Leestijd 5 minuten

Dit jaar is uitgeroepen tot het Multatuli jaar, omdat het 200 jaar geleden is dat deze schrijver als Eduard Douwes Dekker geboren werd, op 2 maart 1820 in Amsterdam. In zijn boek Max Havelaar uit 1860 schreef Multatuli over zijn ervaringen als bestuursambtenaar in het voormalige Nederlands-Indië, waar hij streed tegen de uitbuiting van de bevolking door de inlandse vorsten. Dat was een botsing tussen twee culturen, die ons ook vandaag nog aan het denken kan zetten. 

Vooral vanwege de Max Havelaar wordt Multatuli wordt vaak gezien als de grootste schrijver die Nederland ooit heeft voortgebracht. Het is lastig te bepalen wat voor genre dit boek nu eigenlijk is. Meestal wordt het een roman genoemd, maar het is ook een verhandeling over het functioneren van het Nederlandse bestuur in het toenmalige Nederlands-Indië, en een egodocument. Het is een gecompliceerde raamvertelling, waarin Multatuli een medewerker van ene Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie, zijn eigen herinneringen laat redigeren, maar aan het eind de lezer zelf toespreekt: ‘Ja ik, Multatuli ‘die veel gedragen heb’ neem de pen op.’

Het was Douwes Dekker niet te doen om literaire roem. Hij vroeg aandacht voor de wijze waarop gewone mensen in ‘ons’ Indië werden uitgebuit door de inlandse vorsten, en het gebrek aan aandacht daarvoor bij het Nederlandse bestuur. Dit ondanks de aparte eed die de bestuursambtenaren moesten afleggen dat zij de bevolking zouden beschermen tegen haar eigen onderworpenheid en de hebzucht van de inlandse hoofden. 

Die hebzucht komt schrijnend tot uitdrukking in het verhaal van de twee buurkinderen Saïdja en Adinda in hoofdstuk 15 van het boek, waarmee Douwes Dekker hoopte evenveel aandacht te vestigen op het lot van de inlandse bevolking als Harriet Beecher-Stowe met Uncle Tom’s Cabin had gegenereerd voor het lot van de zwarte slaven in Amerika. 

Als assistent-resident van het Javaanse Lebak had Douwes Dekker geprobeerd een eind te maken aan de knevelarij van de bevolking door de inlandse regent in zijn district, maar hij was daarbij opgelopen tegen de onwil van zijn superieur en na korte tijd ontslagen. De manier waarop Douwes Dekker optrad leidde maar tot onrust, en dat was niet in het Nederlandse belang.

Nu ging het in Lebak niet om een incident, maar om een hele cultuur:

‘Volgens het algemeen begrip in bijna geheel Azië, behoort de onderdaan met al wat hij bezit, aan den vorst. Dit is ook op Java het geval, en de afstammelingen of verwanten der vroegere vorsten maken gaarne gebruik van de onkunde der bevolking, die niet recht begrijpt, dat haar Tommongong of Adhipatti of Pangerang thans een bezoldigd ambtenaar is […]. Niets is dus gewoner dan dat honderden gezinnen van verren afstand worden opgeroepen om zonder betaling velden te bewerken, die den Regent toebehoren. […] En wanneer die Regent een gevallig oog mocht slaan op het paard, den buffel, de dochter, de vrouw van den gewone man, zou men ’t ongehoord vinden, als deze den onvoorwaardelijken afstand van het begeerd voorwerp weigerde.’

Het is niet zo gemakkelijk om tegen een dergelijke cultuur in te gaan. Er waren slachtoffers van de knevelarij die zich bij Douwes Dekker kwamen beklagen, maar die bij confrontatie met de Regent hun beschuldigingen snel introkken.

Terecht is Douwes Dekker de geschiedenis ingegaan als strijder tegen onrecht. Hij verzette zich tegen ook de Hollandse kleinburgerlijkheid in de persoon van Batavus Droogstoppel, en was een van de eerste vrijdenkers in Nederland. Ook al was hij geen socialist, hij werd wel een icoon van links Nederland.

Toch kun je ook kritiek op hem hebben. Hij hekelde het koloniale bewind omdat het de misdragingen van de inlandse vorsten door de vingers zag, maar heeft eigenlijk geen kritiek op het kolonialisme als zodanig. 

Het was natuurlijk ook mooi dat bestuursambtenaren een eed moesten afleggen dat ze de bevolking zouden beschermen tegen de knevelarij door de inlandse vorsten, maar dat steekt toch wel schril af tegen de slavernij die in die tijd nog steeds bestond in Suriname en op de Antillen, en de uitbuiting van de arbeiders in de Nederlandse fabrieken. Je kunt daar ook een vorm van racisme in zien: de inlandse vorsten werd niet gegund wat de Nederlandse slavenhouders en fabriekseigenaren wel mochten.

Voor consequente cultuurrelativisten moet de verering voor Multatuli ook iets ongemakkelijks hebben. Douwes Dekker ging in tegen de hiërarchische cultuur onder de Javanen in Nederlands-Indië, vanuit zijn eigen waardenpatroon dat uitbuiting afwees, daarbij – op papier – ook gesteund door de Nederlandse regering. Je kunt dus stellen dat hij zijn eigen cultuur superieur achtte aan die van de Javanen. Wat vinden we daar eigenlijk van?

De vergelijking dringt zich op met de houding van mensen die vandaag de dag pal staan voor de individuele vrijheid tegenover imams die verkondigen dat de vrouw toebehoort aan de man, zoals in de Aziatische cultuur de onderdaan toebehoorde aan de vorst. 

Er is echter een sterke stroming binnen links – laat ik het verdwaald links noemen – die dat veroordeelt, omdat men zo ‘de eigen cultuur’ meer waarde zou toekennen dan ‘die van veel moslims’. En wanneer je niet alle culturen even waardevol vindt, ben je aan het discrimineren. Je bent dan eigenlijk een racist – sommigen zeggen dat openlijk.

Maar wat betekent dat dan voor ons oordeel over Multatuli? Ook die handelde vanuit zijn eigen waardepatroon tegen iets dat diep verankerd was in een andere cultuur. Moeten we dan Multatuli niet ook discriminatie en racisme verwijten?

Of zie ik het allemaal verkeerd? Is het verschil dat Multatuli onderdrukking van de gewone mensen door de elite beschreef, en past dat binnen een klassiek links kader? Terwijl kritiek op onderdrukkende dictaten binnen de islam door verdwaald links wordt gezien als kritiek op een onderdrukte cultuur die juist vooral de ruimte moet worden gegeven? 

Maar hoe kan je een cultuur waarin lager geplaatsten onderdrukt worden bestrijden, terwijl je een cultuur waarin vrouwen worden onderdrukt, accepteert? Dat is geen houdbaar onderscheid. Wanneer we in Multatuli een strijder tegen onderdrukking van de Javaanse bevolking eren, moeten we ook strijden tegen onderdrukking in andere contexten. Dat heeft niets met racisme te maken.

Beeld: Multatuli, foto door César Mitkiewicz, 1864

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.