatie Hizb-ut-Tahrir. Zijn pogingen de geesten rijp te maken voor een islamitische staat hebben ertoe geleid dat hij vijf jaar in een cel in Egypte door heeft moeten brengen. Na zijn vrijlating heeft hij zich tegen zijn vroegere extreemrechtse, theocratische ideologie gekeerd en is hij een uitgesproken voorvechter van democratie geworden.

Het is een verhaal dat logischerwijs door links omarmd zou moeten worden; een man die voorheen actief was in een organisatie die niets wil weten van gewetensvrijheid, lhbti- of vrouwenrechten, andersdenkenden of democratie, spreekt zich nu onverbloemd uit vóór al deze klassiek linkse zaken. Terwijl hij enerzijds de extreemrechtse, gewelddadige ideeën van prominente islamitische theocraten aan de kaak durft te stellen, verdedigt hij anderzijds het recht om gewoon moslim te zijn – én om een homoseksuele moslim te zijn – en spreekt hij zich uit tegen Brits extreemrechts.

Maar links omarmt hem niet. Progressieve media schilderen hem af als een islamofobe apologeet voor Westers imperialisme en niet authentiek. De alom gerespecteerde Amerikaanse burgerrechtenbeweging The Southern Poverty Law Center (SPLC) heeft hem zelfs enige tijd op een lijst met anti-moslimextremisten geplaatst – overigens heeft Nawaz de organisatie hierop aangeklaagd voor laster; de SPLC is diep door het stof gegaan en heeft voor $ 3.375 miljoen een schikking getroffen met Nawaz en Quilliam.

Kritiek en haat

De reflex is enigszins begrijpelijk. Multiculturalisme is sinds het begin van het millennium overal in Europa stevig onder vuur komen te liggen, net als de religie van islamitische medeburgers. De kritiek is doorgaans niet zachtzinnig of effectief, zo vertelt Celal Altuntas (1972) in Nieuwe Vrijdenkers: ‘Ze duwen de hele islam in een bepaalde hoek, en dat is dom. Daardoor wordt kritiek op de islam vermengd met een vorm van buitenlanderhaat.’ Deze mix maakt het moeilijk om oprechte kritiek van haat te onderscheiden. Maar er speelt meer: ‘de andere kant van Nederland […] knuffelt nog steeds. Niet omdat men pro-islam is, maar als middel om de rechtse partijen te bestrijden.’

Daarnaast wordt de term ‘multiculturalisme’ nauwelijks meer gebruikt, maar is ‘behoud van eigen cultuur’ nog steeds een thema dat onder veel progressieven op steun kan rekenen. Özdil heeft hier bezwaar tegen: ‘Echte integratie’, schrijft hij, ‘zou moeten gaan over de vraag in hoeverre iemand zich verbonden voelt met Nederland.’ Dit is volgens hem bijvoorbeeld af te meten aan ‘[t]aal, de mate van contacten buiten de ‘eigen’ etniciteit en zelfidentificatie als Nederlander’. ‘Maar’, schrijft hij, ‘dat mag niet van veel progressieven in Nederland. Dat vinden zij ‘assimilatie’ – hetgeen zij definiëren als ‘volledige overname van alle aspecten van de cultuur van het land waar de migrant zich vestigt’ – en dus fout.’

Regressief links verdedigt dus om een aantal redenen minderheden tegenover kritiek: om hen te beschermen tegen haat, om rechtse partijen te bestrijden en om gedwongen assimilatie tegen te gaan. Hierbij wordt echter solidariteit getoond met de luidste en doorgaans conservatieve stemmen binnen die etnische minderheden, terwijl de progressieve, linkse of liberale stemmen die steun in het gunstigste geval moeten ontberen – of hun stem helemaal niet kunnen laten horen.

Bagger

Celal Altuntas is als voormalig gelovige ‘openlijk kritisch’ over de dwingende stromingen binnen de islam, vertelt hij: ‘En dat is soms gevaarlijk, want je krijgt dan nogal wat bagger over je heen.’ Hij is niet de enige geïnterviewde in Nieuwe vrijdenkers die voor sociaal of fysiek gevaar op zijn hoede is: van de twaalf voormalige moslims die in het boek aan het woord komen, doet de helft dat anoniem.

Ook Zihni Özdil krijgt van alles over zich heen. Als hij kritiek levert op Turks-nationalistische uitingen in Nederland, zijn er steevast scheldpartijen, waarvan de beschrijving ‘De islamofobe endeldarm van GroenLinks’ door DutchTurks.nl nog een van de vriendelijkste is. Gevaarlijker is de Turkse krant die hem en een aantal andere Kamerleden van Turkse afkomst afschildert als landverraders, omdat Özdil en zijn collega’s de Armeense genocide hebben erkend. Tegelijk noemt weblog GeenStijl hem onder meer ‘roetveegpiet’ en ‘Zietniks Oetlul’, want ook de bagger van Nederlands rechts blijft hem niet bespaard.

In andere gemeenschappen vereist het net zulke moed om tegen de stroom in te gaan. ‘Al jarenlang vraag ik aandacht voor racisme en discriminatie’, schrijft Sunita Biharie, fractievoorzitter van de SP in Apeldoorn, op Joop.nl. Maar als ze zich uitspreekt tegen de tactieken van enkele ‘steeds extremer’ wordende anti-racisme-activisten ‘met alle focus alleen op eigen leed’, komt ze onder vuur te liggen. Ze schrijft: ‘Het waren geen witte PVV-stemmers die me uitgescholden voor huisneger, huis-Hindoestaan, coon of zelfs voor iemand die slijmt bij de witte man. Omdat ik het goed kan vinden met sommige mensen ongeacht hun huidskleur. Ja, ook mensen die wit zijn.’

In een ander artikel op Joop.nl schrijft Biharie hoe moeilijk het is om mishandelingen, verkrachtingen en andere vormen van vrouwenonderdrukking binnen de Hindoestaanse gemeenschap onder de aandacht te brengen: ‘Vrouwen die spreken worden van alle kanten gebasht.’ En niet alleen door het gewone publiek: ‘Zelfs een raadslid van de PvdA Rotterdam die ook nog eens uit de gemeenschap komt vond het niet nodig om eerst te reageren op alle leed. Nee haar reactie was ‘[zo zijn Hindoestanen] niet allemaal en waarom wordt de gemeenschap door het slijk gehaald’. En of dat niet voldoende was liket ze ook nog een reactie dat ‘we al een Hirsi Ali hebben’. Het maakt pijnlijk duidelijk waar de prioriteiten liggen. En meteen ook inzichtelijk hoe het probleem zo lang door heeft kunnen gaan.’

Politici

Hoewel lang niet alle linkse politici tot regressief links te rekenen zijn – de eerdergenoemde namen zijn bijna allemaal zélf links en politiek actief – blijkt wel degelijk dat velen moeilijk raad weten met een onverwacht geluid vanuit een etnische minderheid. De vrouwenrechtenorganisatie Femmes for Freedom, met aan het hoofd de islamitische feministe Shirin Musa, heeft in diverse steden ophef veroorzaakt met een posteractie voor vrije partnerkeuze. In Rotterdam kreeg FFF het verwijt ‘een islamofobe, etnocentrische en racistische campagne’ te voeren, zodat de organisatie alleen bij het rechts georiënteerde Leefbaar Rotterdam gehoor vond; sterker nog, de campagne werd niet aan FFF toegeschreven, maar aan deze partij, ‘die Musa voor zijn karretje zou hebben gespannen’, zo schrijft de Volkskrant.

Ook in Amsterdam kon FFF op weinig medewerking rekenen, terwijl in Haarlem de religieuze macht als stem van de gemeenschap geraadpleegd werd. De Volkskrant schrijft hierover: ‘D66-wethouder Jur Botter leek zich in allerlei bochten te wringen om te voorkomen dat de FFF-posters in de stad zouden worden opgehangen. Vorige week tijdens het raadsdebat wees Butter op de grootschalige vernielingen van abri’s met posters van het merk Suit Supply met zoenende homo’s. Hij wilde dergelijke commotie voorkomen en ging bij de plaatselijke moskee peilen of er draagvlak zou zijn voor de FFF-posters. Daar kreeg hij er de handen niet voor elkaar, zei hij, tot ontsteltenis van SP, VVD, CDA, Hart voor Haarlem en zijn eigen partij. Donderdagavond werd alsnog een motie aangenomen voor het ophangen van FFF-posters in Haarlem. Zonder de steun van GroenLinks en PvdA.’

In Rotterdam hadden conservatief-religieuze stemmen tot voor kort nog meer macht. Onder druk van de Turkse gemeenschap gedoogde de PvdA Rotterdam jarenlang een illegaal moskee-internaat voor meisjes. Het was al lang en breed bekend dat deze plek niet brandveilig was, waarmee de aanwezige kinderen al die tijd aan onverantwoorde risico’s bloot werden gesteld. Een ander, wél legaal moskee-internaat, werd vastgelegd in een fotoreportage van NRC Handelsblad. Özdil schrijft hierover: ‘Op een van die foto’s was een jongen een boek aan het lezen. Op de kaft stond in het Turks de titel ‘De brieven van onze martelaren’. De auteur van dat boek is een Turkse ex-soldaat en extreemrechtse ideoloog die in zijn boeken onder andere schrijft over ‘de Europese en zionistische samenzwering tegen de Turkse natie.’ Zo wordt een hele generatie Nederlanders, die nota bene hier is geboren en getogen, nog steeds met de paplepel ingegoten dat ze geen Nederlanders zijn.’

Minderheden binnen minderheden

De verzuiling blijkt, kortom, voor minderheden in Nederland nog volop te bestaan. Regressief links werkt actief mee dit in stand te houden, door zich achter de luidste stemmen binnen die zuilen te scharen en zo de status quo continu te bevestigen. De mensen die Maajid Nawaz de ‘minderheden binnen de minderheden’ noemt, worden hiermee in de steek gelaten: ongelovigen, feministen, progressieven, lhbti’ers en allerlei andere groepen.

De (extreem)rechtse, conservatieve of religieuze clubs die pretenderen namens deze gemeenschappen te spreken, zijn niet de natuurlijke bondgenoten van links. Zihni Özdil, Karim, Maajid Nawaz, Celal Altuntas, Sunita Biharie, Shirin Musa en ál die anderen die opkomen voor linkse waarden zijn dat wel.

Vrij Links vindt dat het tijd wordt om de écht progressieve stemmen, van welke achtergrond dan ook, overal in Nederland veel krachtiger te laten horen. Dat zijn we niet alleen verplicht aan de standaarden die we onszelf opleggen, we zien het ook als noodzakelijk om échte gelijkheid in Nederland te creëren. Daarnaast kan links het zich niet veroorloven om rechts te bestrijden door de progressieve strijd bínnen groepen minderheden te verwaarlozen. Als de progressieve stemmen niet gehoord worden en de interne diversiteit niet zichtbaar is, wordt het immers juist veel simpeler om iedereen uit die gemeenschappen over één kam te scheren. Regressief links laat dan niet alleen de eigen bondgenoten en principes in de steek, maar geeft ook het maatschappelijk debat uit handen aan de conservatieve hardliners van elke groep. Dat is gevaarlijk voor ons allemaal.

Het is een dynamiek die Celal Altuntas ook zorgen baart. In Nieuwe vrijdenkers vertelt hij: ‘Straks, als dit zo door blijft gaan, komt de klap voor Nederland. En wie profiteren daar dan van? Juist, de radicalen.’