Meryem Çimen (D66) – Tegen polariserende identiteitspolitiek, voor kansengelijkheid

Leestijd 14 minuten

Op de Vrij Links Kieslijst staan vrijzinnige kandidaten van politieke partijen die op 17 maart meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen. Aan de hand van zes vaste vragen bevragen we tot aan de verkiezingen in een serie interviews een aantal kandidaten op hun vrijzinnige en sociale gehalte. Alles om het de zwevende kiezer te vergemakkelijken. 

Vandaag deel 1: Meryem Çimen, de nummer 34 van D66.

De Vrij Links Kieslijst bestaat uit politici die zich in het publieke debat manifesteren op bijvoorbeeld thema’s als universele mensenrechten, individuele vrijheid, secularisme – het gelijke speelveld van *alle* levensovertuigingen-, vrijheid van meningsuiting, solidariteit, maatschappelijke en economische (on)gelijkheid of de insteek in het debat over diversiteit.

Ook jij bent genomineerd. Waarom zou een Vrij Linkse kiezer nu juist op jou moeten stemmen? Of met andere woorden, waarom is een ‘vrij linkse stem’ bij jou in goede handen?

“Ik wil me inzetten voor de vrijheid om jezelf te zijn. En ik vind dat dat al een tijd onder druk komt te staan. In het kader van identiteitspolitiek wordt er veel gesproken over mensen in ‘groepen’, en daarbij wordt steeds het verschil benadrukt. Die tendens verhardt in de samenleving, maar ook in de politiek. Als ik me kritisch opstel over bijvoorbeeld ontwikkelingen in Turkije, salafisme of het Wildersproces, hoor ik: “je pist over je mede-migranten heen!” Maar hallo, ik heb gewoon een eigen mening, en ik ben meer dan mijn afkomst. Laat mij in mijn waarde, en dat gun ik jou ook.

“Daarnaast wil ik me inzetten voor kansengelijkheid. Dat doe ik nu in de Haarlemse gemeenteraad, voor onderwijs en goede onderwijshuisvesting. Ik wil nog meer aandacht vanuit D66 voor betaalbare woningen. En de rechtsstaat is voor mij een belangrijk thema. Ik vind dat we moeten investeren in de sociale advocatuur, de rechtspraak en, ook heel belangrijk, een dualistische politiek. Met een stevige Kamer die de macht controleert, en een politiek die veel dichter bij mensen staat. Minder op het Binnenhof zijn, veel meer het land ingaan, want ik merk het zelfs op lokaal niveau: we praten veel over elkaar, maar we luisteren heel weinig. Ik zou minder politiek spektakel willen en gewoon een Kamerlid willen zijn dat hard werkt om een bijdrage te leveren.”

Kort samengevat staat Vrij Links voor vrijheid van levensovertuiging, vrijheid van levenspad en vrijheid van liefdespad. Welke van die drie vrijheden – als je móet kiezen – vind je het belangrijkste? 

“Dan zou ik kiezen voor de vrijheid van levensovertuiging. Zoals ik zei, geloof ik in altijd en overal volledig jezelf kunnen zijn. Dat je je leven naar eigen inzicht moet kunnen inrichten – en voor mij betekent dat ook het besef dat je niet alleen op de wereld bent. Dat komt mede voort uit mijn eigen ervaringen, waarin ik me wilde ontworstelen aan andermans wereldbeeld en andermans overtuigingen. Ik kom uit een Turks arbeidersgezin met een islamitische inslag. Zelf ben ik atheïst en in de kern ook humanist – dat is mijn levensovertuiging. De vrijheid van levensovertuiging, dat is het geheel van opvattingen dat je hebt over het leven en over de manier waarop je dat het beste kunt leiden. De vrijheid van levenspad en van liefdespad horen daar voor mij dan vanzelf ook bij.”

Ben je in je werk of privé-leven wel eens aangelopen tegen belemmeringen in deze vrijheden? Of zie je dat in de samenleving?

“In mijn werk speelt het gelukkig niet. In mijn privéleven vroeger wel. Mijn opa is eind jaren zestig, heel klassiek, als gastarbeider naar Nederland gekomen en de rest van mijn familie volgde eind jaren 70. Mijn moeder, mijn drie zussen en ik zijn tegen heel wat belemmeringen aangelopen. Rond de scheiding van mijn ouders, over ongetrouwd uit huis gaan of over studeren, of over mijn atheïsme terwijl mijn grootouders naar Mekka gingen voor de hadj – dat riep allemaal de nodige discussies op en soms ook ruzies.

“Waar ik echt mee heb geboft is dat mijn moeder en mijn zussen – en ik zelf denk ik ook – allemaal koppige, vrijgevochten vrouwen zijn die geen ‘nee’ hebben geaccepteerd. We hebben elkaar daarin altijd gesteund, en dat heb je ook echt nodig. Want het is heel moeilijk om het in je eentje te moeten doen en op te boksen tegen je familie. Ik zou het fijn vinden als we ook wat minder conservatief worden in de familiesfeer en elkaar wat meer de ruimte geven. Wij zijn ervoor gegaan met ónze overtuigingen, we hebben onze eigen keuzes gemaakt, en we houden van wie we houden. Het is ons leven. Dat gun ik iedereen – die vrijheid om zelf te kiezen. En dan is het aan mensen zelf hóe ze dat willen inrichten.”

Kunst raakt aan al deze vrijheden. Het is dan ook helaas een feit dat kunstenaars wereldwijd vaak geraakt worden door harde repressie in dictaturen. In Nederland is een toenemende neiging om kunst te willen tegengaan als die vermeend ‘kwetsend’ zou zijn. Hoe kijk jij naar ‘kwetsende’ kunst en wat is, if any, jouw favoriete kwetsende kunst?

“Dit vind ik een heel toffe vraag met een lang antwoord. Het mooie van kunst, in welke vorm dan ook – architectuur, film, schilderijen, muziek, wat dan ook – is dat het je aan het denken zet. Je voelt er iets bij, het komt binnen (of niet), soms kan dat maatschappijkritisch zijn, en soms kan dat heel kwetsend zijn of onfatsoenlijk naar jouw eigen maatstaven. Mijn mening is dan: het zij zo. Ik ben de gedachtenpolitie niet; ik ga daar niet over. Jij mag daar wat van vinden, iemand mag dáár weer iets van vinden. Ik ben zelf ook niet gauw gekwetst en ik moet ook wel heel erg nadenken over iets wat ik kwetsend zou vinden, laat staan een favoriete kwetsende kunst.”

Het kan ook zijn een favoriete, door anderen als kwetsend ervaren kunst.

“Mijn persoonlijke favoriete kunst is satire, al snappen veel mensen dat helaas niet meer. Ik ben ervan overtuigd dat een flinke dosis humor en zelfspot essentieel is voor ieder mens. Een beetje eelt op de ziel. Ik ben voor een zo breed mogelijke uitleg van vrijheid van meningsuiting. Want ik ben er heilig van overtuigd dat je ideeën alleen maar kunt bestrijden met andere ideeën. Iemand de mond snoeren zal je op de langere termijn nooit helpen; het idee – of heel vaak ook het sentiment – leeft toch in de samenleving. Daar moet je iets mee.

“Voor mij is de enige inkadering het strafrecht, bijvoorbeeld bij discriminatie, of intimidatie of opruiing – maar ook daarvan denk ik dat je niet te snel naar het strafrecht moet gaan. Ga het maatschappelijk debat aan. Dan gaat het schuren.

“Bij deze vraag moest ik ook meteen denken aan cancel culture. Een paar maanden geleden ging het ineens over scènes uit Fawlty Towers. Wat gebeurt er dan in godsnaam? De samenleving is altijd in ontwikkeling en wat men wel of niet oké vindt, verandert ook. Maar we hoeven de geschiedenis niet wit te wassen. Je kunt het mensen niet kwalijk nemen dat ze er veertig jaar geleden anders over dachten dan in 2020. Wil jij het anders? Maak zelf iets anders, naar je eigen huidige inzichten. En jongens, je hóeft de dvd-box ook niet te kopen hè. Wat minder krampachtigheid zou fijn zijn.

“Ik ben een grote John Cleese-fan, ik vind Fawlty Towers heel erg leuk en kijk het nog regelmatig. Het is enorm maatschappijkritisch. En ik vind het heel erg jammer dat mensen dat dus eigenlijk gewoon niet goed begrijpen.”

De lockdown heeft ons zowel sociaal-cultureel als sociaal-economisch zwaar onder druk gezet. Wat heeft dit voor jou veranderd in je visie op de samenleving?

“‘Solidair zijn is makkelijker gezegd dan gedaan’, dat komt bij mij als eerste naar boven. De pandemie en de lockdown raken sommige mensen veel harder dan andere. Mensen met flexcontracten, jongeren, mensen in de horecasector, gezinnen die in kleine woningen maanden op elkaars lip zitten, met mogelijk alle gevolgen en stress van dien.

“De lockdown heeft voor mij een aantal zaken naar de oppervlakte gebracht die er al waren maar die we nu echt moeten gaan aanpakken, terwijl we ook uit deze crisis proberen te komen. Dat betekent, hoe moeilijk dat ook is, verder durven kijken dan de vaccinatiestrategie, en verder dan ‘wanneer gaat de lockdown eraf’. De vraag die centraal moet staan is hoe we samen sterker uit de crisis komen, en hoe we een goed werkend Nederland bereiken. Wat mij betreft zullen dat ook stevige keuzes moeten zijn – zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

“En ik denk ook direct aan de kansengelijkheid van kinderen. Dat speelde al voor de coronacrisis, maar de afgelopen maanden werd dat nog eens heel duidelijk zichtbaar. Er is keihard gewerkt, door scholen en leerkrachten, door ouders zelf, maar we zien ook dat dat voor veel te veel kinderen helaas niet genoeg is. Zij hebben achterstanden opgelopen die mogelijk langetermijneffecten gaan hebben. Voor mij betekent dat we in een volgend kabinet veel meer moeten gaan investeren in de kwaliteit van onderwijs. Kleinere klassen, geen verschillen meer in salaris tussen het primair en het voortgezet onderwijs, meer leraren, weer meer mannen naar de Pabo krijgen. En gratis kinderopvang. Elk kind moet van meet af aan de beste kansen kunnen krijgen in het leven. Hoe meer je daar nu in investeert, hoe meer je daar als mens en als samenleving als economie voor terug krijgt. We moeten echt meer oog hebben voor de volgende generatie nu. Dat staat voor mij op nummer één.”

Als we het hebben over kansengelijkheid en onderwijs, hoe kijk jij dan naar artikel 23 en het bijzonder onderwijs? Soms doet zich daar direct zichtbare ongelijkheid voor – denk aan de ‘afwijzen van homoseksualiteit’-verklaringen op orthodox-christelijke scholen dit jaar. Maar ook in bredere zin kun je – zoals het manifest Vrij Links doet – een frictie zien tussen de grondrechten van de ouders hun eigen religie mee te geven en het recht van elk kind om in het onderwijs met alle levensovertuigingen en ideeën in aanraking te komen zodat het later vrij kan kiezen. Hoe kijk jij daarnaar en vindt dat ruimte in D66?

“D66 staat voor de vrijheid van burgers om een school te kunnen stichten – mits het onderwijs voldoet aan de kwaliteitseisen – en voor de vrijheid van ouders en leerlingen om een school te kiezen die het beste bij hen past. Of dat nou openbaar onderwijs, een Montessori- of Daltonschool of een christelijke, joodse of islamitische school is. Ik ben liberaal en sta voor vrijheden van mensen.

“Maar ik vind artikel 23 Gw en het bijzonder onderwijs soms schuren in de praktijk en merk ook ongemak bij mijzelf. Scholen mogen natuurlijk geen misbruik maken van die vrijheid van onderwijs door op basis van hun levens- of geloofsovertuiging bijvoorbeeld leerlingen of leraren te weigeren op hun geaardheid of hun religie. Dat is in strijd met artikel 1 Gw. Of door ouders zogenaamde ‘afwijzen van homoseksualiteit’-verklaringen te vragen als voorwaarde voor toelating. Dit mag in het openbaar onderwijs ook niet. Het bijzonder onderwijs mag geen status aparte krijgen en dat betekent een modernisering van de vrijheid van het onderwijs.

“De school is wat mij betreft de maatschappij in het klein. Het is van essentieel belang dat kinderen op school in aanraking komen met andere ideeën en visies op de wereld dan die ze thuis meekrijgen. Denk aan andere religies, atheïsme, seksualiteit, de evolutietheorie of gevoelige onderwerpen als de Holocaust of het Israël-Palestina conflict. Dit is onderdeel van kwalitatief onderwijs. Geluid en tegengeluid. Waardoor leerlingen als goed geïnformeerde, eigen keuzes makende, kritische denkende jongeren de wijde wereld in trekken. Dat nemen ze hun leven lang mee en bevordert hun kansen.”

Als je premier wordt met een absolute meerderheid, op welk beleidsterrein ga je dan wát als allereerste regelen? Ik heb het gevoel dat ik, jou zo horende, deze zo ook al kan opschrijven -?

“Investeren in het beste onderwijs. Wij noemen dat bij D66 de ‘rijke schooldag’. Dat omvat kleinere klassen, betere salarissen voor leraren, maar ook sport en cultuur op school voor elk kind. En gratis kinderopvang, ook als de ouders niet (beiden) werken.

“Daarnaast zou ik ervoor zorgen dat we investeren in de sociale advocatuur, de rechtspraak, het OM en de gesubsidieerde rechtsbijstand. Want in 60 procent van de gevallen dat een burger daarop is aangewezen, staat hij tegenover de overheid. En ik vind dat niet alleen degenen met een dikke portemonnee of voldoende geld voor een rechtsbijstandsverzekering de gang naar de rechter moeten kunnen maken. Mensen moeten zich kunnen verweren. We moeten nu direct de rechtsstaat stutten, de burger weer centraal stellen en de sociale rechtvaardigheid terugbrengen in de wetten en de uitvoering. Dat heeft de toeslagenaffaire ons pijnlijk duidelijk gemaakt.”

Bij je kandidatuur op de site van D66 zeg je: “het sociale en rechtsstatelijke geluid van D66 komt onvoldoende tot zijn recht”. Wat bedoel je daarmee, en hoe kan dat anders? 

“Ik ben heel blij met de inzet van D66 in het nieuwe verkiezingsprogramma: dat we gaan investeren in de sociale advocatuur, de rechtspraak, de rechtsbijstand het OM en de politie. Dat zijn de beginselen van de rechtsstaat en daarmee zetten we de positie van de burger prominent op de agenda. We moeten daar stevig aan vasthouden, als deelname aan het kabinet voor ons een volgende periode opnieuw is weggelegd.

“En wat betreft het sociale geluid doel ik op de oververhitte woningmarkt. Mensen moeten fatsoenlijk kunnen wonen, ongeacht hoeveel ze verdienen. Ik ben dan ook heel erg blij dat D66 de komende periode een miljoen betaalbare en energiezuinige woningen wil bouwen, maar dan loop je wel meteen tegen de stikstofuitstoot aan. D66 heeft heel duidelijk gezegd: we moeten de veestapel gaan halveren, zodat we huizen kunnen blijven bouwen. Want de veeteelt is de grootste uitstoter van stikstof. Het valt me op hoe andere partijen wegkijken van deze harde keuzes. En wat mij betreft doen wij dat absoluut niet. Ik ben ervan overtuigd dat dit ons niet populair gaat maken, maar we moeten mensen eerlijk laten weten wat er volgens ons wel kan en wat niet kan. En dan is het aan Nederlanders zelf om te bepalen wat zij belangrijk vinden.”

In je kandidatuur zeg je heel duidelijk dat je tegen polariserende identiteitspolitiek bent; en in de video spreek je je nadrukkelijk uit voor kansengelijkheid. Wat is het verschil voor jou?

“Identiteitspolitiek is volgens mij ontstaan uit de wens om meer kansen te krijgen in het leven. Wat je nu ziet is dat mensen zich daarvoor op etniciteit of een andere identiteit gaan verenigen en op basis daarvan politiek willen bedrijven of dingen op de agenda zetten – maar wat mij betreft zorgt dat juist voor meer segregatie. Kansengelijkheid kijkt veel meer vanuit een gedeelde opvatting, een gedeelde waarde, naar de wereld. Als je samenwerkt vanuit de wens tot kansengelijkheid kom je – dat is mijn hoop – veel meer tot elkaar. Want je benadrukt niet iedere keer wat er anders is aan jou; maar je zegt: wij zijn in de kern hetzelfde en wij verdienen dezelfde kansen en dezelfde mogelijkheden in het leven.

“En waar kansengelijkheid bedreigd wordt, moeten we keihard ingrijpen. Want er zijn óók een aantal heel concrete dingen waar we niet van mogen wegkijken, zoals verzoeken aan makelaars of arbeidsbureaus om mensen met een bepaalde achtergrond uit te sluiten – daar zijn onderzoeken naar die discriminatie aantonen met harde cijfers. Laten we daar keihard tegen optreden. Hetzelfde geldt voor discriminatie bij stageplekken voor jongeren met een mbo-opleiding.”

Je zegt ook in de video: “We moeten ons niet alleen afzetten tegen het populisme, maar ook goed kijken naar de oorzaken ervan, en wat wij zelf beter kunnen doen. Zodat we altijd blijven werken aan een verenigd Nederland, voor iedereen.” Kun je dat verder belichten?

“Mensen worden heel gauw weggezet als ‘wappies’, of als ‘enge nationalisten’ of  ‘xenofoben’. En die zullen er allemaal ook vast wel tussen lopen, dat betwijfel ik niet. Maar om daarmee bijvoorbeeld alle PVV-stemmers – dat zijn er geloof ik anderhalf miljoen – weg te zetten, dan doe je mensen echt tekort. Het is vaak ook een stem van frustratie: ik word niet gehoord, er wordt niet naar mij geluisterd. Dan denk ik: ‘okee, wat doe ik dan niet goed?’ Kan ik het niet uitleggen, luister ik niet goed naar wat jij te zeggen hebt? Waar kan de politiek – landelijk of op gemeentelijk niveau – dan bijdragen?

“We moeten zorgen voor verbinding en verbreding. En dat kan alleen maar als je met elkaar in gesprek gaat. En ja misschien zal ik dan eens een keertje voor rotte vis worden uitgemaakt. Goed, prima, waarvan akte. Maar een aantal mensen zal ook wél in gesprek willen: “Jongens jullie hebben een mooi beeld in Den Haag, maar het komt niet overeen met mijn werkelijkheid.” Okee, en hoe dan verder? We kunnen het altijd politiek oneens blijven en laten we elkaar dat dan óók zeggen. Maar laten we elkaar niet wegzetten met “je bent een enge xenofoob” – nee. Ik ken ook genoeg mensen van kleur die zich zorgen maken als er meer statushouders in de buurt komen wonen. Ze zeggen: “we hebben al een zwakke wijk, is dit handig?” Dat zijn terechte zorgen. De wereld is gewoon een stuk complexer.”

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.