Leestijd 11 minuten

Verschillende soorten energiebronnen, globaal verspreid, kunnen – met de juiste politieke inzet – uitstekend bijdragen aan een goed gebalanceerde wereld, schrijft J. de Geus. Met de wil en capaciteiten om veel allianties te bouwen en verschillende mogelijkheden te herkennen en gebruiken, kan volgens De Geus het resultaat veel meer dan de som der delen zijn en oplossingen bieden voor meerdere problemen tegelijkertijd.

Dit artikel gaat bewust niet over harde feiten, maar over verschillende factoren die mijns inziens niet over het hoofd gezien zouden moeten worden in de nu oplaaiende discussie over de toekomst van onze energievoorziening. Ze zijn volgens mij namelijk belangrijk voor de beslissingen die nu genomen moeten gaan worden over de koers van onze energievoorziening.

Zou het lukken de koers zo uit te zetten dat we de internationaal risicovolle, politieke, economische en ecologische richting die we nu op lijken te gaan, kunnen ombuigen naar iets beters? Een richting waarbij we tegelijk de kwaliteit van leven van iedereen op aarde op een elegante manier verbeteren?

Niemand weet precies hoe, natuurlijk. Maar ik ben graag optimist. Er is bij ons denken over energie volgens mij een bredere blik nodig dan die waar we nu aan gewend zijn mee te kijken. Een blik die we het beste combineren met ons denken over de hele samenleving. Op allerlei (vak)gebieden blijken de verbeteringen en vernieuwingen die nu geboekt worden, niet per definitie te vinden te zijn in een enkele, unieke oplossing, maar juist in de wil om samen te werken en teams te bouwen die verschillende talenten en mogelijkheden herkennen en gebruiken – waarbij het resultaat meer dan de som der delen is.

Bij elkaar sprokkelen

Op die manier zouden we natuurlijk ook naar de totale globale energieopwekking en distributie kunnen kijken. Hernieuwbare energie kan namelijk nationaal en internationaal uit verschillende vormen van geoogste energie bij elkaar gesprokkeld worden, passend bij lokale, natuurlijk voorkomende bronnen. Zo heeft het ene land bijvoorbeeld een overvloed aan zon, het andere aan wind, of een andere hernieuwbare bron waaruit energie geoogst kan worden. Deze vormen van energie kunnen allemaal lokaal geconsolideerd worden tot een vervoerbare entiteit.

Twee voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld waterstofgas en zogeheten E-Fuels. Dit zijn synthetische brandstoffen, die geproduceerd worden uit H2O, CO2 en elektriciteit. Dit gebeurt in drie stappen: het scheiden van H2O in waterstof en zuurstof door elektrolyse; het scheiden van CO2 in koolstof en zuurstof; en de synthese, waarin de koolstof met waterstof tot een op maat gemaakte synthetische koolwaterstof opgebouwd wordt. E-Fuels kunnen klimaatneutraal geproduceerd worden. Ook bevatten deze op maat gemaakte E-Fuels geen giftige stoffen.

Tegenstanders van hernieuwbare energie voeren aan dat deze vorm van energiewinning te arbeidsintensief is en te veel rendementsverlies oplevert. Maar mijns inziens heeft juist het energievoorzieningsmodel waarin de energiewinning verspreid zal plaatsvinden als potentieel belangrijk voordeel dat dit globaal en gebalanceerd verspreid veel werkgelegenheid oplevert. Het is als het ware een soort moderne industriële revolutie, waardoor mensen met allerlei specialismen en opleidingsniveaus in verschillende landen, op verschillende continenten, zeer zinvol en essentieel werk kunnen vinden.

Demografische veranderingen

Waar de demografische consequenties van de recente industriële revoluties hebben geleid tot stedelijke overbevolkingsproblemen, kan deze nieuwe industriële revolutie een beweging in tegengestelde richting betekenen. Decentraal, meer verspreid over regio’s. Dit zal wellicht ook overbevolkte steden kunnen ontlasten en krimpregio’s opnieuw kunnen doen opleven, en nieuwe gebieden die nu onherbergzaam zijn kunnen doen ontginnen.

Op dit moment is er nog een neiging tot ‘verstedelijking’. Maar dat hoeft natuurlijk niet een blijvende trend te zijn. Ik vraag me af of met de steeds geavanceerder communicatie- en vervoersmogelijkheden er niet sowieso een natuurlijke golf zal ontstaan waarin veel mensen de ‘ruimte’ buiten de steden op zullen willen zoeken.

De kostprijs van de hernieuwbare energiewinningstechnieken is niet statisch; met het dalen van de prijs voor elektriciteitsopwekking per kilowattuur, stijgt de marge die verdiend kan worden, en dus ook de rendabiliteit van eventuele tussen- of eindproducten waarvan elektriciteit een grondstof is (zoals E-Fuels). Er zouden dus voor veel meer mensen veel betere tijden kunnen aanbreken als de ‘oogst’ van een hernieuwbare energievorm – en vooral ook de verwerking ervan – gespreid over veel regio’s en landen ter wereld plaatsvindt.

Door handel is welvaart mijns inziens beter en gelijkwaardiger op te bouwen dan door klassiek ontwikkelingswerk. Zonne-energie omzetten in waterstof en E-Fuels is in de huidige ontwikkelingslanden en andere (arme) landen met een zonnig klimaat natuurlijk technisch al mogelijk, en wellicht zelfs al zakelijk rendabel. Dit heeft volgens mij een enorm economisch potentieel, ook voor landen die nu kleine economieën hebben. Op globaal niveau zou dit als logisch demografisch gevolg kunnen hebben dat er een significante verandering van migratiestromen zal ontwikkelen; vooral van ‘economische’ migranten (die op dit moment op veel weerstand – en zelfs agressie – kunnen rekenen).

Reële welvaart en stabiliteit

Gedurende de afgelopen decennia is mede door een zakelijke, ‘efficiëntere’ manier van organiseren, veel geld verdiend en welvaart gecreëerd. Wellicht zijn we nu op een punt aangekomen dat de grote voordelen van die gang van zaken helaas uiteindelijk nog slechts voor een beperkte groep bereikbaar blijven. Massaontslagen door reorganisaties, schaalvergroting en automatisering (gelabeld als ‘efficiëntieverhoging’) ontwrichten nu samenlevingen en zorgen voor existentiële zorgen bij veel mensen.

Het lijkt er bovendien op dat de financiële winst – wat ook iets anders is dan echte welvaart – slechts naar (de aandeelhouders van) een beperkt aantal megacorporaties vloeit, en niet meer reëel bijdraagt aan de welvaart en stabiliteit van onze samenlevingen en de mensen die daarin leven. Zelfs binnen die corporaties lijkt deze werkwijze vijandig te zijn tegenover de eigen werknemers. Deze handelswijze levert nu dus nog bijna alleen maar verliezers op. De snelheid van verandering van bedrijfscultuur, werk(inhoud), en zelfs vaak ook werkplek, is voor steeds meer mensen realistisch niet meer bij te benen, en leidt tot veel onzekerheid, leed en uiteindelijk zelfs uitval uit het hele werkproces. En dus komen veel mensen tegen hun zin aan de zijlijn te staan. Deze gang van zaken is uiteindelijk voor niemand goed.

Het lijkt mij dus reëel niet meer houdbaar dat enkele gigantische, multinationale (energie)corporaties zoveel macht, geld en invloed hebben dat zij door het – financieel en bedrijfsmatig/belastingtechnisch ingegeven – steeds veranderen en herplaatsen van fabrieken en productieprocessen, nu zelfs de politiek en cultuur van veel landen blijken te kunnen en ook daadwerkelijk lijken te ontwrichten. Begrijpelijk is dus ook dat er breed gedragen ressentiment bestaat over die bedrijfsstrategie, waaronder ook het wegsluizen van financiële middelen en winst door dit soort grote corporaties, zonder op enige structurele en stabiele manier bij te dragen aan de samenlevingen waarin die winsten worden gemaakt.

Emanciperende werking

Het verzamelen van kleine beetjes energie op veel verschillende plaatsen heeft een sterke anti-kartelwerking. Zeker als de grondstoffen die nodig zijn voor het oogsten van energie, op veel verschillende plekken en manieren en door veel verschillende mensen gekocht en verkocht kunnen worden. Dit fenomeen, als het in goede internationale politieke banen wordt geleid, kan bijzonder emanciperend werken. Hiermee kan de afhankelijkheid van leveranciers waarmee men ideologisch of anderszins geen zaken zou willen doen, ook makkelijk omzeild worden. Natuurlijk moeten er investeringen gedaan worden en kostbaar onderhoud worden gepleegd: in het energienet, en bijvoorbeeld in het faciliteren van veel lokale fabrieken voor het synthetiseren van een vervoerbare energiedrager, zoals waterstof of E-Fuels. Er zou uitgerekend moeten worden wat de kosten en baten van deze investeringen en onderhoud zijn, wat het ons in totaal aan voordeel oplevert, en uiteindelijk dus of het ons als samenleving het waard is om deze weg in te slaan.

Een voordeel dat ik tot mijn verbazing ook nergens genoemd zie, zal ook kunnen zijn dat lokale culturen overal ter wereld opnieuw opleven, in de slipstream van de economische activiteit die zich zal ontwikkelen op plaatsen waar de hernieuwbare energie bij elkaar gesprokkeld en verwerkt wordt. Voor lokale bevolkingen overal ter wereld – en dus ook voor cultuurliefhebbers (en vakantiegangers) een heel mooi bijeffect, lijkt mij.

Tot slot: deze moderne industriële revolutie zou ook een weldaad voor het milieu (en uiteindelijk klimaat) kunnen zijn.

Positief benaderen

Hoe zouden we dit kunnen realiseren? Natuurlijk kunnen we niet in één gigantische stap de hele samenleving acuut hervormen – dat is zelfs niet wenselijk. Maar we kunnen natuurlijk wel wat sommigen nu zien als ‘dure’, ‘gesubsidieerde’ hernieuwbare energietechnieken positief benaderen. Vele zijn intussen namelijk al ontwikkeld tot het punt dat ze economisch concurrerend kunnen zijn met fossiele brandstoffen. De Solar Impulse Foundation komt binnenkort met een uitgebreide lijst van zakelijk rendabele manieren om het milieu te sparen. We zouden dus lokale ondernemersactiviteiten in deze richting economisch kunnen gaan stimuleren – of in ieder geval niet hinderen met achterlopende regelgeving en lobbyactiviteiten van oude spelers. En we kunnen ook stoppen de activiteiten die in de tegenovergestelde richting gaan, wat mij betreft de fossiele en kernenergiesector, kunstmatig te ondersteunen met wetgeving en (belasting)voordelen.

Het midden- en kleinbedrijf is, zoals liberale politici wel eens terecht zeggen, het ondergewaardeerde ‘werkpaard’ van de economie. We zouden lokale ondernemers eventueel, of misschien wel bij voorkeur in samenwerking met welwillende multinationals, als samenleving kunnen ondersteunen. In tegenstelling tot onze samenlevingen, zoals nu lijkt te gebeuren, te laten gijzelen door bedrijven die in opspraak komen door internationale belastingdeals, en andere financiële technische foefjes die uiteindelijk slechts ontworpen zijn om de financiële korte termijn winst te maximaliseren en weg te sluizen uit lokale economieën. Helaas zijn dit geregeld ook ondernemingen die, naast roofbouw te plegen op fiscale systemen, ook vaak geen andere weg lijken te kunnen zien dan roofbouw te plegen op het milieu en op de sociale cohesie van diverse samenlevingen waarin ze opereren. Ik vraag me serieus af of dit in hun ‘kernwaarden’ als bedrijf staat en deze gang van zaken dan dus hun opzettelijke bedoeling is. Ik denk het niet. Ik vrees dat die lelijke strategie ingegeven wordt door het zakelijke landschap dat de politiek – en dat zijn wij – uiteindelijk gecreëerd heeft.

Zoals gebruikelijk met culturele en economische activiteit, blijft veel bij de pers en – helaas -ook bij de politiek onder de radar. Naast startups/entrepreneurs zijn natuurlijk ook grote multinationals al bezig om de overstap naar een nieuwe, betere clean-energytechniek voor hun bedrijf rendabel te houden. Deze bedrijven zijn mijns inziens geen vijanden, maar bondgenoten. We kunnen hun ervaring met (wereldwijd) zakendoen en organiseren goed gebruiken. Ook politici beginnen zich inmiddels te interesseren voor deze materie.

Vele kernen

Laten we dus de politieke discussie voeren over zoveel mogelijk, alle met elkaar verbonden aspecten die de energietransitie voor onze en alle andere samenlevingen zouden kunnen betekenen. Vooral dus hoe we die, in tegenstelling tot hoe de transitie veelal geframed wordt, juist zouden kunnen gebruiken om het leven beter te maken voor zoveel mogelijk mensen. Deze transitie kan gefaseerd gebeuren; sterker nog, om de stabiliteit te behouden, is het wenselijk dat het systeem vanuit vele (kleine) kernen uitgebouwd wordt.

Een politiek doel zou dan ook bijvoorbeeld kunnen worden om de wet- en regelgeving voor hernieuwbare energieproductie en -verwerking aan te passen aan de moderne behoeften en nieuwe technische mogelijkheden. Creativiteit en ondernemerschap zouden hierin door wetgeving ondersteund moeten worden.

Ter discussie

Wat mijns inziens politiek nodig zal zijn – en waarover gediscussieerd zal moeten worden:

  1. Een permanent systeem ontwikkelen voor particulieren om hun surplus (tijdens piekproductie) van opgewekte hernieuwbare energie terug te kunnen blijven leveren aan het net of, in de toekomst bijvoorbeeld aan een lokale ‘energieverwerker’ om tot waterstof, E-Fuel of andere energie te verwerken. Mensen zouden daar bijvoorbeeld dan óf geld bij levering van de elektriciteit óf korting op later terug te kopen waterstof of E-Fuels voor kunnen krijgen. Zo worden burgers naast afnemers ook potentiële leveranciers van energiegrondstoffen.
  2. Het faciliteren van grote en kleine ondernemers of coöperaties die op kleine (of grote) schaal hernieuwbare energie willen omzetten in vervoerbare entiteiten zoals waterstof of E-Fuels, gemaakt in veel minifabriekjes op diverse locaties, zowel nationaal als internationaal.
  3. Het transportnetwerk voor elektriciteit en waterstofgas internationaal coördineren, financieren en mogelijk maken. Aan veiligheidseisen moet natuurlijk voldaan worden. Wellicht kan in Nederland het oude aardgasnetwerk hier (gedeeltelijk, in het geval van waterstof) voor gebruikt worden. E-Fuels kunnen vervoerd worden met bestaande transportmechanismen voor fossiele brandstoffen.
  4. Vooral in de steden, prioriteit geven aan infrastructuur voor het opladen van elektrische auto’s, wellicht op iedere parkeerplaats en langs snelwegen, waar ze gecombineerd worden met horeca en/of andere plekken waar mensen eventueel kunnen winkelen, werken of anderszins zich kunnen vermaken.
  5. Om bedrijven een echt geïntegreerd en constructief onderdeel van samenlevingen te maken (waar ze sowieso al een natuurlijk onderdeel van zijn op het moment dat zij er economische activiteit bedrijven) is wereldwijd een modern belastingstelsel nodig – dus geen unfaire ‘tax havens’ die sprinkhanengedrag’ van multinationals uitlokken meer.
  6. Een duidelijk zichtbare ‘marktplaats’ maken, waar door de overheid goedgekeurde technologieën in de etalage komen te staan, en waar ze voor iedereen te koop, te huur, te ‘crowdfunden’ zijn of waar iedereen aandelen in kan nemen, naar voorbeeld van het Solar Impulse-initiatief. Zo hoeven kleine en grote entrepreneurs niet binnen een inefficiënt, versnipperd en onbekend risicovol terrein op zoek naar vage zakelijke mogelijkheden om deze technologieën in de samenleving te implementeren.
  7. Mensen de keus geven om een gedeelte van hun inkomstenbelasting te ‘oormerken’ om naar eigen wens te besteden, zoals ‘onderwijs’ of ‘veiligheid’ dat voor sommigen kan zijn, en daar dan ook een optie ‘verduurzaming van de samenleving’ bij zetten.

Ik hoop dat we de uitdaging van de energiemodernisering met creativiteit en optimisme tegemoet kunnen treden. En ik hoop dat we, terwijl we constructieve vruchtbare discussies erover voeren, kleine (en grote) stappen kunnen zetten die tot een (nog) betere kwaliteit van leven voor iedereen zullen leiden.

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.