Het lijkt helaas wel routine geworden. Journalisten doen onthullingen met betrekking tot het salafisme waarop de politiek in Nederland geschokt reageert en oproept tot actie. Vandaag was het weer zo ver. NRC Handelsblad en Nieuwsuur onthulden dat door het hele land, op tientallen salafistische moskeescholen, kinderen leren dat mensen met een ander geloof of levensovertuiging de doodstraf verdienen, dat zijzelf zich van de Nederlandse samenleving en de beginselen van gelijkheid en vrijheid af moeten keren, en dat  moslimjongeren moéten vertrekken uit dit ‘ongelovige land’ om zich te vestigen in een islamitisch land.

De politiek reageerde uiteraard, opnieuw, geschokt. De VVD en ChristenUnie willen de wet aanpassen om ervoor te zorgen dat de onderwijsinspectie ook in kan grijpen op dergelijke scholen. Dat kan nu nog alleen op reguliere scholen. Iets wat overigens ook wel haar beperkingen kent, zo laat de casus van het Cornelius Haga Lyceum ons zien. 

Maar laten we even eerlijk zijn: hoe kun je hier vandaag de dag als politicus, als wetenschapper of als beleidsmaker nog geschokt om zijn? De NRC en Nieuwsuur doen nuttig en belangrijk werk, iets wat met name veel wetenschappers helaas nalaten. Ze tonen aan hoezeer het salafisme  – dat de AIVD definieert als ‘een ultra-orthodoxe stroming in de islam die staat voor een terugkeer naar de ‘zuivere islam’, zoals die ten tijde van de profeet Mohammed en door de vier rechtgeleide kaliefen in de eerste eeuwen na Mohammed is beleden’ –  een fundamenteel probleem vormt in onze samenleving. Er is sprake van een patroon aan waarschuwingen die laten zien hoe zeer salafistische uitgangspunten onze samenleving ondermijnen. 

Een bloemlezing. In 2016 publiceerde arabist en journalist Maarten Zeegers zijn boek Ik was een van hen, waarvoor hij undercover ging onder salafisten in de Haagse wijk Transvaal. Hij trof er allerlei misstanden aan, waaronder het prediken van haat, het zegenen van de jihad en het verheerlijken van het paradijs. Zeegers werd echter fel bekritiseerd door wetenschappers en mede-journalisten; zijn undercovermethoden werden onethisch genoemd. 

Hetzelfde overkwam Mohammed Soroush, die voor zijn proefschrift aan de Universiteit Tilburg diverse moskeeën bezocht, waaronder salafistische. Uit dit proefschrift kwam een kritisch beeld van het salafisme in Nederland naar voren, met name wat betreft de anti-integratieve houding en de afkeer van andersdenkende moslims van deze groep. Ook Soroush werd bekritiseerd om zijn undercover onderzoeksmethoden. Uiteindelijk bleek echter dat er wel degelijk een aantal problemen waren met het proefschift, Soroush had onder meer een aantal moskeeën als salafistisch omschreven die dit helemaal niet waren en waarvoor hij door een commissie terecht op de vingers werd getikt, maar zijn kritiek op het denken en handelen binnen moskeeën die wél salafistisch waren staat nog steeds overeind.

De conclusies van Soroush worden namelijk onder meer bevestigd door het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) 49 van de AIVD en de NCTV. In het dreigingsbeeld wordt onder meer gesteld dat de centrale beginselen van het salafisme kunnen leiden tot radicalisering en extremisme en ook tot isolement en vervreemding van salafisten van de rest van de samenleving. Hierbij refereert men niet alleen aan jihadistische salafisten, maar ook aan politieke salafisten, die volgens het dreigingsbeeld steeds actiever een antidemocratische interpretatie van salafistische leerstellingen uitdragen, waarbij zij als doel het versterken van de islamitische identiteit van moslimjongeren hebben. Bovendien zijn de AIVD en NCTV kritisch op pogingen van salafisten om samen te werken met lokale overheden. Volgens de diensten doen salafisten geregeld of zij vreedzaam en tolerant zijn, maar strookt deze houding geenszins met de denkbeelden die zij intern uit zouden dragen. 

Een dergelijke houding bleek ook al uit eerdere rapportages van de NRC en Nieuwsuur over onder meer de Haagse As-Soennah moskee, die naar buiten toe tolerantie leek te prediken, maar waar binnenskamers heel andere dingen gezegd werden. Zo werd onder meer meisjesbesnijdenis gepromoot, werd er haat gezaaid tegen sjiieten en afvalligen en de doodstraf voor overspel gerechtvaardigd. 

En laten we uiteraard de ophef rondom het salafistische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam niet vergeten, waarbij de NCTV en AIVD stelden dat bepaalde richtinggevende personen binnen de school de helft van het curriculum aan de salafistische geloofsleer willen wijden en van plan zijn om ook buiten de reguliere lestijden scholieren onder hun invloedssfeer te brengen. Voorts zouden sleutelfiguren binnen de school onderling vaststellen dat zij in strijd handelen met de antiradicaliseringsstrategie, ontwikkeld door de overheid. Daarnaast zou onder meer de onderwijsinspectie over dit soort zaken voorgelogen worden. Ook hierop kwam weer kritiek, van onder meer juristen, maar experts uit de inlichtingenwereld verdedigden juist de veilgheidsdiensten die volgens hen tijdig waarschuwden voor bepaalde risico’s.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Voorbeelden te over die laten zien dat het salafisme niet alleen groeit qua omvang, maar ook qua intolerantie jegens andersdenkenden en de Nederlandse samenleving. Het verwordt steeds meer tot een ideologie die, weliswaar nog steeds wel op beperkte schaal, de democratie en de rechtsstaat ondermijnt, en een voorportaal vormt voor de gewelddadige jihad. En we zien hoe journalisten misstanden aan de kaak stellen, hoe politici vervolgens geschokt reageren, en wetenschappers claimen dat het heus wel meevalt en dat die journalisten onethisch handelen. De eindstand is dat er echter nauwelijks iets gedaan wordt wat betreft het aanpakken van het salafisme. 

Maar wat kunnen we eigenlijk doen? Dat is de vraag die centraal zou moeten staan. Want dat er iets gedaan moet worden, dat lijkt buiten kijf te staan. We kunnen er natuurlijk voor kiezen om helemaal niks te doen, en het salafisme te zien als iets wat nou niet bepaald problematisch is voor onze samenleving – iets waar wetenschappers van de Universiteit Leiden en het Verweij-Jonker Instituut voor kozen toen ze stelden dat salafisten veel te snel worden weggezet als potentieel gevaarlijke en gewelddadige extremisten, terwijl ze eerder gezien zouden moeten worden als typische Hollandse poldermoslims, die veelal de islamitische leefregels niet al te streng opvatten. In dat geval zijn we op zijn minst onze koppen in het zand aan het steken, en in het ergste geval laten we ons gebruiken als useful idiots.

Een tweede optie is het huidige beleid, waarbij we maar wat aanmodderen. Steeds weer maken we kortetermijnbeleid gericht op onthullingen in de media. Maar fundamenteel verandert er weinig. Want wat is er bijvoorbeeld gebeurd naar aanleiding van de onthullingen over de financiering van moskeeën uit onvrije landen, eveneens door NRC en Nieuwsuur, van vorig jaar? We wachten nog steeds op wetgeving waarmee dit probleem aangepakt kan worden. Het Haga Lyceum is qua leerlingen ondertussen verdubbeld. Het salafisme in Nederland groeit nog steeds, en geniet grote interesse van de moslimjeugd in grote steden. De vraag is waar dit alles over een generatie toe zal leiden. 

Is een verbod op salafistische organisaties dan de oplossing, iets waar de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch nog toe opriep? Enerzijds is dit natuurlijk erg aantrekkelijk, omdat je zo het probleem bij de wortel aanpakt. Het is ook juridisch goed hard te maken. De Belgische filosoof Dirk Verhofstadt bijvoorbeeld betoogde dat een weerbare democratische samenleving het eigenlijk aan zichzelf verplicht is om ernstig na te denken over het verbieden van organisaties die de democratie wensen omver te werpen. Toch zitten hier ook haken en ogen aan. Want het risico bestaat dat salafisten nog verder zullen radicaliseren wanneer hun organisaties verboden worden. En uiteindelijk kun je het aanhangen van bepaalde ideeën moeilijk verbieden. De kans bestaat zeker dat het salafisme dan ondergronds zal gaan, waarbij het vervolgens nog moeilijker wordt om hier inzicht in te krijgen. 

Er is, kortom, geen kant-en-klare oplossing voor de uitdaging die het salafisme vormt voor onze open samenleving. Een ding lijkt echter wel duidelijk: de tijd dat we nog konden stellen dat het salafisme onschuldig is, is voorbij. Sommige van de boekjes waar NRC en Nieuwsuur vandaag over rapporteerden, zijn gewoon te koop in Nederlandse islamitische boekhandels. Wellicht een aanrader voor sommige wetenschappers en beleidsmakers die dit probleem nog steeds ontkennen, om ze eens te gaan lezen. Hopelijk dringt de urgentie van het probleem dan ook eindelijk tot hen door. 

En de politiek zou eindelijk eens met een grondige langetermijnstrategie moeten komen voor de aanpak van het salafisme. Want al wordt het lastig om dit te verbieden, we kunnen het wel bestrijden, net als elke intolerante ideologie. Salafisme is een vorm van religieus extreem-rechts. Net als niet-religieus extreem-rechts bedreigt het onze maatschappij, en dienen we het te bestrijden.

Gebruik bijvoorbeeld alle bestuurlijke en juridische middelen die er zijn om salafistische organisaties in hun functioneren te belemmeren. Grijp waar nodig is hard in, al dan niet door instellingen te sluiten, zoals nu bijvoorbeeld in het informele moskee-onderwijs. Werk met tegenstanders van salafisme in islamitische hoek, die er ook wel degelijk volop zijn, aan weerbaarheid onder moslimjongeren. Geef gemeenten de instrumenten die ze nodig hebben om financiering uit onvrije landen aan te pakken. En zoek uit hoe  de verspreiding van salafistisch gedachtegoed online ingeperkt kan worden, iets wat vandaag de dag ook al met extreemrechts gedachtegoed gebeurt.  

Het bestrijden van het salafisme is echter wel een project van de lange adem. De inzet van nu zullen we tientallen jaren vol moeten houden. Het salafisme heeft zich niet in één nacht in het hart van onze samenleving genesteld, en het zal ook niet in één dag verdwijnen. 

Tijd om het probleem te onderkennen, en ons in te stellen op een lange strijd om ervoor te zorgen dat deze ideologie op een dag tot het verleden van ons land zal behoren. 

Foto: Cor Gaasbeek

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.