Leestijd 8 minuten

Donderdag 15 juli vond de Vrij Links Zomersalon plaats. Dit was onze tweede e-salon waar Vrij Links-sympathisanten online samen konden komen om een onderwerp te bespreken dat onze kernwaarden aangaat. Een gastspreker introduceert het onderwerp middels een presentatie en vervolgens wordt deze in kleinere groepen besproken door de deelnemers. Aan het einde delen alle deelnemers de inzichten in een gemeenschappelijke discussie.

Centraal stond dit keer de invloed van sociale-mediaplatforms op het vrije debat. Edwin Wenink, filosoof en student kunstmatige intelligentie, verzorgde de inleiding.

Edwin nam ons mee naar het begin van het internet in de jaren 90, een romantische tijd waarin het internet vooral bestond uit losstaande kleurrijke blogjes en websites met lage pixelgehaltes. De belofte van individuele vrijheid die dit met zich meebracht, heeft helaas niet lang standgehouden en het grote geld heeft snel zijn intrede gedaan. Informatie-uitwisseling op het internet van vandaag wordt namelijk door een aantal grote Amerikaanse bedrijven gekanaliseerd en gecentraliseerd. Deze bedrijven maken winst rond elke uiting die wordt gedaan op het internet en sturen daarom actief aan op een hoog verloop.

Edwin legde ons een casus voor die inging op het ingrijpen van dergelijke platforms in onze informatie-uitwisseling en dus in onze meningsuiting. Het ging over een post op LinkedIn van hoogleraar Ira Helsloot waarin hij een wetenschappelijk artikel deelde over het corona-virus. In dit artikel werd het coronavirus geanalyseerd als een hype. De pandemie werd noch ontkend noch gebagatelliseerd. Het was een stuk van de hand van René ten Bos, zelf ook hoogleraar en filosoof, die juist vanwege zijn dwarsdenken enkele jaren terug tot Denker des Vaderland benoemd is. Deze post werd zonder opgaaf van reden verwijderd en vervolgens weer teruggeplaatst. Het is onduidelijk op grond waarvan deze post verwijderd werd en door wie: was het een algoritme, een individu of een commissie?

Geen publicatieplicht
Deze casus staat symbool voor de huidige stand van zaken op het internet. Alle informatie die wij met elkaar delen wordt gekanaliseerd door een aantal grote Amerikaanse bedrijven, en alles gebeurt onder hún voorwaarden waar wij geen inspraak in hebben.

Tijdens de discussies kwam een ruim scala aan perspectieven en meningen voorbij. Waar iedereen het over eens was, is dat zomaar “censuur” roepen niet de meest constructieve houding is. Platformen mogen in principe zelf bepalen welke informatie erop gedeeld wordt, en het feit dát ze hier keuzes in maken is dus niks nieuws, ook al hebben deze platformen tegenwoordig meer en meer een publieke functie. Kranten hoeven immers ook niet elke ingezonden brief te publiceren, en dat is maar goed ook.

De vraag is dan natuurlijk wel op basis wáárván iets wel of niet toegelaten wordt. Zoals gezegd was dit bij LinkedIn onduidelijk en het bedrijf licht dat doorgaans ook niet verder toe. Maar het laat zich raden: de combinatie van de woorden “corona” en “hype” belooft over het algemeen niet veel goeds, en binnen de kortste keren kan je kanaal een verzamelplek worden van desinformatie, bedreigingen en opruiing.

In lijn hiermee werd in de discussie geopperd of LinkedIn wel het juiste platform is om wetenschappelijke artikelen over het corona-virus te bespreken. Het is immers een professionele netwerkwebsite en geen wetenschappelijk collectief.

Constante informatiestroom
Maar LinkedIn lijkt er überhaupt geen actief publicatiebeleid op na te houden om ervoor te zorgen dat ze voornamelijk een professionele netwerkwebsite blijven. Er zijn genoeg andere uitingen die daar niks mee te maken hebben die wel gewoon worden toegelaten. Wie LinkedIn actief gebruikt, is het waarschijnlijk al eerder opgevallen dat ook de nieuwsfeeds van dit platform soms lijken te zijn overgenomen door de ‘niksigheid’ van filmpjes over schattige kinderen, schattige bejaarden of andere snel te consumeren emotie. Ook staat de site vol met posts die in essentie niks meer zijn dan reclame-uitingen van bedrijven, ngo’s, zzp’ers of overheidsinstellingen. Waarom mag een peer-reviewed artikel over het coronavirus uit een gerespecteerd academisch tijdschrift dan plotseling niet meer?

Is het dan onze eigen verslaving aan informatie die LinkedIn ertoe dwingt om ons te voorzien van een constante informatiestroom? En vinden wij het platform nog wel interessant als LinkedIn een werkelijk stringent redactiebeleid gaat voeren met als consequentie een beperkte hoeveelheid nieuws om verdoofd doorheen te scrollen? Een observatie bij voedselproducenten is immers ook dat zodra ze proberen het goede te doen en minder zout of suiker in hun eten doen, de consument meteen naar de concurrent stapt.

Daarbij werd tijdens de e-salon ook opgemerkt dat onze hang naar gratis informatie deze ongezonde situatie verergert. Dit zorgt er immers voor dat uitgevers, kranten of tijdschriften minder inkomsten hebben en journalisten, schrijvers of andersoortige contentproducenten het met minder geld en minder goede contracten moeten doen (onze excuses dat wij als vrijwilliger dit stukje hebben getikt en zo kostbare posities op de newsfeed-lopende band van jullie afnemen).

Anonimiteit internet afschaffen
Hoewel de informatie misschien wel vrijelijker stroomt dan ooit, komt de nadruk tegelijkertijd meer en meer te liggen op moderatie. Beelden van geweld, racisme, desinformatie: het verspreiden ervan is makkelijker dan ooit. Een deelnemer stuurde een aantal dagen na de e-salon een interessant perspectief over deze kwestie. Zou anonimiteit op het internet moeten worden afgeschaft? Op straat moet je je immers kunnen legitimeren. De mensen die écht intrinsiek gemotiveerd zijn om op straat iemand te bedreigen moeten daarom toch over een grotere drempel heen durven stappen. Dit zou dan niet meteen hoeven te betekenen dat iedereen met naam en toenaam op het internet staat, maar dat accounts van mensen die dingen posten (en dus publiceren) makkelijk te koppelen zijn aan bijvoorbeeld DigiD’s in het geval dat er een illegale uiting verschijnt.

Een systeem als dit zou bijzonder goed moeten worden doordacht op ethisch gebied en er zullen voldoende controlemechanismes moeten zijn zodat niet iedere overmoedige overheidsambtenaar lijstjes kan gaan maken van kritische burgers. Helaas heeft de Nederlandse overheid de afgelopen jaren meerdere keren aangetoond niet met deze verantwoordelijkheid om te kunnen gaan en op het gebied van digitale infrastructuur hopeloos achter te lopen. Voordat deze optie realistisch bekeken kan worden zal er dus een grote inhaalslag moeten worden gemaakt en zal privacy weer als grondrecht op waarde moeten worden ingeschat. Op dit vlak is er weinig vertrouwen in de techbedrijven, maar zo mogelijk nog minder in de overheid.

Belangen Big Tech
De grote techbedrijven voelen wel degelijk de maatschappelijke druk om iets te doen aan de verspreiding van bijvoorbeeld desinformatie. In zekere zin gaat dit tegen hun verdienmodel in. Maar laten ze het afweten hierin hun verantwoordelijkheid te nemen, dan kunnen ze weleens een sociale-mediacampagne tegen zichzelf gekeerd krijgen waardoor mensen ook afhaken.

De oplossing die LinkedIn nu hanteert leidt echter tot het verbannen van kritisch tegengeluid over bijvoorbeeld het overheidsbeleid omtrent corona. Dit heeft weer tot effect dat iedereen met een afwijkende mening in het ‘wappiekamp’ gestopt wordt en gedwongen is op alternatieve platforms zijn heil te zoeken, om daar al gauw in een afvoerput van radicalisme en extremisme terecht te komen.

Hebben techbedrijven wel de expertise in huis om over dergelijke zaken te oordelen? Hierbij gaat het niet alleen om het beoordelen van de wetenschappelijke status van een post. Zoals de meeste techbedrijven is LinkedIn Amerikaans. Normen en waarden, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, en wat wel of niet kan verschilt nogal per land. Het lijkt niet verstandig om de informatievoorziening voor het publieke debat in Nederland aan banden te laten leggen door Amerikaanse bedrijven die zelf keer op keer aangeven dat ze niet goed weten hoe hier mee om te gaan. En hoe kan dat ook? Ze werken met massale informatiestromen die onmogelijk goed en met enige nuance te modereren zijn.

Deze massaliteit is de enige schaal waarbij de techbedrijven financieel gedijen. Elke uiting op sociale media en de eventuele ophef, die in de vorm van reacties, tegengeluiden en berichten op andere websites komt, wordt grondig gecommodificeerd. Elke reactie is een datapuntje dat door adverteerders, publicisten of overheden gekocht kan worden om ons verder in ons gedrag te doorgronden en beïnvloeden. Data is inmiddels een grondstof geworden om op te speculeren, Saudi-Arabië is er bijvoorbeeld al druk mee in de weer.

Mogelijke oplossingen
We zijn dus nog in een ongemakkelijke worsteling verwikkeld over hoe ons te gedragen op het internet, en wie nou de verantwoordelijk draagt voor de spelregels. Een aantal zaken ligt voor de hand, namelijk dat de Big Tech-bedrijven moeten worden opgebroken en moeten worden gedemocratiseerd (onthoud hier dat LinkedIn van Microsoft is). Een aantal deelnemers deed een verdere suggestie. Als we niet op de eigen verantwoordelijkheid van deze bedrijven kunnen vertrouwen of op die van de overheid, kunnen we de bedrijven raken waar het ze uiteindelijk om te doen is: hun portemonnee. Maak bijvoorbeeld massale datavergaring illegaal. Dat is immers het businessmodel van al deze bedrijven en datgene waarmee onze privacy in het geding komt. Daarmee verdwijnt de prikkel om platforms zo in te richten dat we meer en meer data voor ze generen: posten, delen, liken, ophef op ophef.

We kunnen alles online kapot politiseren, elk woord dat geuit wordt drie keer omdraaien en in megalomane discussies elkaar voor van alles uitmaken. Ook de publicisten, journalisten en schrijvers voor wie het financiële noodzaak is zich constant te roeren in deze hypersensitieve schreeuwpartijen staat het vrij dit te doen. En op dezelfde platforms waar zij dit doen kunnen we ons hierover beklagen, wijzen op het gebrek of het teveel aan censuur, en wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van elke gebruiker. Echter moeten we ons realiseren dat élke online uiting, van nu.nl-gebruikers die reageren op een roddelartikel, tot wetenschappers die artikelen van medehoogleraren delen, tot óók dit artikel dat afhankelijk is van sociale media om de lezer te bereiken, uiteindelijk gratis arbeid is voor Big Tech. Tenslotte zijn het allemaal stroompjes die leiden naar de grote data-rivieren van deze bedrijven.

Meedoen aan komende e-Salons?
Schrijf je in op de Vrij Links nieuwsbrief en wees als eerste op de hoogte van nieuwe (online) bijeenkomsten.

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.