Racisme, wat is dat? Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Wie maken zich hieraan schuldig en vooral, waar komt het vandaan?

Hoewel ik er amper over praat – er zijn andere dingen veel belangrijker, zoals mijn gezondheid en de broodwinning – is het ook mij overkomen: racistisch benaderd worden. Ben ik nou een slachtoffer? Nee. Tenminste, zo beschouw ik mezelf niet echt. Ik voel me eerder geprikkeld, uitgedaagd. Zo van, kom maar op! Ik lust je rauw!

Mensvijandig monster

Persoonlijk zie ik racisme als een mensvijandig, soms ongrijpbaar monster, waarvoor, maar vooral waarván niemand is gevrijwaard. Tegenwoordig kan iedereen ermee te maken krijgen.

Laten we het met elkaar eens zijn dat het onweerlegbaar is dat racisme een gruwelijk fenomeen is, dat kan uitmonden in misdaden tegen de mensheid.

De definitie zoals die door de VN is opgesteld is duidelijk:
elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming die ten doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, of op andere terreinen van het openbare leven, teniet te doen of aan te tasten, dan wel de tenietdoening of aantasting daarvan ten gevolge heeft.’

Er bestaat echter ook een zich ‘vriendelijk’ voordoende vorm van racisme: het zogenaamde ‘betuttelracisme’. Deze vorm gaat uit van het onvermogen dat mensen van kleur zouden hebben zichzelf te verheffen. Dus zonder de ‘hulp’ waar vooral dankbaarheid en nederigheid voor getoond dient te worden.

Betuttelracist – hier een ‘hij’, maar het kan ook een ‘zij’ zijn – profileert zich als een uitermate aimabel persoon die het allemaal goed bedoelt. Zijn goedheid is oprecht. Hij is bovenal een gevoelsmens: de betuttelracist ‘voelt’ naar eigen zeggen feilloos aan wat de ander nodig heeft. Hij heeft naar eigen zeggen maar liefst een jaar of twee in Afrika of Azië gewoond en weet dus álles over niet-westerse culturen. Ja, hij deugt, en bij hem is de gekleurde Nederlander veilig.

Andere culturen associeert hij met louter mooie zaken: leuke winkeltjes, kleurige kledij, exotische gerechten, vrolijke of juist melancholieke muziek. Andere culturele uitingen ziet of wil hij niet zien.

De discussie met de andersdenkende die een poging waagt ook aandacht voor schaduwzijden te hebben, gaat hij uit de weg door zijn opponent als ‘racist’, ‘fascist’ of ‘xenofoob’ af te schilderen.

Hijzélf staat namelijk aan de goede kant van de lijn.

Als de criticus van een andere etniciteit blijkt te zijn, belandt betuttelracist in spagaatstand. De lichte paniek die hiermee gepaard gaat, is echter van korte duur. Hij verdedigt zich door te stellen dat we hier met een ‘door extreemrechts gedachtengoed vergiftigde’ en ‘ondankbare’ nestbevuiler te maken hebben.

Hij heeft doorgaans een prima baan met dito salaris, zodat hij zich een Ghanese oppas en een Marokkaanse schoonmaakster kan veroorloven. Trots vertelt hij dat hij altijd zo fijn met ze kan praten. Zélf heeft hij echter geen gekleurde vrienden. Het is er ‘gewoon nooit van gekomen’. Op de foto’s op zijn Facebook-pagina staan louter autochtone Nederlanders, behalve als het met werk of met een festival te maken heeft.

De verworvenheden waarvoor zijn ouders of hij zélf rellend de straat zijn opgegaan, gelden niet voor mensen uit andere culturen, zo vindt hij diep van binnen – maar dat zal hij nooit openlijk uitspreken. Met meewarige blik en lijzig stemgeluid geeft hij aan dat deze zogenaamde ruwe diamanten nog ‘veel moeten leren’, en ‘tijd nodig hebben’.

Daarom zal de betuttelracist hen eerder als Nobele Wilden dan als gelijkwaardig beschouwen. De hardnekkige mythe hieromtrent is vaak genoeg weerlegd, maar daar wil hij niet aan. Zijn heilige taak is ‘zijn’ Nobele Wilde te rehabiliteren en resocialiseren. Daar krijgt betuttelracist een goed gevoel van.

Of de pogingen vruchten afwerpen, valt te betwijfelen … Zo biedt hij een ‘treitervlogger’ alle ruimte, terwijl diens slachtoffer, een hardwerkend integer persoon, een gemeenteraadslid nota bene, in de kou staat, of zelfs niet eens wordt opgemerkt.

Betuttelracist is heimelijk gedreven het Grote Geheim van de puurheid van zijn ‘pupil’ te doorgronden. Vol bewondering kijkt hij op naar diens ‘primaire emoties’ en ‘instincten’, die hij paradoxaal genoeg graag wil aansturen.

Kortom: betuttelracist is iemand die weliswaar aardig doét, maar het niet ís. Ik kan daar helemaal niets mee. Daarom vermijd ik zo veel mogelijk zijn gezelschap, en hij dat van mij: hij wéét dat ik hem door heb en hem aankan.