De SP wil arbeidsmigratie reguleren om werknemers te beschermen tegen loondump en uitbuiting, vertelde onder andere Lilian Marijnissen bij WNL. Ook de linkse Bernie Sanders is geen fan van open grenzen – hij noemde dat een ‘right wing proposal’. SP Tweede Kamerlid Jasper van Dijk zei het op zijn Nederlands als ‘open grenzen zijn de natte droom van het bedrijfsleven’.

Van Dijk deed zijn uitspraken in een interview bij Vrij Links waarin hij ook pleitte voor een open debat, zonder framing en ‘zonder ons te laten gijzelen door de PVV’.  Ewald Engelen, hoogleraar Financiële geografie, deed precies dat – inhoudelijk en met de ogen op de bal. Hij tweette over de SP-plannen: ‘Niet arbeidsmigratie is het probleem, maar kapitaalmobiliteit. Daar heeft de achterban van de SP veel meer last van’.

Inhoudelijke kritiek, echt debat, op de progressieve flanken: een paar vragen aan Ewald Engelen.

Kunt u voor niet-economen uitleggen wat kapitaalmobiliteit inhoudt en waarom de Nederlandse werknemer daar last van heeft?

‘We hebben vanaf begin jaren 90 de interne markt in Europa opgetuigd. Lidstaten hebben zich verplicht om hun nationale wetgeving zodanig aan te passen dat de vier vrijheidsrechten uit het Verdrag van Maastricht gerealiseerd worden: de vrijheid van verkeer van goederen, van diensten, van arbeid, en van kapitaal.

‘Het vrije verkeer van goederen is vrijwel geheel gerealiseerd, het vrije verkeer van kapitaal ook. Het vrije verkeer van diensten blijkt tamelijk ingewikkeld te zijn – we hebben dus bijvoorbeeld nog geen Europa-brede markt voor bancaire diensten of pensioendiensten. Het vrije verkeer van arbeid is wel grotendeels gerealiseerd. Maar wat je ziet is dat het merendeel van de Europese inwoners toch vooral sociaal gebonden is aan de plek waar ze geboren zijn. Daardoor is de mobiliteit van arbeid in realiteit vrij gering.

‘We zien eigenlijk maar in een klein aantal sectoren arbeidsmigranten binnenkomen. Vrij beperkt aan de bovenkant van de arbeidsmarkt: denk aan expats die in Amsterdam in de financiële, juridische of creatieve sector komen werken. En vrij beperkt aan de onderkant van de arbeidsmarkt, en dan vooral de mensen die in de bouw werken, of in de tuin- en glasbouwsector. In totaal hebben we het dan over ongeveer 400.000 mensen.

‘Dat zijn voor een deel Zuid- en Oost-Europese arbeidsmigranten, en voor een deel expats uit de hele EU en daarbuiten. Hoeveel mensen er komen, fluctueert met de economie. En het merendeel van de mensen blijft kort, dus dat getal 400.000 is wel steeds aan verandering onderhevig. Maar op een totale beroepsbevolking van 9 miljoen is het natuurlijk maar 5 procent.

‘Met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt – want daar maakt de SP zich vooral druk om – zie je dat deze mensen komen te werken in sectoren waar werkgevers grote moeite hebben om hun vacatures te vervullen.’

Er zijn 15.000 brievenbusmaatschappijen in Nederland. Daar stroomt op jaarbasis – niet schrikken – 4500 miljard euro doorheen.

Maar de SP zegt daarop: dat komt omdat die werkgevers niet bereid zijn een beter loon te betalen. En door de komst van die arbeidsmigranten kunnen ze die lonen dus ook laag houden.

‘Er is natuurlijk een beetje loondruk. Maar die is voor de rest van de economie tamelijk beperkt, zoals SCP en CPB in een rapport uit de herfst van 2018 ook hebben laten zien. Waar de Nederlandse economie veel meer last van heeft, is van dat eindeloze inzetten op flexibilisering van de arbeidsmarkt, loonmatiging en de lastenverzwaringen door de overheid – waardoor de reële koopkracht fors is achtergebleven.

‘Dat is één. Het tweede is dat er vanaf het einde van de jaren 70 door kapitaalmobiliteit ontzettend veel werkgelegenheid in Nederland verdwenen is, en met name de werkgelegenheid die een vaste aanstelling beloofde. En die ook een redelijk goed salaris beloofde.’

Hoe werkt dat, kapitaalmobiliteit?

‘Een voorbeeld: er zijn 15.000 brievenbusmaatschappijen in Nederland. Daar stroomt op jaarbasis – niet schrikken – 4500 miljard euro doorheen. Vijf-en-veertig-honderd miljard euro per jaar. Dat is belastingvluchtig kapitaal vanuit het buitenland naar Nederland, en vervolgens weer úit Nederland verder naar belastingparadijzen als Luxemburg, Ierland, de Seychellen of de Kaaimaneilanden.

‘Door onder andere zulke brievenbusmaatschappijen betalen met name de multinationals in eigen landen véél minder belastingafdrachten. En de Nederlandse multinationals doen dat op hun beurt precies zo.

‘Dat betekent dat er overal een enorme belastingdruk is komen te liggen op de werknemer. De opbrengsten uit de vennootschapsbelasting dalen dan ook al jaren. Het grootbedrijf in het bijzonder betaalt nauwelijks meer belasting – en dus moet de werknemer die belastingen opbrengen, óók in Nederland.

‘De fractie van de Groenen/EVA in het Europees parlement heeft in januari een rapport gepresenteerd over de effectieve belastingpercentages die multinationals betalen. Een voorbeeld: Nederland kent een vennootschapsbelastingtarief van 25 procent. Maar als je kijkt wat multinationals feitelijk betalen in Nederland is dat maar 10 procent.’

Dat is wat er overblijft na belastingontwijking?

‘Precies. Na ontwijking blijft er uiteindelijk een belastingdruk over van nog maar 10 procent. Dat is in vergelijking met 30 of 40 jaar geleden, toen de belastingdruk tegen de 40 procent bedroeg, een enórme daling van belastingafdracht. Dan hebben we het, vanaf het einde van de jaren 70, over in totaal honderden miljarden euro’s die de Nederlandse schatkist is misgelopen. Dat verklaart de stijging van de lastendruk bij de gewone werknemer.

‘Een tweede voorbeeld van kapitaalmobiliteit. Bij de vijf grootste beursfondsen in Nederland – Philips, Akzo Nobel, Heineken, Shell, en Unilever – is sinds het midden van de jaren 80 de totale werkgelegenheid met 70 tot 80 procent gedaald. Bij deze vijf multinationals, in Nederland.

‘Ook dat is kapitaalmobiliteit. Het is voor bedrijven zoveel makkelijker geworden om hun productiefaciliteiten te verplaatsen ván plekken met strikte regelgeving en een hoge belasting, náár plekken met lage belastingen, weinig regelgeving en goedkope arbeid. En daar hebben Nederlandse werknemers en burgers veel meer last van dan van die 400.000 arbeidsmigranten.

‘Dat verklaart de structureel dalende arbeidsinkomensquote. Ging eind jaren zeventig nog 92 cent van iedere euro die in de private sector aan waarde werd gecreëerd naar de factor arbeid, anno 2019 is dat nog maar 72 cent. De rest gaat naar de aandeelhouder.’

Het aantal Nederlanders aan de onderkant van de arbeidsmarkt die eventueel last zouden hebben van Roemenen, Bulgaren en Polen, is beperkt.

Maar voor de Nederlandse mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt is arbeidsmigratie alsnog wél een reëel probleem, behalve dat u zegt: er is een ander, veel groter probleem?

‘De glas- en tuinbouwsector is niet een heel erg arbeidsintensieve sector, er werken niet heel veel mensen. Je moet dat allemaal in perspectief zien. Het aantal Nederlanders aan de onderkant van de arbeidsmarkt die eventueel last zouden hebben van Roemenen, Bulgaren en Polen, is beperkt. Ik vind het daarom jammer dat de SP zo’n groot punt maakt van arbeidsmigratie, en dat ze niet veel meer rumoer maken over de doorgeschoten kapitaalmobiliteit; en niet veel meer politiek kapitaal steken in hoe je die mobiliteit aan banden legt.’

Dat ziet u nu niet bij de SP?

‘Te weinig en te incidenteel. Ik vind dat de SP, als het gaat om kapitaalmobiliteit en de perversiteiten ervan, vooral incidentenpolitiek bedrijft. Ze maakten, samen met GroenLinks en de PvdA overigens, een groot punt van het anti-kapitalistische sentiment rondom de afschaffing van de dividendbelasting – een incident. Maar men is niet systematisch bezig met het politiseren van de negatieve effecten van kapitaalmobiliteit en hoe je die zou kunnen indammen. Ik heb wel eens gekscherend geopperd dat de SP de verkiezingen zou moeten ingaan met de belofte dat als de SP in de regering komt, ze er alles aan zou doen om de arbeidsinkomensquote naar 85 te krijgen.’

Europa is gegijzeld door het grootbedrijf en dus niet de plek waar je je progressieve hoop op moet stellen.

Hoe zouden we kapitaalmobiliteit aan banden kunnen leggen?

‘Je kunt bijvoorbeeld voorstellen om opnieuw administratieve verplichtingen in te voeren als bedrijven bedragen van meer dan een ton naar het buitenland willen transfereren. Je kunt voorstellen doen over de invoering van een kapitaaltransactiebelasting, waardoor alle belastingontwijkingstransacties duurder worden, maar investeringen wel mogelijk blijven. Je zou kunnen nadenken over hoe je naamloze vennootschappen weer opnieuw een licentie zou kunnen geven, net als tot eind 19e eeuw gebruikelijk was, waarin je eisen van sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid zou kunnen opnemen.

‘Je zou ook kunnen nadenken over de manier waarop je de machtsbalans binnen ondernemingen kunt laten verschuiven van bijvoorbeeld de aandeelhouder naar de werknemer. Er is een hele reeks van voorstellen die je zou kunnen doen, en daar hoor ik de SP veel te weinig over.’

En kan dat in Nederlands verband of kan dit alleen supranationaal, bijvoorbeeld met de EU?

‘Dit zou je gewoon in Nederland moeten doen. Europa is gegijzeld door het grootbedrijf en dus niet de plek waar je je progressieve hoop op moet stellen. Nederland is een draaischijf als het gaat om heel veel zaken: de import van soja en de export van vlees, of de import en wederexport, en dus ook de belastingontwijking. Wij zouden dit soort draaischijven natuurlijk stop kunnen zetten.

‘Dat kun je allemaal doen via Nederlandse wetgeving. Ik zou het zo mooi vinden als de SP niet de zwartepiet uit zou spelen richting de Poolse werknemer, wat nu toch dreigt te gebeuren, maar zou kijken naar wat veel zwaarder weegt voor Nederlandse burgers: de kapitaalmobiliteit.’

De SP, bijvoorbeeld Jasper van Dijk, zegt: We willen niet alleen de Nederlandse werknemers beschermen, maar ook de Poolse en de Roemeense. Tegen de uitbuiting, tegen de leegloop van landen.

‘Is allemaal okee. Maar wat ik wil aangeven is dat dit peanuts is. De olifant in de kamer is kapitaalmobiliteit. Ik verwacht van een partij die socialisme in haar naam heeft, dat ze vooral dáárnaar kijkt.’

Wat maakt volgens u dat geen enkele partij dit oppakt?

‘Hoezo, geen enkele partij? De Partij voor de Dieren doet dat in haar Plan B, waarin daadwerkelijk systeemverandering wordt bepleit. Want dat is waar we het hier over hebben. Arbeid volgt kapitaal. Op het moment dat je iets wilt doen aan het systeem, moet je kijken hoe er geïnvesteerd wordt. Dan moet je kijken waar kapitaal naartoe gaat.

‘En dan moet je dus constateren dat we op dit moment een volledig schuldgedreven economie hebben die inzet op kortetermijnrendementen. Dat staat haaks op iedere notie van duurzaamheid en haaks op iedere notie van sociaal.’

De Partij voor de Dieren is niet een van de grootste spelers op links. Wat maakt in uw ogen dat bijvoorbeeld de SP of de PvdA dit niet oppakken?

‘Sociaal-democratische en socialistische partijen hebben een lange traditie van politiek-economisch nadenken over het systeem dat kapitalisme heet. Wat mij opvalt is dat die manier van nadenken bij zowel de SP als de PvdA een stille dood is gestorven, ergens in de afgelopen 15 jaar. Van de weeromstuit zijn het nu de identiteitsgerelateerde kwesties waarmee men zich profileert, zoals trouwens de hele Nederlandse politiek – de goeden niet te na gesproken uiteraard.

‘En men is er blijkbaar ook niet in geslaagd die traditie weer nieuw leven in te blazen, ondanks de crisis van 2008, die één grote uitnodiging was om dat wel te doen – om weer na te gaan denken over de politieke economie van het kapitalisme en de grote machtsongelijkheden die daar bij horen.

‘Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat we dat denken uitbesteed hebben aan wat ik noem de ‘gelijkgeschakelde economen’, die het monopolie op economisch denken hebben geclaimd. En die alleen al door de aard van die discipline niet in staat zijn om dit type systeemkritiek te kunnen formuleren. De economische orthodoxie kijkt alleen naar markten en heeft weinig tot niets te zeggen over productieprocessen. Dat wreekt zich in Nederland.’

Ik vind het ongelooflijk belangrijk dat burgers weer het zelfvertrouwen terugkrijgen om uitspraken te doen over de economie, ook al zijn ze geen econoom.

Vat ik het goed samen dat u zegt: in feite heeft de politiek het hele economisch denken uitbesteed. En de politiek houdt zich alleen nog bezig met verdeling van wat er binnenkomt?

‘Het is een karikatuur, maar ik ga die toch maar even tekenen: men heeft inderdaad het nadenken over hóe de koek geproduceerd wordt, uitbesteed aan gelijkgeschakelde, gedepolitiseerde organisaties als het CPB. Waar men zich vervolgens politiek mee bezig houdt, heeft vooral symbolische waarde: de Polenhotels, de Roemeense vrachtwagenchauffeur en de Hongaarse aspergesteker.

‘Ik vind het ongelooflijk belangrijk dat burgers weer het zelfvertrouwen terugkrijgen om uitspraken te doen over de economie, ook al zijn ze geen econoom. Ik ben óók geen econoom. Maar het is een democratisch tekort van heb ik jou daar om je op een of andere manier te laten intimideren door dat apothekersjargon van economen, dat moet suggereren dat zij wel weten waar ze het over hebben. Wat niet zo is: kijk maar naar de crisis, die een grote blamage voor de economische discipline is geweest.

‘Economie is te belangrijk om aan de economen over te laten. Want het gaat over ónze toekomst, en die van onze kinderen en kleinkinderen. Het recht om daarover uitspraken te doen, móeten we weer terug claimen. Te beginnen met een brede maatschappelijke discussie over hoe we het kapitaal weer dienstbaar aan onze belangen, die van dieren en die van de planeet kunnen maken.’

 

Meer lezen van Ewald Engelen:

Het is klasse, suffie, niet identiteit
Ewald Engelen

Leesmagazijn, 136 pagina’s
€ 17,95

 

 

Foto via Pixabay

Vrij Links lijn

Vrij Links is een meerstemmig platform. Tenzij anders vermeld, spreken auteurs op persoonlijke titel.